Home

Idealen zijn er om nooit te bereiken. En we zijn te dicht bij de voltooiing van het kapitalistisch ideaal

is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.

Mijn oma zei altijd dat zij nog in de woestijn leefde. Ze verwees naar de veertig jaar waarin het Joodse volk volgens het Oude Testament door de woestijn trok, na de bevrijding uit de slavernij in Egypte en voordat het Kanaän binnen mocht, het beloofde land. Deze week, tijdens Pesach, vieren Joden dit verhaal en vertellen zij het door aan hun kinderen.

Ik vind het jammer dat ik niet met haar heb doorgepraat over wat zij bedoelde. Aan die ene zin had ik genoeg. Ik nam niet aan dat ze treurnis uitdrukte omdat ze in de diaspora woonde en niet in het moderne Israël, al had ze dat op enig moment best gewenst. Ik vatte haar uitspraak meer op als verklaring van een levenshouding. Een staat van zijn, waarin ze berustte.

Voor mij spreekt uit die zin het besef dat er geen ultieme plek bestaat waar je werkelijk ooit kunt aankomen. Geen groep waarin je echt helemaal thuishoort. Geen moment waarop je kunt zeggen dat iets definitief klaar is. De mens is voorbestemd voor onvoltooidheid. En aan dat besef kun je geestelijke vrijheid ontlenen. Conventies hadden geen grip op mijn oma. Ze leefde volgens eigen regels.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik ben niet religieus, maar voor zover ik iets mooi vind aan de Joodse traditie, is dat het onaffe. Het zit in Talmoedisch leren, dat plaatsvindt in paren en waarbij deelnemers elkaar vragen stellen en uitdagen. Een methode waarin interpretaties van interpretaties oneindig doorgaan. En je ziet het op Joodse bruiloften, wanneer – vlak voor het feestgedruis losbarst – een glas wordt kapotgestampt. Ook op de meest vreugdevolle momenten besef je dat de wereld gebroken is en geheeld moet worden.

Het onaffe hangt ook boven seideravond. Net als andere jaren werd dit jaar de deur opengezet voor de profeet Elia, die de komst van de messias moet inluiden. Net als andere jaren kwam hij niet. Wéér geen verlossing.

Maar dat hij niet komt – dat hij nooit zal komen – is wat mij betreft juist de essentie: je moet blijven streven naar droombeelden waarvan je weet dat ze nooit helemaal bewaarheid zullen worden. Dat is geen trieste vaststelling, maar onze redding. Want juist in de illusie dat voltooiing mogelijk is, schuilt gevaar. Díé eindigt in wreedheid.

Wanneer je werkelijk denkt, bijvoorbeeld, dat je Gods instrument op aarde bent. En dat je het Bijbelse ‘Groot Israël’ vandaag de dag moet laten reïncarneren, dan sta je al vrij snel met een gouden strop op je revers in de Knesset. Dan laat je een champagnekurk knallen om te vieren dat een als terrorist aangemerkte Palestijn voortaan zonder eerlijk proces van staatswege gedood kan worden.

Dan heb je een geloof en een traditie waarbinnen het redden van een leven bij uitstek boven vrijwel elke andere regel gaat, omgesmolten en er een doodscultus uit gesmeed.

Beschaving is het inzicht dat de reëel bestaande, rommelige, onvoorspelbare wereld nu eenmaal nooit in jouw ideaalbeeld is te persen. En dat elke poging daartoe neerkomt op geweld. Dat geldt bepaald niet alleen voor religieuze idealen. Elke heilstaat moet worden vermeden.

De schrijver Ilja Leonard Pfeijffer kreeg laatst terecht ongenadig op zijn kop van de Pools-Vlaamse filosofe Alicja Gescinska. Pfeijffer wil het kapitalisme afschaffen en had zich in een debat laten ontvallen dat het communisme ‘eigenlijk nog nooit is uitgeprobeerd’.

Gescinska verweet hem koketterie en wees hem fijntjes op de miljoenen slachtoffers die een ander verhaal vertellen. Pfeijffer bedient zich van de riedel waarmee aanhangers en verdedigers van het communisme lang de kritiek op de wandaden pareerden: dát was niet het ‘echte communisme’. Dat was het natuurlijk wel. De solidaire samenleving is het ideaal. Communisme is de afgedwongen voltooiing.

Veel beter te verenigen met mensenrechten en democratie – de eeuwig onaffe en dus beste staatsvorm – was lange tijd de vrije markt. Maar misschien zou je inmiddels moeten zeggen, om Pfeijffers ongetwijfeld goede bedoelingen toch ook tegemoet te komen, dat wij in onze tijd te dicht bij de voltooiing van het kapitalistisch ideaal zijn.

Je ziet stom genoeg nog steeds liberalen in het krimpende clubje democratische landen die hun eigen overheid te vuur en te zwaard bestrijden. Alsof ze laat-18de-eeuwse burgerlijke opstandelingen zijn, die zich moeten ontworstelen aan het juk van een absolute monarch. De overheid zou zich nóg meer in dienst van bedrijven moeten stellen.

Wie de vrijheid liefheeft, zou die overheid inmiddels moeten redden uit de klauwen van wat de pas in NRC geïnterviewde auteurs Quinn Slobodian en Ben Tarnoff het ‘muskisme’ noemen. Hierin is de overheid vergroeid met een paar grenzeloze – veelal digitale – bedrijven, waar zij volledig afhankelijk van is voor gegevensopslag, communicatie en defensie. De controlemechanismen en het geweldsmonopolie van de staat worden tegen burgers ingezet ten gunste van de bedrijfstop.

De overheid zou juist zelfstandig en sterk genoeg moeten worden om ons te beschermen tegen de kluwen van wereldwijde afhankelijkheden waarin het kapitalisme ons heeft getrokken. Dat gaan we weer merken nu we naar alle waarschijnlijkheid aan de vooravond van een grote, mogelijk ongekende energiecrisis staan.

Aanbelanden bij zo’n beschermende, democratisch gelegitimeerde overheid die gaat over haar eigen – en dus onze eigen – sturingsinstrumenten, dat is de volgende tocht door de woestijn. Ik zou onze leiders afrekenen op hoe vaardig ze ons aanvoeren op deze tocht. Niet, zoals tot vervelens toe gebeurt, op de vraag hoeveel dingetjes uit het coalitieakkoord ze hebben voltooid.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next