Wolf Dit jaar kwamen er voor het eerst in jaren minder meldingen van wolven binnen bij organisatie Bij12. Of er simpelweg minder wolven zijn of betere maatregelen om ze op afstand te houden, is niet duidelijk.
Schapen achter een wolvenraster in Doldersum in 2024.
Er zijn voor het eerst sinds jaren minder wolven gemeld. In het eerste kwartaal van dit jaar kwamen er 255 meldingen binnen; vorig jaar waren dat er in dezelfde periode nog 385. Dat blijkt uit cijfers van Bij12, dat voor provincies de wolvenpopulatie in kaart brengt.
Niet achter elke melding schuilt ook daadwerkelijk een wolf. Van de 255 meldingen kon tot nu toe in 112 gevallen worden bevestigd dat het ook daadwerkelijk om een wolf ging. Drie meldingen bleken geen wolf te zijn; de rest is nog in onderzoek. Vorig jaar was rond deze tijd al van bijna vierhonderd gevallen duidelijk dat mensen écht een wolf hadden gezien.
Bij12 houdt ook bij hoe vaak er een incident met een wolf wordt gemeld. Vorig jaar was dat 1.079 keer; nu.nl, dat een eigen analyse van de cijfers van Bij12 heeft gemaakt, komt iets hoger uit, op 1.112. Mogelijk zijn hierbij gevallen meegenomen waarbij niet vaststaat of de wolf de schade aanrichtte of bijvoorbeeld een hond.
Uit de analyse van nu.nl blijkt dat bij de grote meerderheid van de incidenten geen beschermende maatregelen, zoals wolfwerende hekken, waren genomen. Of deze waren niet goed uitgevoerd, waardoor de wolf toch bij de dieren kon komen. In de omgeving van Putten, op de Veluwe, werden de meeste incidenten geteld: 133. In acht gevallen stonden aangevallen dieren daarbij achter een voldoende beschermende omheining.
„Voor de schadevergoeding maakt dat niet uit”, zegt Meije Gildemacher, woordvoerder van Bij12, vanochtend tegen NRC. „Bij12, dat de schade afwikkelt namens provincies, doet altijd een schouw, maar preventiemaatregelen zijn geen voorwaarde voor vergoeding.” Die krijgen dierhouders zodra Bij12 heeft vastgesteld dat er een wolf in het spel was.
Dat het aantal wolvenmeldingen is afgenomen, wil niet per se zeggen dat er ook minder van in Nederland zijn. Een betere bescherming tegen aanvallen kan de afname ook verklaren. Een andere mogelijke oorzaak is dat er vorig jaar voor herten en zwijnen meer eikels en beukennoten te vinden waren, waardoor die populaties ook groter waren, zegt ecoloog Hugh Jansman van de Wageningen Universiteit tegen ANP. „Als er in het wild genoeg voedsel beschikbaar is voor de wolf, wijkt deze minder snel uit naar landbouwdieren.”
Wolven die in Nederland leven, eten vooral wilde zwijnen, reeën en edelherten, blijkt uit onderzoek van de universiteiten van Leiden en Antwerpen waar NRC eerder over schreef. Het aandeel ‘schaap’ in het dieet van de wolf verschilt per regio, maar ligt over het algemeen laag. „Bij de Veluwse wolventerritoria gaat het om 5 procent van het dieet, in Drenthe om 10 procent”, zei Kevin Groen, een van de onderzoekers van de Universiteit Leiden.
Ook kan het zijn dat de afname in het aantal wolvenmeldingen een vertekend beeld geeft, doordat mensen minder vaak een melding doen als ze denken een wolf te hebben gezien. En wolven zijn nog steeds bang voor mensen, ook nu ze vaker met elkaar in contact komen.
Wolven die al op jonge leeftijd mensen hebben gezien, zijn iets minder schuw, maar de dieren hebben door de eeuwen heen geleerd dat mensen hun vijand zijn. Ecoloog Jansman zei eerder al eens in NRC: „Wij zijn in hun ogen nog altijd de top dog. En elke diersoort wil altijd nog liever een maaltijd missen dan een maaltijd zijn.”