Home

‘Er is een hele sterke norm: een kind moet naar school en daar moet het lukken. Punt’

Spitsuur Ten minste 60.000 kinderen in Nederland gaan niet naar school. De 14-jarige zoon van Isa Bais (43) en Jasper Pat (47) is één van hen. Dat heeft veel impact op het gezin, hun werk en financiële situatie. „Continu die vragen en twijfels. Waarom lukt dit niet? Doen wij iets verkeerd?”

Isa Bais en Jasper Pat en de tweeling.

Isa: „Zo’n anderhalf jaar zit onze zoon nu thuis. Hij begon op de havo hier op een grote school in de buurt. Dat vonden we al spannend – hij kwam van een kleine dorpsschool – maar hij had er echt zin in, de middelbare. Het leek hem leuk, al die verschillende vakken.”

Jasper: „Het was een school waar de eerste twee jaar geen toetsen zijn en waar de docenten vooral projectmatig les geven. Dat past goed bij hem, dachten we. Maar al in de eerste week ging het mis. Hij ging met zijn klas op introductiekamp. Ik haalde hem daarna op en merkte dat hij vooral aan het klagen was. Dat er alleen maar kakkers waren op school; dat vond hij niks. Hij had een oordeel over die school en dat is eigenlijk niet meer weggegaan. Vanaf toen hing er een duistere wolk boven hem.”

Isa: „Het is lastig uit te leggen, merk ik. Want als je het zo zegt, denk je: iedere puber vind zo’n eerste week spannend, daar moet hij gewoon even doorheen. Maar wij zagen toch wat anders bij hem gebeuren. Het was allemaal te overweldigend voor hem. Te onveilig, denk ik nu. Hij heeft zich vastgezet met zijn oordeel over die kakkers en daarna was er geen ruimte meer voor een ander geluid. We weten nu dat rigide denken een uiting is van zijn vorm van autisme. Daar is hij later mee gediagnosticeerd.”

Jasper: „Ik zei nog: joh, ik heb vroeger ook op hockey gezeten en wel eens een polo gedragen. Dat zegt helemaal niks, jongen. Maar nee, dat oordeel was er, en het ging niet meer weg.” 

Isa: „Toen wilde hij niet meer naar school. Maar ja, jammer dan, je moet naar school – zo begin je als ouder. Maar dat werd moeilijker en moeilijker. Hij kwam op een glijdende schaal terecht van niet meer willen eten, niet slapen, hij durfde niet meer de straat op.”

Jasper: „Twee keer heb ik hem letterlijk in de auto getild om hem naar school te brengen. Maar hij was zó wanhopig. Alsof we hem in een hok vol leeuwen gooiden door hem naar school te sturen.”

Isa: „Achteraf denk ik: zijn we daarin niet veel te ver gegaan? Hebben we het niet alleen maar erger gemaakt door maar te blijven zeggen: je móét en zal naar school?”

Jasper: „In de herfstvakantie hebben we uiteindelijk de stekker eruit getrokken. Dit ging zo niet meer.”

Isa: „We hadden fijn contact met zijn mentor, die alle drempels zo laag mogelijk heeft gemaakt. Op een gegeven moment was de afspraak: hij komt één uur per dag naar school, geen huiswerk, alleen maar er zijn. Maar ook dat ging niet meer. Hij bouwde niet meer op; hij was compleet uitgeput. Een kind van dertien, uitgeput … Ik weet nog dat hij boos tegenover ons stond en zei: ‘Jullie denken telkens dat ik niet wil, maar ik kán – het – niet!’ Dat is wel een veelzeggend zinnetje.”

Twaalf professionals aan tafel

Isa: „Als ouders kom je opeens in een nieuwe wereld terecht. Oké, je kind kan niet meer naar school, wat nu? Dan zijn er allemaal instanties en mensen die er wat van moeten vinden. Wij hadden opeens multidisciplinaire overleggen met twaalf professionals aan tafel.”

Jasper: „Op zo’n moment denk je: wauw, wat ben ik blij dat ik in dit land woon, met al deze beschikbare zorg. Aan de andere kant: waarom zijn er twaalf mensen nodig om een kind dat afwijkt van de norm mee te laten doen in ons schoolsysteem?”

Isa: „Dat zegt wel iets over onze maatschappij. Er is een hele sterke norm: een kind moet naar school en daar moet het lukken. Punt. Die norm hebben wij zelf ook geïnternaliseerd.”

Jasper: „Ik heb nu ook een stemmetje dat zegt: komen wij weer hoor, met onze speciale kinderen. Want we hebben ook nog een tweeling van tien, met weer andere uitdagingen door hun neurodivergentie.”

Isa: „Het is al met al een hele zoektocht. Zelf heb je continu allerlei vragen en twijfels. Waarom lukt dit niet? Doen wij iets verkeerd? Wat heeft het kind nodig en waar vinden we dat? Je moet je hele agenda omgooien voor allerlei intakes en overleggen, moet formulieren invullen en procedures starten. En ondertussen word je geconfronteerd met diagnoses van je kinderen waarin je stukken ook bij jezelf herkent. Dat is best overweldigend allemaal.”

Geen vakantie of extraatjes

Jasper: „We hebben de mazzel dat we hier qua werk vrij flexibel mee konden omgaan. Ik werk vier dagen in de week en mag mijn uren zelf indelen. Isa heeft haar eigen bedrijf in communicatieadvies.”

Isa: „Toen onze zoon thuis kwam te zitten, heb ik besloten: dan ga ik minder werken.”

Jasper: „We wilden mijn vaste salaris houden in deze onzekere situatie.”

Isa: „Het was fijn dat dat kon, maar het had wel consequenties. We konden ons hoofd boven water houden, maar een vakantie of extraatjes zaten er niet meer in. En dat is prima, hè? Heel veel mensen gaan nooit op vakantie. Maar ik had wel allerlei plannen met de toekomst van mijn bedrijf, die moesten op een lager pitje. En we hebben wat spannende financiële momenten gehad. Zoals [de humoristische poster] Loesje zei: aan het eind van mijn geld heb ik een stukje maand over.”

Jasper: „Dat is nu weer wat beter, gelukkig. We zijn allemaal een beetje aan het opkrabbelen. De laatste tijd hebben Isa en ik wat vaker tijd om het bos in te gaan voor een wandeling. Ook dat zat er een tijdje niet in.”

Isa: „Onze oudste gaat nu vier dagen in de week naar een zorginstantie die ook dagbesteding biedt. Nu zijn we aan het toewerken naar een volgende stap, het speciaal onderwijs waarschijnlijk.”

Jasper: „Deze situatie heeft ons denk ik meer empathisch en begripvol gemaakt. In mijn werk als stedenbouwkundige heb ik wel eens inspraakavonden waar de emoties hoog op kunnen lopen. Sommige collega’s voelen daar weerstand bij. Dat heb ik niet. Ik zie iemand die zijn grens aangeeft en met wie je dus in gesprek kunt gaan.”

Isa: „Ik heb me wel zorgen gemaakt dat ik vorig jaar voor mijn werk niets aan zelfontwikkeling of training had gedaan. Totdat ik besefte: door de situatie met de kinderen heb ik juist aan heel veel skills gewerkt. Het verdragen van onzekerheid bijvoorbeeld. Dat is eigenlijk de meest waardevolle training die je kunt bedenken.”

In het kort

Isa Bais (43) en Jasper Pat (47) wonen in Apeldoorn met hun zoon van 14 en een tweeling: een jongen en een meisje van 10. Isa is opgeleid als cultureel antropoloog en heeft haar eigen bedrijf De LuisterBaas, in interne communicatiestrategie voor organisaties. Jasper is stedenbouwkundige bij een ingenieursbureau en ontwerpt nieuwe wijken en hun ‘buitenruimte’.

Doordat Isa zzp’er is, verschilt hun maandinkomen. Soms net genoeg, soms twee keer modaal.

Wat is je laatst verstuurde Tikkie?

Jasper, lachend: „20 euro voor het verkopen van mijn startbewijs voor de Midwintermarathon. Ik wilde meedoen, maar was niet toegekomen aan trainen. Wel exemplarisch voor ons leven nu.”

Weekboodschappen of iedere dag naar de supermarkt?

Jasper bestelt een keer per week boodschappen bij Picnic. Op woensdag haalt Isa brood bij de bakker. „Dan haal ik de kinderen uit school en mogen ze bij de bakker een lekker broodje uitkiezen voor bij de lunch.”

Wat is je laatste grote uitgave?

Een nieuwe koelkast, 500 euro. Isa: „Onze oude koelkast lekte al jaren, maar we hadden telkens geen headspace om een nieuwe uit te zoeken. Nu had Jasper er tijd voor gemaakt.”

Tweedehands of liever nieuw?

Tweedehands. Isa: „Bijna alles hier in huis komt uit de familie, of van Marktplaats. Kleding kopen we veelal via [tweedehands-kledingapp] Vinted. En die koelkast kwam via Troostwijk, een veilingsite. Maar zoiets als een vloerkleed koop ik liever nieuw – ik wil geen stank van huisdieren of sigaretten.”

Waar spaar je voor?

Vakantie. Ze zouden graag nog een keer naar Sardinië gaan. Isa: „Jasper en ik zijn twee keer naar Sardinië geweest. Jasper heeft me daar zelfs verkering – of nee, ter verloving! – gevraagd. We zouden het eiland graag aan de kinderen laten zien.”

Hoeveel zakgeld krijgen je kinderen?

De tweeling krijgt 3 euro zakgeld per week. De oudste 6 euro per week en 40 euro kleedgeld per maand. Isa: „Maar dat geeft hij bij lange na niet uit. Hij koopt bijna niks, en wat hij koopt is vaak via Vinted.”

Wat was echt een miskoop?

Isa: „Dat strijkding van jou? Dat heb je één keer gebruikt!” Jasper: „Het is zo’n mal waar je je overhemd overheen hangt zodat er warme lucht doorheen kan. Dan strijkt en droogt -ie het in één keer. Echt een fantastisch ding. Ik ga ‘m nog wel vaker gebruiken.”

Wie bedenkt wat je gaat eten?

Jasper als hij bij Picnic bestelt. Favoriete gerechten thuis zijn melanzane en kapsalon met zoete aardappel uit de oven.

Waar geef je met schuldgevoel geld aan uit?

De snackbar. Isa: „Als we allebei een lange werkdag hebben gehad, is koken weleens te veel gevraagd. De snackbar is dan een uitkomst, maar tegelijkertijd is het best prijzig en natuurlijk ongezond. Het levert wel blije kinderen op. Dat is ook wat waard.”

Beste tip voor huishouden of financiën?

Durf er af een toe een zooitje van te maken. Isa: „Het leven lijkt soms zo maakbaar en planbaar. Zo van: als je slim omgaat met je geld, dan dit. Of als je maar goed plant, dan dat. Alsof het leven altijd meer en beter moet.”

Jasper: „Dat laten wij steeds meer varen. De kinderen zitten nu bijvoorbeeld niet op een sport, omdat al die trainingen ons gezin meer stress dan plezier opleveren. We doen steeds meer wat echt klopt voor ons.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Onderwijs

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next