Home

Voor de nieuwe generatie wielrensters is een zesde plek niet genoeg meer

Wielrennen In het vrouwenpeloton maken de ervaren rensters niet langer uitsluitend de dienst uit; steeds vaker strijdt een nieuwe, jonge generatie mee om de prijzen. Talenten als Cat Ferguson (19) en Puck Pieterse (23) gelden zondag tijdens de Ronde van Vlaanderen als gevaarlijke outsiders. „Ik heb geregeld zoiets van: wie ben jij nou weer?” 

Lotte Kopecky won de laatste editie van Milaan - San Remo, gevolgd door de relatief jonge Noemi Rüegg (24, m), Eleonora Gasparrini (24, r) en Puck Pieterse (23, l).

Toen ze voor het eerst mocht meedraaien in het profpeloton, vertelt Babette van der Wolf over haar debuutjaar 2023 in dienst van de Britse Lifeplus Wahoo-ploeg, was ze vooral bezig elke wedstrijd te overleven. De overstap van de junioren naar de Women’s World Tour (WWT) was groot: ineens waren de races twee keer zo lang – in plaats van 60 werd er 130 kilometer gereden – en lag het tempo een stuk hoger. „Vaak finishte ik niet eens”, herinnert de renster zich, die inmiddels uitkomt voor het Amerikaanse EF Education-Oatly.

Aan winnen of strijden om het podium dacht ze al helemaal niet. „De oudere generatie stak er duidelijk bovenuit”, zegt Van der Wolf. Dat is niet verrassend in het wielrennen, waar sporters meestal tussen hun 25ste en 30ste pieken. Ervaren rensters als Demi Vollering, de Belgische Lotte Kopecky en Annemiek van Vleuten kwamen dat seizoen bij elkaar opgeteld 37 keer als eerste over de streep.

Sinds vorig jaar ziet de 21-jarige Van der Wolf echter dat er wat aan het veranderen is in het peloton: om haar heen beginnen de jonkies mee te doen om de prijzen. „Steeds meer komen er jongere rensters naar voren die meteen succes hebben op het hoogste niveau. Eigenlijk zijn de ouderen in het peloton niet veel beter meer dan wij.”

„Je ziet dat jonge meiden sneller de aansluiting vinden met de elite,” zegt ook Lucinda Brand van het Amerikaanse Lidl-Trek, met haar 36 jaar een van de oudere rensters. „Als ik in het peloton rijd, heb ik geregeld zoiets van: wie ben jij nou weer?”

De cijfers in dit nog prille wielerseizoen bevestigen de trend. In de eerste tien WWT-wedstrijden eindigde negen keer een vrouw jonger dan 25 op het podium; méér dan in dezelfde periode in 2025 en 2024. De Ronde van Brugge werd vorige week gewonnen door de negentienjarige Carys Lloyd, Fleur Moors (20) werd tweede in In Flanders Fields (voorheen Gent-Wevelgem) en in de grootste wedstrijd van dit jaar tot nu toe – de klassieker Milaan-Sanremo – eindigden Noemi Rüegg (24), Eleonora Gasparrini (24) en Puck Pieterse (23) achter winnares Kopecky (30) op de plekken 2, 3 en 4.

In het verkeerde jaar geboren

Kopecky is zondag weer een van de favorieten voor de Ronde van Vlaanderen, net als Vollering (29) en Lorena Wiebes (27). Maar de Britse Cat Ferguson wordt, hoewel ze pas negentien jaar oud is, gezien als gevaarlijke outsider. De coureur van het Spaanse Movistar eindigde vorig seizoen als negentiende in haar eerste Ronde van Vlaanderen, werd datzelfde jaar derde in de vrouwenklassieker Trofeo Alfredo Binda en een paar weken geleden vierde in Omloop Het Nieuwsblad. In de vier races sindsdien werd ze 22ste, twaalfde, 21ste en zesde. „Daar ben ik wel een beetje teleurgesteld over”, zegt Ferguson, wat veel zegt over haar ambities.

De negentienjarige Britse renster Cat Ferguson tijdens de etappekoers Setmana Ciclista Valenciana in februari, waarin ze een etappe wist te winnen.

Ook zij ziet hoe haar generatiegenoten doorbreken aan de absolute top. En dat terwijl het niveau van het vrouwenwielrennen de afgelopen jaren hard omhoog is gegaan. Veteraan Brand vertelt dat ze in Dwars door Vlaanderen benen had waarmee ze een paar jaar geleden had meegedaan om de overwinning. Nu moest ze voor de finale al lossen.

Het is dan ook een bijzondere lichting die nu opkomt, zegt de 23-jarige Daniek Hengeveld, die uitkomt voor de Nederlandse ploeg Visma-Lease a Bike. „Ik verzucht wel eens dat ik in het verkeerde jaar ben geboren. Mijn hele generatie reed al heel snel op het hoogste niveau. Ik heb altijd heel veel concurrentie gehad.”

Volgens Ferguson zijn er simpelweg meer jonge rensters dan vroeger in het peloton en maken ze elkaar beter. „Als je net komt kijken, ben je niet de enige meer die moet leren hoe het eraan toe gaat in het profpeloton.” Sowieso is er tegenwoordig veel meer kennis beschikbaar, zegt de Britse renster: over hoe je moet trainen, wat je moet eten en wat de beste set-up van je fiets is. „Al die informatie helpt om sneller beter te worden.”

Ook beleidsveranderingen van wereldwielerbond UCI hebben een groot effect gehad. Met de invoering van een minimumloon in 2020 begon het vrouwenwielrennen zes jaar geleden aan een enorme ontwikkeling. Er kwam professionelere begeleiding, beter materiaal en hogere salarissen. Tegenwoordig verdient elke renster op het hoogste niveau minimaal 38.000 euro per jaar, genoeg om zich volledig op de sport toe te kunnen leggen.

Dat was in de jaren daarvoor wel anders, zegt de dertigjarige Teuntje Beekhuis, die rijdt voor het Noorse Uno-X Mobility. „Mijn eerste contract in 2018 was meer een soort onkostenvergoeding en dekte de kosten niet eens.” Beekhuis betaalde haar sport met haar studiefinanciering. „’s Ochtends werkte ik aan mijn scriptie en ’s middags had ik een koers op WWT-niveau.”

Van jaloezie over de goede contracten van tegenwoordig is geen sprake, zeggen de rensters van de oudere generatie. „Deze meiden doen er alles voor, dus ze verdienen het”, zegt Beekhuis. Wel verbaast ze zich af en toe. „Ze gaan tegenwoordig als junioren [onder de achttien jaar, red.] al op hoogtestage, dat deed ik pas op mijn 25ste. Als ploeg hebben we een eigen chef mee, maar soms lusten ze iets niet. Ik was vroeger al blij als er pasta bij het buffet stond.”

Keerpunt voor de sport

De snelle professionalisering van het vrouwenwielrennen heeft niet alleen positieve effecten. Onder de top is de situatie kritiek, stelde The Cyclist Alliance (TCA), een vakbond voor vrouwelijke coureurs, vorig jaar vast na hun jaarlijkse enquête onder vrouwenprofs. Het gat tussen de WWT en de niveaus daaronder wordt te groot, zowel qua salarissen als qua niveau, en meer dan de helft van eerste- en tweedejaars profrensters twijfelt of ze niet moeten stoppen met wielrennen uit financiële nood, concludeerde TCA. De vakbond sprak van een keerpunt voor de sport.

Het grote probleem is dat ploegen op de lagere niveaus het financieel moeilijk hebben en dat er weinig wedstrijden zijn voor vrouwen in de beloftecategorie (onder 23 jaar), waardoor de mogelijkheden voor rensters om zich geleidelijk te ontwikkelen beperkt zijn. Daar moet snel wat aan gebeuren, beamen de jonge rensters. „Het mannenwielrennen kent zoveel races voor de beloftecategorie dat bijna elk profteam een ontwikkelingsploeg heeft. Bij de vrouwen zijn er elk jaar maar een paar”, zegt Ferguson.

Haar eigen carrièreverloop heeft wat dat betreft niet geholpen, zegt de Britse renster, die als een van de weinigen succesvol de directe overstap van de junioren naar de profs maakte. „Nu denken sommige junioren dat als ze niet diezelfde stap maken, dat ze niet goed genoeg zijn.” Maar als je pas achttien bent, zegt Ferguson, heb je nog veel tijd om jezelf te ontwikkelen.

Daniek Hengeveld voor de start van In Flanders Fields vorige week.

Volgens Hengeveld hebben ploegen daar steeds meer aandacht voor. „Ik kan een weekend in dienst van Marianne [Vos, red.] rondrijden en leren hoe de koers werkt, zonder dat er direct een resultaat van mij wordt verwacht.” Brand is bij Lidl-Trek teamgenoot van de twintigjarige Fleur Moors uit België, die afgelopen weekend in Wevelgem tweede werd, en zag hoe zij de tijd kreeg zich te ontwikkelen. „Van Fleur wisten we vorig jaar al dat ze goed genoeg was, maar ze werd bewust niet altijd opgesteld.”

Babette van der Wolf vindt zichzelf een mooi voorbeeld van een renster die wat langer de tijd nodig heeft. Ze koos in 2023 bewust voor een ploeg op een lager niveau om zich te ontwikkelen, maar werd vanwege financiële problemen bij dat team direct opgesteld in alle grote wedstrijden. „Ik had toen geen keus, maar ik had liever een mix gehad van wedstrijden op het hoogste en op lagere niveaus.”

Ze weet inmiddels dat ze geduldig moet zijn, zegt Van der Wolf, al motiveert het om te zien hoe goed leeftijdsgenoten als Ferguson al zijn. „Op zo’n niveau rijden, is ook mijn droom.” Van der Wolf, alweer bezig aan haar vierde jaar als prof, wordt door haar ploeggenoten wel eens „het oude brein” genoemd, zegt ze. „Soms vergeet ik zelf wel eens hoe jong ik nog ben. Dan moet ik mezelf eraan herinneren dat als ik naar de top wil groeien, ik daar nog jaren de tijd voor heb.”

Wielrennen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next