Home

De vader van A. is aanhanger van het Iraanse regime: ‘Ik ben een soldaat van Ali Khamenei, zei hij’

Iraanse vluchteling De vader van A. (19) is lid van de Revolutionaire Garde in Iran. Nadat A. in 2022 werd opgepakt bij een protest, vluchtte ze met hulp van haar moeder naar België. „Ik denk elke dag aan de vrouwen met wie ik vastzat. Wat er met hen gebeurd is, weet ik niet.”

De Iraanse A. (19).

De vader van A. (19) beschouwde de Iraanse opperste leider Ali Khamenei als de perfecte leider. Hij was lid van de Revolutionaire Garde — het militaire apparaat dat de Islamitische Republiek Iran bewaakt en diep verweven is met politiek, economie en veiligheidsdiensten.

Tijdens haar jeugd in hoofdstad Teheran was dat ook A.’s wereld. Ze leerde haar lichaam te verbergen voor mannen, dat menstruatie iets was om zich voor te schamen en dat wie de openbare orde verstoort, de dood verdient.

Via haar moeder — die ze af en toe zag — en via vrijdenkende vrienden begon ze te beseffen dat die wereld niet vanzelfsprekend was. Tijdens de protesten die in 2022 uitbraken na de dood van de 22-jarige Mahsa Amini, ging ze voor het eerst de straat op. Ze werd gearresteerd en gemarteld.

Sinds een jaar woont A. in een stad in België bij familie, waar ze wacht op een verblijfsvergunning. De volledige naam van A. is bij de redactie bekend, maar wordt om veiligheidsredenen niet gepubliceerd.

A. komt aanfietsen bij het hotel waar we hebben afgesproken. Nog voor we binnen zijn, verontschuldigt ze zich: een dringend telefoontje. Vijf minuten later is ze terug. Haar moeder belde vanuit Teheran — voor het eerst sinds het begin van de oorlog. „Het ging heel snel”, zegt A. „‘Hoe gaat het? Goed. En met jou? Ook goed.’” Ze vroeg haar moeder of ze Nowruz ging vieren, Perzisch nieuwjaar. Dat ging ze niet. „Er valt niks te vieren op dit moment.”

Hoe het werkelijk met haar moeder gaat, weet A. niet. Iemand van het regime kan meeluisteren, dus ze houden hun gesprekken cryptisch en kort. De politie is al meerdere keren bij haar moeder langsgekomen — op zoek naar informatie over A., wier naam opdook in politieke groepchats van opgepakte activistische vrienden. Daarom verbrak A. ook elk contact met haar vrienden in Iran. „Ik wil hen niet in gevaar brengen.”

Ze vertelt waarom ze haar verhaal wil delen. „Iraanse vrouwen vechten op zoveel fronten tegelijk: in de samenleving, in detentie en thuis — zoals ik tegen mijn vader moest vechten. Ik ben op een veilige plek. Mijn vrienden, mijn moeder en al die vrouwen in detentie zijn dat niet. Ik moet hun stem zijn, omdat zij zich zelf niet kunnen uitspreken.”

Hoe was het om op te groeien bij een vader die volledig achter het conservatieve islamitische regime stond?

„Toen mijn ouders scheidden, besloot mijn vader dat ik als tweejarige bij hem moest wonen. Juridisch had mijn moeder daar niets over te zeggen, ook al gaf ze me op dat moment nog borstvoeding. Daarna zag ik haar zo nu en dan.  

„Het nieuwe gezin van mijn vader was streng en religieus. Vanaf mijn zesde dwong hij me een maghnaeh te dragen — een hoofddoek die oren, schouders en haar bedekt. Die zat zo strak dat de huid onder mijn kin rood werd en pijn deed, zeker in de zomer, bij 35 graden.

„Op school leerden we dat we ons moesten verbergen voor mannen — dan zou je langer en gezonder leven. Lange tijd geloofde ik dat. Ook menstruatie moest verborgen blijven. Toen ik elf was, op vakantie met de familie, zag ik plotseling bloed bij mijn benen. Ik begon te huilen en wist niet wat ik moest doen. Uiteindelijk liep ik naar mijn tante en fluisterde: ‘Ik heb bloed, wat moet ik doen?’ Zonder dat iemand het zag, stopte ze me een maandverband toe. Er werd nooit meer over gesproken. Sindsdien gaf mijn moeder me bij elk bezoek een pak mee. Soms stelde ik het verwisselen zo lang mogelijk uit, bang dat ik voor het volgende bezoek tekort zou komen.

„Elke ochtend begonnen we op school op de binnenplaats met leuzen scanderen: ‘Dood aan Amerika, dood aan Israël’. Op speciale dagen, zoals de verjaardag van de Islamitische Republiek, verbrandden we de Amerikaanse en Israëlische vlag. Soms maakten we er grappen over. We zeiden tegen elkaar: ‘Bro, we moeten weer „dood aan Amerika” zeggen.’ We wisten hoe absurd het was.”

De ketting die haar moeder A. meegaf toen ze vertrok naar België.

Hoe ontdekte je dat er meer bestond dan deze gesloten wereld?

„Als ik mijn moeder bezocht was alles anders. Haar familie was ontspannen en vriendelijk. Mijn moeder vertelde me dat ik me niet hoefde te verbergen. Op school kreeg ik vriendinnen die thuis veel vrijer waren. Sommige moeders droegen geen hoofddoek of zware zwarte kleding. Ze leken veel gelukkiger dan mijn vader en zijn vrouw. 

„Toen ik vijftien was, begon ik meer te lezen: boeken over mensenrechten, wetenschap, en over Iran vóór de revolutie. Zo besefte ik dat het slaan van vrouwen niet normaal is. Als ik niet binnen zes minuten na school thuis was, vergat te bidden, of mijn hoofddoek niet precies goed droeg, werd ik geslagen.

„Thuis was ik voorzichtig met wat ik zei. Mijn vader noemde Khamenei altijd een perfecte leider. Hij zei dat het goed was dat vrouwen gevangen werden gezet als ze geen hijab droegen. Ik dacht alleen: ben je eigenlijk wel een mens?

„Toen ik hem er een keer op aansprak, zei hij dat hij iemand van het regime zou bellen om me op te halen als ik dat nog eens deed. Dan zou ik mijn huis en mijn moeder nooit meer zien. Ik wist dat hij het meende. Vanaf dat moment zweeg ik over politiek.”

Wanneer verzette je je voor het eerst openlijk?

„Dat was op school. Op de eerste pagina van mijn wiskundeboek stond een foto van de ayatollahs. Ik voelde zoveel woede — op de maatschappij, op mijn vader en zijn familie. Op een bepaald moment deed ik mijn boek open, zag die foto en dacht: dit alles komt door jullie.

„Toen de docent even weg was, scheurde ik de pagina eruit. De meeste klasgenoten moedigden me aan, maar een paar die het regime steunden keken in stilte toe. Ik denk dat een van hen mij heeft verraden aan de schoolleiding, die dreigde mijn naam door te geven aan de overheid — dan zou ik geen examens meer mogen doen.

„In paniek belde ik thuis een vriendin van de basisschool en vroeg haar langs te komen om samen huiswerk te maken. Toen ze binnen was legde ik haar de situatie uit. We wisselden van wiskundeboek, zodat ik op school kon laten zien dat de foto van de ayatollahs er nog in stond. Dat heeft me gered.”

Wanneer ging je voor het eerst de straat op om te protesteren?

„Ik hoorde op school over de dood van Mahsa Amini. Een vriendin liet me een foto van haar in het ziekenhuis zien. Ik was in shock. Diezelfde week sloeg mijn vader me omdat ik niet op tijd had gebeden. Dat gebeurde vaker, maar deze keer, met het beeld van Mahsa Amini in mijn hoofd, voelde het als de druppel.

„In mijn hoofd waren er op dat moment twee mogelijkheden: de straat op gaan om te protesteren, of een einde aan mijn leven maken. Daardoor accepteerde ik het risico. In het Farsi zeggen we: je kunt de zee niet oversteken zonder natte voeten te krijgen.

„Toen mijn vader op zakenreis was, besloot ik samen met vriendinnen te gaan protesteren. We spraken af bij een winkel vlakbij het Kasra Ziekenhuis, waar Mahsa Amini aan haar verwondingen was gestorven.

„Het protest was een nieuwe wereld voor mij. Op straat zag ik vrouwen hun hoofddoek verbranden. Voor het eerst werd er traangas op ons afgevuurd. En renden we voor ons leven — weg van de Basij, de vrijwilligersmilitie die de binnenlandse orde handhaaft.

„In de derde protestnacht ging ik alleen. Plotseling was ik omsingeld door meer dan vijftig Basij. Ze trokken mij en anderen een bestelauto in die eruitzag als een gewone ijscowagen.”

Als het gesprek op haar arrestatie komt, valt ze stil. Even verbergt ze haar gezicht in haar handen. Toch gaat ze verder.

„Na een kort ritje kwamen we aan bij een tijdelijk detentiecentrum. Met ongeveer vijftig vrouwen werden we in een kleine ruimte zonder daglicht gezet. We zaten opeengepakt op de grond. De hele nacht heerste er doodse stilte — ik hoorde alleen het ademen van de anderen. Ik was bang dat we geëxecuteerd zouden worden en deed geen oog dicht.

„De volgende ochtend werden we een voor een apart genomen. In een kamer raakten bewakers mijn lichaam aan en dwongen ze me een bekentenis op te schrijven. Ik schreef alles op over die avond, maar noemde geen van de vrienden met wie ik eerder had geprotesteerd.

„Op de vierde dag mocht ik plotseling gaan — als enige. Waarschijnlijk omdat mijn vader bij de Revolutionaire Garde zit. Hij haalde me op. We reden in stilte naar huis. 

„Thuis gaf hij me een klap in het gezicht. ‘Je beschaamt de hele familie’, zei hij, ‘en geeft blijk van respectloosheid voor onze overheid en onze leider.’ Toen, dreigend: ‘Ik heb veel vrienden bij de Basij. Ze kunnen je zo meenemen — jou en je moeder.’

„In de maanden daarna stopte ik met praten. Op school ging alles door alsof er niets was gebeurd, maar ik vermeed contact en sprak met niemand over wat er in detentie was gebeurd. Thuis hield mijn vader me scherp in de gaten. Ik zorgde dat hij geen enkele reden had om boos te worden: ik bad op tijd, droeg mijn hoofddoek perfect en zweeg.

„Na een paar maanden stond hij toe dat ik mijn moeder weer zag. Ook tegen haar zei ik niets over mijn arrestatie — ik schaamde me diep. Pas een jaar later heb ik het haar verteld.

„Ondertussen gingen de protesten door en breidden ze zich uit. De overheid had meer Basij nodig. Mijn vader ging elke nacht de straat op om demonstranten te arresteren. Trots liet hij me zijn pistool zien. ‘Ik ben een soldaat van Ali Khamenei’, zei hij, ‘en ik zal de mensen oppakken die ons kapot willen maken.’”

Hoe ben je uiteindelijk in België terechtgekomen?

„Toen ik achttien werd, kon ik voor het eerst zonder toestemming van mijn vader naar het buitenland. Mijn moeder regelde een vliegticket naar Istanbul en bracht me naar het vliegveld toen mijn vader begin 2025 op zakenreis was.

„Via Istanbul kwam ik twee maanden later in België aan, bij mijn familie. Ik was uitgeput, en kon bijna niet geloven dat het gelukt was. Tegelijkertijd maakte ik me zorgen om mijn moeder — mijn vader weet waar ze woont.

”Inmiddels woon ik een jaar in België. Voor het eerst leef ik als een normaal persoon — ik heb een vriendje in Nederland en wil mijn leven hier opbouwen. Maar ik denk elke dag aan de vrouwen in Iran, aan degenen met wie ik vastzat. Wat er met hen is gebeurd, weet ik niet.

„Ik hoop op een vrij Iran. Maar zelfs als die vrijheid komt, denk ik aan de oceaan van bloed die dan achter ons ligt — duizenden ouders die hun kind nooit meer terugzien.”

Seksueel geweld in Iraanse gevangenissen

Tijdens de Woman Life Freedom-protesten in 2022 documenteerde Amnesty International seksueel misbruik in Iraanse detentiecentra. Niet eerder zag de organisatie dat op zo’n grote schaal in Iran gebeuren, vertelt Mansoureh Mills, die voor Amnesty onderzoek deed, aan NRC.

Van de 84 arrestanten met wie de organisatie sprak over mishandeling in detentie, meldde meer dan de helft — 45 mannen en vrouwen — seksueel geweld, verspreid over 17 van de 31 provincies. Sommigen van hen verklaarden ook misbruik te hebben gezien bij honderden medegedetineerden. Amnesty sprak daarom van systematisch seksueel geweld. „Gezien de duizenden arrestaties en het feit dat meer dan de helft van de door ons geïnterviewde personen seksueel geweld rapporteerde, geloven wij dat het werkelijke aantal slachtoffers vele malen hoger ligt”, zegt Mills.

Het gedocumenteerde geweld varieerde van groepsverkrachtingen door soms wel tien agenten tot mishandeling met voorwerpen als knuppels en flessen. Arrestanten werden gedwongen zich uit te kleden en kregen elektrische schokken op hun geslachtsdelen.

Volgens Mills diende het geweld drie doelen: demonstranten afschrikken, hen vernederen en hen dwingen tot valse videobekentenissen. Daarin moesten slachtoffers verklaren dat zij kritische berichten op sociale media hadden geplaatst, hun hoofddoek ‘incorrect’ droegen of contact hadden gehad met buitenlandse media.

De Noorse psycholoog Nora Sveaass, voormalig lid van het VN-comité tegen foltering, ziet seksueel geweld bij gewapende conflicten als instrument van onderdrukking — ze verwijst naar rapporten over Congo, Oekraïne en Soedan. „Het is een van de pijnlijkste en meest vernederende vormen van marteling”, zegt Sveaass.

Sinds de Bosnische burgeroorlog (1992-1995) en de genocide in Rwanda (1994) wordt seksueel geweld breed erkend als mensenrechtenschending en oorlogsmisdaad, vastgelegd in VN-resoluties, en er is sinds 2009 een speciale VN-rapporteur voor seksueel geweld in conflictsituaties. Al blijft berechting van de daders nog steeds vaak uit, toch is dat van betekenis, zegt Sveaass. „Erkenning dat het om misdaden gaat, kan bijdragen aan traumaverwerking en het herstel van eigenwaarde bij slachtoffers.”

Mensenrechten

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next