Als in een reusachtige bouwdoos liggen de onderdelen van het voormalige Zuiderstrandtheater uit Scheveningen op een opslagterrein in Oss. Eind 2026 herrijzen ze als theaterzaal aldaar: hergebruik als duurzame innovatie in de bouwsector.
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
‘Kijk, dit zijn de vloeren en trappen, en dat de gevelpanelen van de toneeltoren’, zegt Menno Rubbens van architectenbureau Cepezed. Hij wijst op stapels betonnen platen, gerangschikt rond een tent vol stalen vakwerkliggers, balken en kolommen, glasplaten en houten vensters. Het volledig gedemonteerde Zuiderstrandtheater, dat van 2014 tot 2021 in Scheveningen stond, ligt op een opslagterrein aan de rand van Oss; de stad waar het eind 2026 zal herrijzen als de grote zaal van theater De Lievekamp.
De betonnen platen zijn nat van de regen, en op sommige groeit mos. ‘Daar gaat straks de hogedrukspuit over’, zegt Ferry Pleiter van sloopbedrijf Lagemaat, dat het gebouw heeft gedemonteerd en de opslagplaats beheert. ‘Op deze kolom’ – hij wijst op een exemplaar bedekt met een korrelige schuimlaag – ‘zat brandwerende verf; die krijgt een nieuwe coating. Verder is het materiaal prima in orde. Bij het demonteren hebben we elk element nagelopen op beschadigingen en voorzien van een code, gekoppeld aan een digitaal model van het gebouw.’
Rubbens klapt zijn laptop open en toont met een 3D-tekening hoe alle onderdelen als een puzzel in elkaar passen. Doorgaans worden dit soort betonplaten vergruisd; in het beste geval eindigen ze als puin onder een snelweg. De stalen elementen worden meestal omgesmolten. Dat kost veel energie en veroorzaakt een berg CO2-uitstoot. De bouwindustrie moet het slimmer aanpakken, door te werken met de gebouwen en materialen die er al zijn, stelt de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) in een pas uitgebracht rapport.
Daarop vooruitlopend schreef de gemeente Den Haag in 2021 een aanbesteding uit voor de circulaire ontmanteling van het Zuiderstrandtheater. In dezelfde periode werkte Cepezed aan een plan voor de uitbreiding van theater De Lievekamp in Oss. ‘We zagen: dat pand past precies op de plek voor de aanbouw’, zegt Rubbens.
Hij stelde aan zijn opdrachtgever voor om het Zuiderstrandtheater over te nemen. De theaterdirecteur – afkomstig uit Scheveningen – kende de zaal en was meteen enthousiast. Ook de gemeente Oss, die duurzaamheid hoog op de agenda heeft, stemde in. Zo wonnen ze de aanbesteding in Den Haag.
Het theater is er een in een reeks innovatieve projecten die Cepezed realiseert, complete gebouwen worden hergebruikt. Het begon toen het Rijksvastgoedbedrijf in 2013 een aanbesteding uitschreef voor de tijdelijke rechtbank in Amsterdam. Die moest vijf jaar meegaan, van hoogwaardige kwaliteit zijn (kogelvrij, braakwerend, representatief) maar de vraag was ook: voorkom verspilling.
Terwijl concurrenten een tijdelijk pand van bouwmodules voorstelden, bedacht Cepezed samen met bouwbedrijf Du Prie een ‘permanent’ gebouw dat tijdelijk als rechtbank zou dienen. ‘We werkten met staal en glas, waarbij we losmaakbare verbindingen ontwierpen. Dus niet lassen of verlijmen, maar schroeven. De materialen hielden we in eigendom, waardoor we een flinke korting konden geven op de bouwprijs. We waren de goedkoopste aanbieder, maar ook met de hoogste kwaliteit.’
In 2021 heeft Lagemaat de tijdelijke rechtbank gedemonteerd, begin dit jaar is het pand herbouwd als bedrijfsverzamelgebouw in Enschede. ‘We hebben 2.000 ton CO2 bespaard door hergebruik van materiaal’, zegt Rubbens trots.
Zijn bureau Cepezed heeft al vijftig jaar ervaring met het ontwerpen van prefab ‘bouwdozen’. ‘We wilden eerst vooral efficiënter bouwen, maar het bleek ook duurzaam; als je remontabel ontwerpt, kun je de gebouwen immers weer uit elkaar halen en er, zoals met Lego, nieuwe mee maken.’
Om meer van dit soort projecten op te pakken, hebben Cepezed en Lagemaat de gezamenlijke onderneming LCP Circulair opgericht. Om andere bouwende partijen te inspireren, gaan ze in het Gelderse Heerde een circulair centrum bouwen met gebouwelementen uit het voormalige, gedemonteerde, provinciehuis van Arnhem.
Vincent Gruis, hoogleraar aan de bouwkundefaculteit van de TU Delft en voorzitter van het landelijke transitieteam circulaire bouweconomie, denkt dat deze aanpak kansrijk is voor utiliteitsgebouwen. ‘Die verliezen regelmatig hun functie; woningen verplaatsen we niet zo snel. Daarbij zie je dat er vraag is vanuit gemeenten die ‘iets circulairs’ willen. Deze voorbeelden bewijzen dat je dat best kunt organiseren.’
Cruciaal is de organisatie van de materialenopslag. ‘Dit moet je ook ontwerpen’, blikt Rubbens over het opslagterrein in Oss. ‘Waar leg je wat neer, en in welke volgorde, zodat je het straks makkelijk in elkaar kunt zetten? Gelukkig had de gemeente Oss dit weiland ter beschikking. In Deventer hebben we het theaterinterieur opgeslagen in een geklimatiseerde loods. Als je dat niet goed regelt, verworden materialen alsnog tot afval.’
Banken vinden de financiering van tijdelijk vastgoed ‘ingewikkeld’, zegt Rubbens. Cepezed werkt voor dit soort projecten met groenfondsen. ‘Het zou helpen als er een CO2-taks voor nieuwe bouwmaterialen komt, in combinatie met een verlaging van de belasting op arbeid.’ ‘Want demonteren is meer werk dan de sloopkogel loslaten op een gebouw’, zegt Pleiter.
De huidige geopolitieke onrust noopt tot herbezinning over de afhankelijkheid van grondstoffen uit het buitenland. Hergebruik van wat er al is wordt aantrekkelijker, ook doordat de energie- en staalprijzen stijgen. Rubbens: ‘De kosten voor de opslag en demontage van deze bouwmaterialen verdien je nu makkelijker terug.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant