Mathieu van der Poel aast op zijn vierde zege in de Ronde van Vlaanderen – dat zou een record zijn. Maar de twee laatste confrontaties met Tadej Pogacar in Vlaanderen bieden weinig reden tot optimisme.
is sportverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over wielrennen.
De Spaanse zon lonkte. Zo’n twee uur nadat hij afgelopen zondag in Wevelgem in de buik van het peloton als 35ste over de finish was gekomen, wandelde Mathieu van der Poel over het tarmac van de luchthaven van Kortrijk in de richting van een privéjet, beschikbaar gesteld door een Belgische chartermaatschappij; de kopman van Alpecin-Premier Tech is ‘ambassadeur’.
Dan krijg je dit: de foto van het begin van de reis verscheen direct op Instagram met een betuiging van erkentelijkheid. ‘De laatste voorbereidingen in Spanje voor de Heilige Week. Bedankt @flyinggroup.aero voor de steun.’
Van der Poel (31) wilde aan de vooravond van de voor hem belangrijkste periode van het wielerseizoen zo snel mogelijk naar het lekkere weer aan de Costa Blanca, waar hij een huis heeft. Daar verkende hij nog maar eens de uiterste bovengrens van zijn conditie. Hoewel hij herhaaldelijk zegt dat hij statistieken nauwelijks bijhoudt, ligt verleidelijke geschiedschrijving voor het grijpen.
Zondag wacht de Ronde van Vlaanderen, de koers die hem naar eigen zeggen het meest ligt en waar hij na winst in 2020, 2022 en 2024 opnieuw een kans krijgt om met een vierde zege alleen recordhouder te worden. Vorig jaar troefde Tadej Pogacar hem af. Het blijkt een lastig te nemen barrière. Tot nu toe slaagden zeven renners erin Vlaanderens Mooiste drie keer op hun naam te schrijven (zie verderop).
Absolute topvorm zal noodzakelijk zijn. Van der Poel maakte dit voorjaar al indruk; sommige analisten meenden na de inleidende beschietingen te zien dat hij beter was dan ooit.
Als debutant won hij de Omloop Het Nieuwsblad. Hij was smaakmaker in de Tirreno-Adriatico en zegevierde in twee etappes. In de E3 Saxo Classic bleef hij na een solo een op hem jagende kopgroep net voor. Hij eiste met eeuwige rivaal Wout van Aert de hoofdrol op in In Flanders Fields (voorheen Gent-Wevelgem), totdat ze vlak voor de finish door het aanstormende peloton werden gegrepen.
Alleen in Milaan-San Remo was er een duidelijke teleurstelling: Pogacar reed hem op de Poggio uit het wiel. Dat was een tik. Na afloop was het zoeken naar de oorzaken. Beiden waren eerder ten val gekomen, maar Van der Poel moest meer reserves aanspreken om terug te keren naar de voorste gelederen. De wereldkampioen had langer teamgenoten bij zich. De Nederlander reed met een bloedende linkerhand; achteraf vertelde hij dat hij nauwelijks zijn stuur had kunnen vasthouden. Pogacar leek van zijn schaafwonden nauwelijks hinder te ondervinden.
Aan het begin van dit seizoen verklaarde Van der Poel al dat hij zichzelf zal moeten overtreffen om de veelvraat uit Slovenië te kunnen verslaan. Voor zijn vertrek uit Kortrijk zei hij dat hij zich in Spanje met wat laatste trainingen ‘helemaal klaar’ hoopte te maken voor de Ronde. De kanttekening volgde in één ademteug: ‘Maar tegen Tadej zal het niet makkelijk worden.’
De laatste twee confrontaties in Vlaanderen bieden weinig reden tot optimisme: Pogacar loste hem in de edities van 2023 en 2025 op de Oude Kwaremont, toch bekend jachtterrein voor Van der Poel.
Zal hij zich in de zetel van de privéjet onderweg naar de costa hebben afgevraagd of hij inderdaad beter is dan ooit? Aan dadendrang heeft het niet gelegen, daar schort het bij hem zelden aan. Maar zelfs de successen in Italië en Vlaanderen zullen hem niet volledig hebben gerustgesteld.
Neem zijn winst in San Gimignano, de tweede etappe in de Tirreno. Het was indrukwekkend hoe hij vlak voor een doorweekt gravelweggetje naar de finish nog tal van posities opschoof en vervolgens versnelde. Maar dat Isaac del Toro en Giulio Pellizzari zijn wiel hielden en eerstgenoemde later zelfs het tempo dicteerde, was toch een verrassing. De jongelingen uit Mexico en Italië hebben niet de reputatie op het grind die de Nederlander wel heeft.
Op de natte en gladde tegels in het stokoude toeristenstadje moest Van der Poel alles uit de kast halen om te winnen. Dat het met de explosiviteit en tactisch inzicht in de laatste honderden meters goed zat, demonstreerde hij twee dagen later met een verzengende sprintzege in Martinsicuro.
De optredens bij terugkeer op Vlaamse bodem brachten niet de gewenste zekerheid. Dat hij in een zenuwslopende E3 andermaal een lange solo bekroonde, viel louter toe te schrijven aan de onderlinge rivaliteit tussen vier achtervolgers die in de slotkilometer niet voor elkaar het gat wilden dichten op de uitgeputte Van der Poel. Hij had zich verkeken op de lange stukken met ‘wind op’.
Later bleek dat er naast de winst nog iets positiefs te noteren viel: gedurende anderhalf uur had hij een nooit eerder vertoond vermogen getrapt: gemiddeld 446 watt. In het peloton en de bijbehorende entourages vielen de monden open.
Twee dagen later kwam hij er snel achter dat de inspanning zijn tol eiste: de benen voelden onderweg naar Wevelgem niet zo fris meer. Een nieuw duel tot op de eindstreep met Van Aert bleef tot diens teleurstelling uit. Die merkte dat zijn medevluchter in de laatste fase niet meer het volle pond gaf. Van der Poel zag meer heil in de terugkeer van het peloton, waarna zijn ploeggenoot Jasper Philipsen het karwei zou kunnen afmaken. Die strategie loonde. Intussen liet zich wel een noviteit optekenen: een niet voluit meewerkende Van der Poel.
De concurrenten putten er hoop uit. Het koersverloop in beide wedstrijden leerde dat achtervolgers zich niet zomaar gewonnen hoeven te geven op het moment dat de krachtpatser uit ’s-Gravenwezel zich uit het zadel verheft en uit het zicht verdwijnt. Eendrachtige samenwerking – niet vanzelfsprekend in de wielrennerij – kan een antwoord zijn.
Op die manier kwam het kwartet in de E3, dat eerder door Van der Poel was achtergelaten, alsnog heel dichtbij. Na In Flanders Fields vertelde de Deen Tobias Lund Andresen, achter Philipsen tweede, tegen wielersite Wielerflits dat zijn ploeg Decathlon al voor de laatste passage van de Kemmelberg met andere teams afspraken had gemaakt. Ze zouden bijeenblijven en beurtelings kopwerk verrichten om het weggereden duo te achterhalen.
Of het in de Ronde de remedie kan zijn, is de vraag. De talrijke venijnige hellingen bemoeilijken een georganiseerde jacht. Een ontketende Pogacar laat zich zeer sporadisch inrekenen.
Op de foto van Van der Poel onderweg naar de privéjet is te zien dat in zijn rugzak in het zijvak nog een bidon steekt. Mogelijk zaten er restjes hersteldrank in. Recordhouders als hij weten dat in deze fase alle kleine beetjes helpen.
Zijn eerste wielerkoers won Achiel Buysse meteen. Hij zat op een damesfiets. Van zijn moeder, die van niets wist, kreeg hij ‘een lap op de kaak’, vertelde zijn vrouw later. Hij was 20 toen hij voor het eerst zegevierde in de Ronde. In zijn eentje kwam hij aan in Wetteren, finishplaats en woonplaats. Het jaar daarop klopte hij in de sprint zes medevluchters. In 1943 was hij weer de snelste; de wedstrijd eindigde toen op wielerbaan ’t Kuipke in Gent. Kanttekening: in de oorlogsjaren namen alleen renners uit België deel aan de Ronde.
De Toscaan is de enige renner die de Ronde drie keer op rij op zijn naam schreef. Het leverde hem de bijnaam de Leeuw van Vlaanderen op. Hij dompelde België in rouw door kampioenen als Briek Schotte en Rik van Steenbergen voor te blijven. ‘Ik had een Vlaming kunnen zijn’, verklaarde hij later. ‘Kasseien waren mijn biotoop.’ Smet op het blazoen: vermoedens van banden met een fascistische militie. Bewijs ontbrak.
De nu 79-jarige sprinter uit Ledegem bereikte niet de populariteit van de grote concurrenten uit zijn tijd. Veel Belgen zagen liever renners als Eddy Merckx of Frans Verbeeck de Ronde winnen. In 1971 ontbrak Leman op de deelnemerslijst. Op 28 maart van dat jaar botste hij met zijn toenmalige vrouw naast hem op weg naar de Amstel Gold Race in dichte mist op een auto met daarin de ploeggenoten Erik en Roger De Vlaeminck. Marie-Louise Leman-Pauwels vloog door de voorruit en kwam om het leven; ze was 21.
Nog een Leeuw van Vlaanderen, maar nu van eigen bodem. Onder de vleugels van ploegleider Patrick Lefevere begonnen Museeuws grootste successen. Als Belgisch kampioen won hij zijn eerste Ronde door Frans Maassen in een sprint te kloppen. Hij stond maar liefst acht keer op het podium, met naast de drie overwinningen drie tweede plaatsen en twee keer een derde plek. In 2015 riepen oud-winnaars hem uit tot de beste renner in de geschiedenis van de wedstrijd. Dat hij in het verleden doping had gebruikt, droegen ze hem niet na.
In zijn eerste drie Ronden belandde de Bom van Balen nog buiten de top 20, maar in 2005 voelde hij het gewicht van zijn voormalig ploeggenoot bij Quick-Step. Johan Museeuw was een jaar eerder gestopt en had hem benoemd tot zijn opvolger. Boonen klopte Andreas Klier en Peter van Petegem. Na zijn tweede zege ging het enkele jaren moeizamer in Vlaanderens Mooiste, maar in 2012 triomfeerde hij op het hertekende parcours met de finish in Oudenaarde.
De hardrijder uit Zwitserland had in 2006 al Parijs-Roubaix op zijn naam geschreven. Het duurde even voordat hij liet zien de hellingen van de Ronde ook goed aan te kunnen. In 2013 liet hij Jürgen Roelandts en Peter Sagan achter op de Paterberg, een jaar later klopte hij drie Belgen in een sprint. Maar vooral de editie van 2010 was spraakmakend. Cancellara loste Tom Boonen op de Muur van Geraardsbergen met zo’n gemak dat er later verdenkingen rezen over een verborgen motortje. Bedrog is nooit aangetoond.
Ze wisten in 2020 beiden niet zeker wie er had gewonnen. Het verschil tussen Van der Poel en Wout van Aert was op de streep in Oudenaarde na een beklijvende sprint nauwelijks waar te nemen. Voor de Nederlander was die zege het begin van een reeks klinkende resultaten. Vanaf dat jaar stond hij op het podium: drie keer eerste, twee keer tweede, één keer derde. Niet Van Aert, maar Tadej Pogacar wierp zich op als zijn belangrijkste opponent. De Sloveen won twee keer.
De aankondiging, afgelopen woensdag, leek op een 1 aprilgrap, maar klopte wel degelijk: olympisch kampioen Remco Evenepoel debuteert in de Ronde van Vlaanderen. ‘Vlaanderen, zijn jullie er klaar voor? Zie jullie zondag’, verkondigde hij op sociale media. De 26-jarige Belg was al meermaals gesignaleerd op het parcours, maar zowel zijn ploeg Red Bull-Bora-Hansgrohe als de renner zelf ontkende telkens dat hij aan de start zou staan.
Zijn deelname schroeft de toch al hooggespannen verwachtingen voor een spectaculaire editie van de Ronde verder op. Evenepoel treft de topfavorieten Tadej Pogacar (twee overwinningen) en Mathieu van der Poel (drie zeges), terwijl Wout van Aert de afgelopen week liet zien dat hij zijn topvorm weer te pakken heeft. De organisatie rekent op een miljoen toeschouwers langs de weg.
Evenepoel wordt meteen tot de kanshebbers gerekend. Met twee zeges in Luik-Bastenaken-Luik bewees hij klassiekers waarin het op en af gaat aan te kunnen. De Aerokogel van Schepdaal kan op vlakkere stukken zijn capaciteiten als tijdrijder uitspelen; denk aan de laatste 13 kilometer vanaf de Paterberg naar de finish in Oudenaarde. Het gedrang voor en op de Vlaamse hellingen zou hem dan weer minder goed liggen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant