Op de grootste autobeurs van Zuidoost-Azië loopt het deze week storm bij de fabrikanten van elektrische auto’s. Die verwachten een verdubbeling van de verkopen dankzij de oorlog in Iran. ‘Nu de brandstofprijzen stijgen, raken ook de twijfelaars overtuigd.’
is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont in Indonesië.
‘Ik zoek een goedkopere manier om naar mijn werk te rijden’, zegt de 37-jarige Thitima Chumtavee op de jaarlijkse autobeurs in de Thaise hoofdstad Bangkok. Met een afvinklijstje in haar hand bekijkt de serieuze dame een glimmende Geely EX 2, de best verkochte elektrische auto in China. Design: schattig. Prijs: 11 duizend euro. Rijbereik: 400 kilometer. ‘Ik rij nu 80 kilometer per dag in een Honda HR-V, maar de prijs van diesel blijft maar stijgen.’ Haar enige bedenking: ‘Wat als mijn vader dringend zorg nodig heeft en de batterij is bijna leeg?’
Zo dubben deze week ruim anderhalf miljoen bezoekers op de grootste autobeurs van Zuidoost-Azië. In de reusachtige hal domineren de Chinese fabrikanten van elektrische auto’s zoals BYD, Geely, Chery, GAC, Jaecoo en Changan. Westerse en Japanse automakers zijn ook paraat, maar die trekken duidelijk minder belangstelling.
Want na vijf weken oorlog in Iran kijken veel Thai anders naar hun vertrouwde en geliefde pick-up – nergens ter wereld rijden zoveel lichte trucks rond (Toyota Hilux, Isuzu D-Max) als in Thailand. Universeel inzetbaar, onverwoestbaar en tot voor kort voordelig in gebruik. Maar wie nu nog diesel wil tanken, moet geluk hebben en 30 procent meer betalen.
‘Ja, de verkoop gaat prima!’, jubelt Chery-directeur Jim Li op zijn drukbezochte stand met glanzende auto’s en fotomodellen in glitterjurken. Hij wijst naar een zee van tafeltjes waar klanten een cappuccino en een verkoopcontract krijgen aangeboden. ‘We hebben in vijf dagen drieduizend auto’s verkocht.’ Van de compacte Q tot de grote vierkante terreinwagen V23. In mei opent Chery een fabriek in Thailand waar 80 duizend auto’s per jaar kunnen worden gemaakt, naast nieuwe fabrieken in Vietnam, Indonesië en Maleisië. Li: ‘Veel Aziatische consumenten hebben al ontdekt dat elektrische auto’s prima rijden en betaalbaar zijn. En nu de brandstofprijzen stijgen, raken ook de twijfelaars overtuigd.’
Azië was al bezig met een indrukwekkende inhaalslag op het gebied van elektrisch autorijden. Ruim de helft van alle nieuwe auto’s in China is inmiddels elektrisch, gevolgd door Singapore (45 procent), Vietnam (40), de EU (25), Thailand (22) en Indonesië (15). De VS (10) en Japan (3) bungelen onderaan. Thailand ontwikkelt zich tevens tot een belangrijk productieland voor elektrische voertuigen. Omdat daar al zestig jaar auto’s worden gefabriceerd en omdat de overheid de transitie naar elektrisch actief stimuleert met belastingvoordelen en subsidies. De Iran-oorlog versnelt die ontwikkeling.
‘Wij rijden sinds kort elektrisch’, zegt een ouder stel bij de BYD-stand. ‘Maar nu nog onze vrienden en familie!’ Omdat die ver weg in de provincie wonen, is het stel uit Bangkok op pad gestuurd om modellen en prijzen te noteren. Een bebaarde vijftiger die het interieur van een Chery V23 bewondert: ‘Ik rij dagelijks 300 kilometer als meubelverkoper, maar de laatste tijd kon ik nauwelijks nog diesel krijgen voor mijn Ford Everest.’ Voornaamste drijfveer om over te stappen, zo blijkt uit een rondgang: kosten besparen. Elektrisch rijden is nu per kilometer vijf keer zo goedkoop. Over duurzaamheid hoor je niemand op de beurs in Bangkok.
Midden in die miljoenenstad, voor de deur van een vestiging van het nationale elektriciteitsbedrijf, laadt de 55-jarige Thanarat een nieuwe Honda e:N1 op. ‘Deze auto is van mijn werk’, zegt de verzekeringsadviseur. ‘Het is een test en het bevalt prima. Maar je moet wel af en toe een uur opladen.’ Privé blijft Thanarat liever in zijn Toyota Camry met benzinemotor rijden. ‘Ik ga in het weekend graag de stad uit met mijn gezin. Stel je voor dat je dan geen laadpaal kunt vinden!’
Volgens universitair docent Yossapong Laoohual (King Mongkut Technische Universiteit) is die vrees inmiddels achterhaald. ‘Er zijn inmiddels meer dan tienduizend laadpalen langs doorgaande wegen.’ Hij verwacht dat dit jaar 40 procent van alle nieuwe auto’s in Thailand elektrisch zal zijn. ‘Dat is dus een verdubbeling van het aandeel ten opzichte van 2025.’
Hij prijst de overheid die sinds 2022 de overstap naar elektrisch stimuleert. ‘Maar dat geldt alleen voor auto’s, er moet nog veel meer gebeuren om ook het aandeel elektrische motorfietsen, vrachtwagens en bussen te verhogen.’
De oorlog in Iran, verwacht Laoohual, heeft op korte termijn een positief effect op de verkoop van elektrische voertuigen, maar op langere termijn dreigen stijgende grondstof- en logistieke kosten en een verminderd consumentenvertrouwen. ‘Dat is allemaal slecht nieuws voor ondernemers en voor de werkgelegenheid.’ Voor het milieu is er volgens hem wel winst te verwachten: ‘Zestig procent van de elektriciteit in Thailand wordt opgewekt in gascentrales, die zijn een stuk efficiënter en schoner dan vele dieselmotoren.’
Op de populaire stand van Chery trekt directeur Li een ernstig gezicht als de Iran-oorlog ter sprake komt. ‘Nee, daar ben ik helemaal niet blij mee.’ Niet alleen omdat veel mensen in de Golfregio momenteel lijden, stelt hij, maar ook omdat de oorlog een mondiale verstoring veroorzaakt. ‘Fijn dat we nu extra auto’s verkopen, maar die klanten hebben ook recht op een gedegen servicenetwerk en dat zijn we nog aan het opbouwen. De trend naar elektrisch rijden was er al, daar hebben we geen oorlog voor nodig.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant