Lesauto’s krijgen steeds vaker te maken met agressie, hoor ik op mijn autoradio. De zon komt net op, groot en oranje. Het is nog niet druk op de weg. Bumperkleven, afsnijden, toeteren, en zelfs de brake check, waarbij een automobilist keihard remt, zodat je zelf ook boven op de rem moet – rijinstructeurs zien het steeds vaker.
Stel je voor dat zoiets tijdens een van je eerste rijlessen gebeurt. Ik kan me nog goed herinneren hoe spannend ik die vond. Met zwetende handjes hield ik het stuur op tien voor twee. Ik was me helemaal lens geschrokken als me zoiets was overkomen.
Wie doet dat nu, agressief zijn tegen lesauto’s? De vraag in mijn hoofd weergalmt op de radio, en het antwoord is niet klinkklaar. Toegenomen drukte op de weg, iedereen heeft haast en daardoor steeds minder geduld, wordt er gezegd. Jongeren die rijles hebben krijgen incidenten voorgeschoteld als leermoment: omgaan met agressie is onwillekeurig toegevoegd aan het curriculum voor het halen van een rijbewijs.
Ik kijk naar de zon die inmiddels als een halve bol boven de horizon uitsteekt. Had ik nu maar op de fiets gezeten, en niet gisterochtend. Toen was er niks te zien. Alles zat potdicht van de mist, terwijl ik langs de IJssel fietste. De kleine druppeltjes die op mijn handschoenen en wimpers verschenen werden steeds groter, af en toe liet er een los en rolde er een misttraan over mijn wang.
Het was precies zo stil als het met mist kan zijn. Als je weidsheid niet kunt zien, kun je ‘m wel voelen: de wereld was klein en groot tegelijk. Vlak voor Deventer kleurde de mist goud, en plotseling reed ik in de zon. De laatste flarden rond mijn wielen en boven de rivier losten op, de aanblik van de oude stad aan de andere kant van het water was betoverend.
Mensen die zich misdragen moeten misschien maar op agressiviteitcursus bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, wordt op de radio gesuggereerd. Is een agressiviteitscursus de juiste oplossing, vraag ik me af terwijl ik mijn bestemming, een congres in Den Bosch, nader. Als de reden voor agressie stress is, hebben mensen misschien behoefte aan iets anders. Aan ontstressen, in plaats van binnen zitten in een zaaltje.
Ik ontstress op de fiets. Dat is bewezen heilzaam. Al na een half uur in de natuur daalt het cortisol, het stresshormoon, in je lichaam aanzienlijk. Je bloeddruk daalt, en je mentale vermoeidheid kan tot wel 40 procent verbeteren door contact met de natuur. Dat geldt volgens de biofiliehypothese niet alleen voor mij, maar voor iedereen. Omdat mensen evolutionair zijn afgestemd op de natuur, ontspant ons zenuwstelsel daar. Bewegen versterkt dat effect nog eens.
Op het congres in Den Bosch spreekt klimaatexpert Tim van Hattum van de Wageningen Universiteit. Hij vertelt dat van alle wereldbewoners Nederlanders het minst in contact staan met de natuur. Wow, denk ik – dat wist ik niet. Het schokt me, en het is verhelderend. De stress in onze samenleving, de korte lontjes: het heeft vele redenen, maar dit is er zeker weten een van.
Ik weet niet hoe het CBR hierin staat, maar ik zou zeggen: geef agressieve automobilisten geen cursus en stuur ze in plaats daarvan verplicht de natuur in. Laat ze wandelen, fietsen of joggen in het bos. Dat lijkt een cadeau in plaats van een straf, ik weet het. Maar wat nu als dat de oplossing is?
Marijn de Vries is oud-prof-wielrenner en journalist.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen