is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
In Trouw heeft Henk Steenhuis een lofzang op Mathieu van der Poel geschreven zoals je die nog maar zelden leest. Het is een prachtig stuk, waarin Van der Poel zonder reserves en zonder ironie wordt neergezet als een Griekse held en waarin de auteur zichzelf sans gêne laat kennen als een mateloze bewonderaar die in de wielrenner de dingen herkent die hij zelf mist, maar ook een lichte verwantschap: hij is ook een matig klimmer.
Mathieu van der Poel kan zondag geschiedenis schrijven in de Ronde van Vlaanderen. Als hij wint, is hij de eerste die Vlaanderens Mooiste vier keer naar zijn hand heeft gezet. Grootheden als Museeuw, Boonen en Cancellara hebben het in het verleden uit alle macht geprobeerd en kwamen soms dichtbij, maar ze bleven op drie zeges steken.
Als Mathieu van der Poel de ban breekt, moet de Trouw-redactie het vermoedelijk een paar dagen zonder Steenhuis stellen; die ligt dan thuis in katzwijm op de bank. Mathieu is jaren geleden al van groot renner held geworden (in Steenhuis’ ogen tijdens de Amstel Gold Race van 2019, die hij uit geslagen positie won), maar met een kwartet zeges in Vlaanderen op zak bouwt hij zijn heldendom uit tot mythische proporties en overwint hij het onmogelijke.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het mag niet worden onderschat hoe moeilijk dat is. Er bestaan in het wielrennen onzichtbare barrières die niemand kan verklaren, maar waartegen de grootste helden zich te pletter hebben gereden. ‘Vlaanderen’ werd al 109 keer verreden, maar de grens van drie overwinningen per persoon lijkt in kassei gehouwen. In Parijs-Roubaix (sinds 1896) ligt de maximumgrens op vier: Roger De Vlaeminck en Tom Boonen fietsten zich een ongeluk om de heilige vijf te halen, maar slaagden daar niet in. (Volgende week kan Mathieu zich bij hen voegen.)
In de Tour de France spotte Lance Armstrong ooit met alle wetten van de sport door zeven keer als eerste te eindigen, terwijl iedereen wist dat de goden de grens op vijf zeges hadden gesteld. Omdat hij hun wetten aan zijn laars had gelapt, werd Armstrong zwaar gestraft: alle zeges werden hem ontnomen.
Wat betekent dit voor Van der Poel? Vecht hij zondag een bij voorbaat verloren strijd? Hij is natuurlijk niet voor niets een held: die overschrijden de grenzen die voor gewone stervelingen gelden. Desnoods nemen ze het op tegen de voorschriften van de goden. De gevaren zijn groot en de risico’s immens, maar zo bouwt de held aan de sage die hem eeuwig leven garandeert.
Mathieu van der Poel heeft de pech (of het geluk) dat er nog iemand in het peloton rondfietst met dergelijke aspiraties. Tadej Pogacar won eerder dit seizoen Milaan-San Remo en wanneer hij zondag zijn enige echte tegenstander verslaat, is hij halverwege het grand slam van het voorjaar: winst in de vier zogenoemde ‘monumenten’. Na de Ronde moet hij dan ook nog Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik winnen. Dat is nog nooit iemand gelukt, het is feitelijk ook onmogelijk en misschien zelfs streng verboden, maar dat is juist wat helden motiveert.
Steenhuis wees er in Trouw op dat Van der Poel naast held ook een homo ludens is, een spelende mens. Omdat hij beschikt over dezelfde buitensporige kwaliteiten, kan ook Pogacar zich die speelsheid en hang naar het overbodige veroorloven. De Ronde van Vlaanderen is daarom wat sport eigenlijk altijd zou moeten zijn: bloedige ernst met een glimlach.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant