Nifemi Marcus-Bello kaart onderwerpen aan als het dumpen van afval op het Afrikaanse continent, de politiek rondom het delven van grondstoffen en het uitbuiten van arbeiders. „Design uit Lagos moet er anders uitzien dan design uit Amsterdam.”
Toen Nifemi Marcus-Bello veertien was en zomervakantie had, zette zijn moeder hem op een dag af bij een groep lassers onder een brug in Lagos. „Las maar een bad voor me”, zei ze. Het was haar opgevallen dat haar zoon nieuwsgierig was naar hoe dingen gemaakt worden, dus bedacht ze deze informele stage voor hem. Eerst mocht hij alleen meekijken met de lassers, na een paar weken begon hij als leerling mee te draaien. Drie maanden lang, ook toen het bad – een ingewikkelde constructie van een stalen frame rond een bestaand bad – allang af was, ging hij vrijwel dagelijks naar die plek onder de brug.
Nu, op zijn 38ste, komt zowel metaal als handwerk nog steeds terug in alles wat hij maakt, of het nou in serie gemaakte krukjes of lampen zijn of werk dat richting conceptuele kunst gaat, want Marcus-Bello beweegt zich moeiteloos tussen kunst en design. „Ik denk dat kunst en design elkaar versterken”, zegt hij in een videocall. Hij is in zijn atelier in Lagos, waar hij woont met zijn vrouw en hun twee jonge kinderen. In de stellage achter hem liggen kunstboeken opgestapeld. „Kunst is mijn hart, het commerciële werk is mijn brein. Ik kan ze allebei niet missen.”
Zijn werk kaart altijd onderwerpen aan als het dumpen van afval op het Afrikaanse continent, de politiek rondom het delven van grondstoffen in Afrika en het uitbuiten van Afrikaanse arbeiders. „De manier waarop hij zijn achtergrond connect met zijn werk, maakt hem een bijzondere verschijning in de designwereld”, zegt Guillaume Schmidt, een van de oprichters van het Nederlands streetwearmerk Patta, waarvoor Marcus-Bello de winkels in Amsterdam en Lagos ontwierp. „Een groot talent”, noemt hij hem. „Dat hij een intelligente en fantastische persoon is helpt ook mee.”
Sinds hij negen jaar geleden zijn eigen designstudio oprichtte – nmbello Studio – is Marcus-Bello’s werk aangekocht door musea als MoMA in New York, Design Museum in Londen en LACMA in Los Angeles. Eind deze maand is voor het eerst het kunstwerk te zien dat hij maakte in opdracht van modeontwerper Dries Van Noten, die dan zijn ‘fondazione voor craftmanship’ opent in een palazzo in Venetië. Op de aankomende Salone del Mobile in Milaan, de belangrijkste designbeurs ter wereld, laat hij producten zien die hij gemaakt heeft in opdracht van een Oezbeekse stichting rond het thema brood.
Op zijn site staat een lange lijst nominaties en prijzen. Een kleine greep: tijdschrift Monocle riep hem in 2023 uit tot ‘Emerging designer of the year’. Vorig jaar won hij de ‘speciale vermelding’ bij de Craft Prize van modehuis Loewe. En dit jaar zat hij bij de laatste zes voor de ‘Designer of the Year’-prijs van Wallpaper Magazine. Dat tijdschrift noemt hem „een van de belangrijkste creatieve stemmen van zijn generatie”.
Daybed (2025), onderdeel van Act III van de Oríkì-serie
De afgelopen drieënhalf jaar werkte hij aan een kunstproject genaamd Oríkì. Een onderzoek naar drie metalen, dat resulteerde in drie tentoonstellingen die tussen 2023 en 2025 te zien waren in galerie Marta in Los Angeles én een boek dat afgelopen oktober uitkwam. „In dit project komen veel vragen samen die al jaren in mijn hoofd zitten”, zegt hij.
Het eerste deel, Act I, draait om brons. Als uitgangspunt nam hij de Benin-bronzen: de duizenden bronzen beelden en wandpanelen die de Britse bezetters in 1897 roofden uit het koninklijk paleis in het toenmalige Koninkrijk Benin, nu Nigeria. Werken die tussen de dertiende en negentiende eeuw speciaal voor de koning gemaakt waren om voorouders te eren en belangrijke gebeurtenissen vast te leggen. Het was een van de grootste koloniale kunstroven uit de geschiedenis en de werken kwamen terecht in musea en privécollecties over de hele wereld. De laatste jaren zijn de Benin-bronzen veel in het nieuws omdat ze door steeds meer landen gerepatrieerd worden. Nederland gaf vorig jaar 119 geroofde objecten – 113 uit de Rijkscollectie en zes uit de collectie van de gemeente Rotterdam – terug.
Marcus-Bello ontwierp van brons bankjes met zachte, golvende vormen. Hij werkte samen met bronsgieters uit Benin City, die nog altijd met de giettechniek werken waarmee de Benin-bronzen ook gemaakt zijn. De vingerafdrukken van de ambachtslieden zijn duidelijk te zien in de bankjes. In vrijwel alle artikelen die over Nifemi Marcus-Bello geschreven zijn, wordt zijn ‘menselijke touch’ geroemd. „Daar ben ik heel bewust mee bezig”, zegt hij. „We leven in een extreem digitale wereld waar alles mechanisch aanvoelt en weinig emotie heeft. Ik wil dat je aan mijn werk kunt zien dat het gemaakt is door mensenhanden. Ik geloof dat je er dan een emotionele band mee kunt opbouwen.”
Hij kwam op het idee om in Act II met aluminium te werken door de „bergen en bergen” tweedehands aluminium die hij elke keer als hij in Lagos naar de markt gaat tegenkomt. „Oude auto’s, elektronica, blikjes. Allemaal afkomstig uit Europa en de VS.” Toen hij zelf een tweedehands auto gekocht had die gerepareerd moest worden, leerde hij een groepje gieters kennen die schroot omsmelten zodat ze auto-onderdelen kunnen maken die niet meer geproduceerd worden. Samen met hen maakte hij bankjes, tafels, sokkels en een kamerscherm waarin ze vormen verwerkten die vaak voorkomen bij auto-onderdelen, zoals kegels en schijven.
Act III zoemt in op koper. „Afrika heeft véél koper. Maar het blijft hier niet. Veel Afrikaanse grondstoffen verlaten meteen het continent en worden ergens anders geraffineerd en verwerkt, waarna wij het weer moeten terugkopen. Toen ik een tijdje in Zambia woonde, een van de landen waar het meeste koper vandaan komt, was koper daar duurder dan in de VS.”
Selah Lamp 1.0 (2019)
TM Bench with Bowl (2023), Act II, Oríkì-serie
LM Stool (2018)
In Act III zit een ‘daybed’ van koper waaraan een kaarsenstandaard is bevestigd . Een verwijzing naar de vrijwel dagelijkse stroomstoringen in Lagos. „Je hebt hier nooit 24 uur per dag elektriciteit”, zegt hij, „dus kaarsen zijn geen decoratieve objecten, maar pure noodzaak.” Elementen die refereren aan het dagelijks leven in Lagos zitten in al zijn werk. „Ik ontwerp dingen die Nigeria een identiteit geven. Ik ben er namelijk heilig van overtuigd dat design uit Lagos er heel anders uit moet zien dan design uit Amsterdam. Of dan design uit Japan.” In Act III zit ook een koperen hoofdsteun geïnspireerd op een houten versie die door nomadische boeren in West-Afrika werd gebruikt om te slapen.
Marcus-Bello’s vader is architect, opgeleid in Italië. Hij bouwde huizen en kantoorgebouwen in Nigeria. „We hadden veel boeken in huis over Afrikaans design en Afrikaanse architectuur. En ik zag mijn vader vaak schetsen.” Zelf begon hij al jong met tekenen. Stripboeken vooral. „Véél stripboeken. Ik pushte mezelf om elke week een heel stripboek te tekenen.”
Zijn vader verliet het gezin toen Marcus-Bello acht was, pas sinds kort heeft hij weer goed contact met hem. Zijn moeder, advocaat, moest elk dubbeltje omdraaien om haar drie zoons in haar eentje op te voeden. Toch kon ze Marcus-Bello op zijn zeventiende naar het Verenigd Koninkrijk sturen om daar zijn A-levels (vergelijkbaar met het Nederlandse vwo-diploma) te halen.
Hij omschrijft zichzelf als een „terrible student” op de middelbare school. Hij was alleen goed in de creatieve vakken en wiskunde („want daar komt ook creativiteit bij kijken, er is nooit één manier om bij het juiste antwoord te komen”). Na die A-levels deed hij het basisjaar van een designopleiding. „Ik kreeg les over literatuur, kunstgeschiedenis en textiel en was opeens een van de beste studenten in de klas.” Hij twijfelde tussen een studie kunstgeschiedenis en architectuur. Tot een vriend hem meenam naar de open dag van de opleiding industrieel ontwerpen aan de universiteit van Leeds. „I was blown away. Ik wist meteen: hier moet ik zijn. Het was technisch, maar er was ook veel ruimte om te experimenteren.”
In die periode werd zijn moeder benoemd tot de Nigeriaanse ambassadeur in Zambia. Marcus-Bello reisde op en neer tussen Leeds en Zambia. In Zambia liep hij een zomer lang stage bij een edelsteenbewerker. „Daar praatten we hele dagen over materialen, niet alleen koper, maar bijvoorbeeld ook goud, smaragden en diamanten die in West-Afrika gewonnen worden, maar hier amper beschikbaar zijn. Vanaf dat moment was ik geobsedeerd door dat onderwerp.”
Zijn moeder stimuleerde hem van jongs af aan om een creatief pad te kiezen. „Extreem ongebruikelijk in Lagos, zeker in die tijd. Toen ik industrieel ontwerpen studeerde vroegen mensen in Nigeria steeds aan me wat ik daarnaast nog meer zou gaan studeren. Het werd niet gezien als een serieuze carrière-optie.”
Na het afronden van zijn master kreeg Marcus-Bello een paar banen aangeboden in het Verenigd Koninkrijk. Maar zijn gevoel zei dat hij terug moest naar Lagos. „Iedereen vond dat onbegrijpelijk. Er was toch helemaal geen designscene in Lagos? Eén vriend zei dat ik mijn kansen vergooide.”
Die vrienden hadden deels gelijk: er wás inderdaad geen designscene in Lagos toen hij terugverhuisde. „Er bestond geen enkele designstudio in Nigeria. In heel West-Afrika niet. Echt geen enkele. Toch zei mijn intuïtie dat ik er moest zijn.” Om geld te verdienen werkte hij een paar jaar voor architectenbureaus en elektronicabedrijven. Bij het Nigeriaanse hoofdkantoor van het Chinese telecombedrijf Tecno Mobile stuurde hij een tijdje een team van ontwerpers aan dat betaalbare telefoons ontwierp voor de Afrikaanse markt. In 2017 besloot hij dat het tijd was om voor zichzelf te beginnen.
„De eerste twee jaar verdiende ik vrijwel niks. Ik gaf heel veel presentaties aan bedrijven. Ik moest bij elke pitch uitleggen wat design kan toevoegen; hoe het je identiteit kan versterken. Op een gegeven moment ben ik mezelf maar opdrachten gaan geven en gewoon producten gaan maken.”
Zo kwam in 2018 de LM Stool – ‘LM’ refereert naar de initialen van de geldschieter dankzij wie Marcus-Bello het eerste prototype kon maken – tot stand. „Ik deed al een tijdje onderzoek naar productiemogelijkheden in Lagos. Op een dag klopte ik aan bij een fabriek die van plaatmetaal behuizingen voor elektriciteitsgeneratoren maakte. De meeste fabrieken gooiden de deur meteen dicht als ik me voorstelde, maar hier bleken ze wel open te staan voor een samenwerking met een ontwerper.” Met als uitgangspunt de mogelijkheden en de beperkingen van de assemblagelijn van die fabriek, ontwikkelde hij een kruk – of eigenlijk meer een bijzettafeltje – gemaakt van twee metalen platen. Een gebogen plaat die als poot fungeert, met daar bovenop een platte plaat met ronde hoeken. Hij bracht ’m uit in verschillende felle kleuren. In 2019 volgde de Selah Lamp, een lamp, een kruk en een boekenplankje in één, gemaakt van datzelfde plaatmetaal.
Nifemi Marcus-Bello in zijn werkplaats in Lagos
Het eerste succes kwam toen hij foto’s van die twee producten mailde naar de eigenaren van Lichen, een toen net geopende designwinkel in het New Yorkse Brooklyn die hij online voorbij had zien komen. „Een zwarte jongen en een Aziatische jongen van mijn leeftijd, de ontwerpen die ze verkochten waren niche en interessant. Ze mailden meteen terug.” Het begon klein: ze bestelden drie lampen. Die waren binnen twee dagen uitverkocht. Vervolgens zetten ze de vijf LM Stools in de winkel die Marcus-Bello ook had meegestuurd, terwijl ze die eigenlijk niet besteld hadden. „Daar werd goed op gereageerd in Lagos, dus ik dacht: let’s see.” Die krukjes waren in één dag uitverkocht. Daarna volgden grotere bestellingen. Én media-aandacht, vooral voor de LM Stool. In 2021 noemde de Britse Vogue het „the next cult interiors purchase”.
In zijn boek over de Oríkì-serie schrijft Marcus-Bello dat mensen Afrikaanse kunstenaars nooit serieus hebben genomen: „Ze zien ons niet als mensen die een bijdrage kunnen leveren aan intellectuele discussies op wereldniveau.” Afrika is vooral een inspiratiebron, schrijft hij.
„Als je bijvoorbeeld Picasso’s werk goed bekijkt, zie je duidelijk dat hij inspiratie uit kunst uit Mali, Congo en Nigeria heeft gehaald”, zegt hij nu. „Toch heeft hij dat altijd ontkend. Dat durfde hij te zeggen omdat veel objecten uit Afrika anoniem zijn. Wat mij betreft is het documenteren van onze designgeschiedenis een van de belangrijkste thema’s waar we ons als designers op dit continent nu mee bezig moeten houden.” Daarom drong hij bij zijn uitgever aan op een boek. „De boeken die mijn vader vroeger had over Afrikaanse architectuur en design zijn allemaal door Europeanen en Amerikanen geschreven. En in die boeken stond ook nooit wie die voorwerpen en gebouwen ontworpen had.”
Patta-winkel, Amsterdam.
In 2018 startte hij A Designer’s Utopia, een researchproject dat Afrikaans design bewaart in een online archief. De kwali, bijvoorbeeld: een kartonnen display waarop straatverkopers snoep aan de man proberen te brengen in het verkeer. „Wat mij betreft een van de beste Afrikaanse ontwerpen aller tijden. Maar we zullen nooit weten wie het bedacht heeft, want dat is nooit gedocumenteerd.”
Inmiddels heeft Lagos overigens wel degelijk een designweek, de eerste editie was in 2019. „Het staat allemaal nog in de kinderschoenen”, zegt Marcus-Bello. „Maar het gaat echt de goede kant op met de designscene. Ik begeleid regelmatig jonge mensen die met ontwerpen willen beginnen. De komende jaren ga je veel talent uit Lagos zien.”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden