Opvoeding Natuurlijk wil Eva Marie de Waal haar drie zonen opvoeden tot empathische, emotioneel volwassen mannen. Maar, merkt ze, achterhaalde ideeën over mannelijkheid leven ook buiten de manosphere voort en planten toxische zaadjes in de jongenshoofden.
Berichten over de manosphere, de serie Adolescence, borden met ‘Mothers educate your sons’ – als moeder van drie zonen raken ze mij allemaal ergens in mijn middenrif. Want ik probeer natuurlijk mijn kinderen op te voeden tot empathische wezens en emotioneel volwassen mannen. Binnen de vier muren van mijn huis lijkt dat redelijk te lukken. Maar erbuiten wordt er nog steeds vaak iets anders van ze gevraagd.
Ook goede vrienden slaan mijn zonen op de schouders of geven ze een boks, waar meiden knuffels krijgen. Er wordt met ze gevoetbald en gestoeid waar verzuchtingen op volgen als: ‘Écht jongens, hè? Wát een energie. Echt testosteron.’
Je kan met mijn kinderen ook kletsen over hoe ze zich voelen. Je kan ze complimenten maken over hun haar of kleding of ze vragen of ze even op je baby kunnen passen. Dat kunnen ze. Echt. Maar ze moeten er wel de kans toe krijgen.
Voor mijn boek Zonen. Over opgroeiende jongens in een wereld vol verwachtingen, interviewde ik 29 bekende en onbekende moeders van zonen. Alle ouders die ik sprak en spreek lopen met dezelfde vragen rond. Ze willen graag een tegengif zijn tegen de toxische masculiniteit die schijnbaar ieder moment hun zoon kan meesleuren in een draaikolk van misogynie en gevaarlijke internetfiguren.
Maar hoe doe je dat? Hoe maak je ze bewust van hun privileges maar zorg je dat ze wel ruimte durven in te nemen? Hoe laat je ze hun mannelijkheid vormen als het begrip ‘mannelijkheid’ opnieuw vorm moet vinden in de wereld waarin ze leven?
In reactie op mijn boek kreeg ik een interviewaanvraag van een vrouwenorganisatie. Het gesprek zou gaan over hoe mijn boek zich verhoudt tot het feminisme en of het niet al genoeg over jongens gaat. Hatsa. Stoelriemen vast, dacht ik.
Net als in het vliegtuig waarmee ik en mijn drie zoons van 13, 11 en 6 jaar ons laatst over de wereld verplaatsten. Achter ons zat een Australische moeder met drie dochters tegen wie ze de hele reis schreeuwde of ze soms „the screens of their fucking i-pads” moest ‘smashen’. Naast ons zat een kleuter met vliegangst die op de paar momenten dat ze sliep na, in een krijsende paniekaanval zat. Voor ons zaten twee pubermeisjes zich goed hoorbaar te ergeren aan dit alles.
Mijn zonen en ik hielden ons stil. Wel maakte mijn middelste zoon zich bij iedere scheldkanonnade van de Australische moeder meer zorgen om het welzijn van haar dochters, vroeg mijn jongste zoon zich af waarom de ouders van de kleuter met de paniekaanval haar eigenlijk meenamen in een vliegtuig en was mijn oudste zoon bang dat onze lawaaierige medepassagiers zouden horen wat de pubermeisjes over hen zeiden.
Ik vond dat mijn zonen een behoorlijke dosis empathie en zelfbeheersing toonden tussen het geweld van de hen omringende, toevallig allemaal, vrouwspersonen.
Toen trok een vrouw schuin voor mij haar trui uit. Op haar bovenarm stond in getatoeëerde zwarte blokletters te lezen: FUCK BOYS.
Dit is een slecht want nogal lukraak voorbeeld waarvan het doortrekken naar algemeenheden alleen maar mank kan gaan. En toch is dit precies hoe ik de wereld ervaar voor mijn kinderen op dit moment.
Mijn zoon won een potje schaken op school en toen zijn tegenstander verhaal kwam halen liep dat uit de hand. Hij belde of ik naar school kon komen met de woorden: „Dat stomme kind heeft me gewoon midden in mijn gezicht gestompt.” Wie, vroeg ik. Er volgde een naam van een meisje uit zijn klas. Want meisjes schaken ook. En kunnen soms niet tegen hun verlies. En zijn soms agressief – geheel tegen de verwachting die we van meisjes hebben in, godzijdank.
En wat verwachten mensen van mijn zonen? Precies dát gedrag. Na de vraag „Heb jij kinderen?” volgt zo goed als altijd de vraag: „En, wat zijn het?” Ik antwoord dan altijd het liefst „het zijn drie varkentjes”. Maar wanneer ik zeg „drie jongens”, volgt negen van de tien keer een schrikreactie: „O! Jeuzus! Echt?!? ZO! Gaat het? Heftig! Breken ze je huis niet af?” Of een meelevend: „Had je graag een meisje gewild?” Voor iedereen die van plan is een van deze dingen ooit tegen een moeder van zonen te zeggen: doe het niet.
Wellicht is dit hoe veel jongens lijken te zijn: druk en wild. Het is misschien zelfs hoe jongens vaak zijn, door ofwel aanleg, ofwel socialisatie, of, meest aannemelijk: een combinatie van die twee. Maar het is óók: hoe er naar ze gekeken wordt. En wat doet die blik?
Later vertelde mijn zoon dat hij een tweede klap had weten af te wenden door het meisje een duw te geven, waarna zij tegen een kast viel. Het meisje was gaan huilen en het gros van de klas had zich over haar ontfermd, niet over hem. Hij kreeg een icepack.
Het meisje was ergens in een lokaal apart gezet om ‘even bij te komen’. Mijn zoon vroeg zich vanachter zijn icepack verdwaasd af of het nu ineens zijn schuld was, dit voorval? Het meisje werd niet geschorst, dat zou pas gebeuren wanneer ze zich een tweede keer zou misdragen. Alle drie mijn kinderen zijn ervan overtuigd dat, waren de rollen omgedraaid geweest, mijn zoon geschorst zou zijn. We zullen het nooit weten.
Wat mij opviel, was dat mannen die ik over het voorval vertelde met soortgelijke verhalen uit hun eigen jeugd kwamen. Het meest verbaasde ik me erover hoe goed ze zich die allemaal nog herinnerden. Want het maakt indruk, een klap in je gezicht. Van welke gender afkomstig doet niet heel erg ter zake.
Ook dát beeld, dat jongens zo makkelijk zijn – „die geven elkaar gewoon een stomp en dan is het over” – is misschien niet helemaal in overeenstemming met alle werkelijkheden.
We vertellen ze dat wel; dat het allemaal wel meevalt, ze het er wel naar gemaakt zullen hebben, en dat ze geen meisjes mogen slaan, wat ook zo is! Maar dat jongens een stomp in hun gezicht gewoon aan moeten kunnen, dat is niet iets wat jongens per se zo voelen. In ieder geval niet tot wij ze dat hebben geleerd.
Voor iedereen die tandenknarsend toeziet hoe derden toxische zaadjes planten bij hun zonen dat ze sterk, stoer, onaantastbaar en emotieloos ‘horen’ te zijn, geen tranen of gevoelens mogen tonen in het openbaar, er op een bepaalde manier uit moeten zien, zich op een bepaalde manier moeten gedragen, meisjes of seks moeten hebben, van voetbal moeten houden, druk, heftig, ongeconcentreerd, beweeglijk en onstuitbaar moeten zijn: jullie zijn niet gek.
De boks, de stomp tegen de schouder, de aansporingen om je groot te houden – tot er ergens een omslagpunt komt en er ineens van ze verwacht wordt dat ze in staat zijn tot zachtheid en empathie. Dat is een dubbele moraal waarin we jongens gevangen houden en waar we veel schade mee veroorzaken.
Tegelijkertijd is er wel ook iets aan de hand. De jongensalarmklok wordt veelvuldig geluid; jongens doen het slechter op school, komen vaker in de problemen, stromen minder vaak door naar hoger onderwijs, en hebben in toenemende mate moeite om werk te vinden. Het UNESCO Global Education Monitoring Report heeft de achterblijvende schoolresultaten van jongens op de agenda staan. Jonge vrouwen kampen twee keer zo vaak met mentale problemen als jonge mannen. Maar mannen lopen er wel veel vaker alleen en langer mee rond, wat wereldwijd resulteert in hogere zelfmoordcijfers onder jongens en mannen.
Dit zijn geen opbeurende statistieken voor mijn huishouden. Tel daar de alarmerende berichten over dreigend daderschap en ten prooi vallen aan de manosphere bij op en depressie lonkt.
Bijna alle jongens en mannen tussen 16 en 29 zijn bekend met het gedachtengoed van misogyne internetberoemdheden. Verschillende onderzoeken in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Australië laten zien dat gemiddeld tussen de 10 en de 30 procent van de onderzochte jongens en jonge mannen dit gedachtengoed in meer of mindere mate aanhangt. In een artikel in The Guardian komt naar voren dat een derde van de jongens van Gen Z vindt dat hun vrouw hen zou moeten gehoorzamen.
Overheden zijn volop in actie aan het komen, gelukkig. Het Verenigd Koninkrijk hanteert sinds vorig jaar, voor zowel basis- als middelbaar onderwijs, nieuwe richtlijnen voor het vak Sex and Health Education. Het vak werd uitgebreid met lessen in consent, respect voor vrouwen en het herkennen van misogyne content op internet. Hoera. Nederland heeft sinds dit jaar een soortgelijk onderwijsprogramma aan het curriculum van elfjarigen toegevoegd. Ik kwam een filmpje tegen waarin een docent een klas de stelling ‘Vind jij dat vrouwen minder recht hebben om buitenshuis te werken dan mannen’ voorlegt. Voordat de kinderen hun hand opsteken om voor of tegen te stemmen leggen ze allemaal hun hoofd op tafel, zodat ze niet om zich heen kunnen kijken. Om te voorkomen dat de antwoorden van de grootste groep worden gekopieerd.
Het filmpje bracht bij mij een herinnering boven aan de seksuele voorlichting die ik kreeg op dezelfde leeftijd, ergens in de jaren 90. Deze had deels de vorm van zelfverdedigingslessen voor de meisjes terwijl de jongens buiten mochten spelen. De impliciete boodschap: seks is gevaarlijk voor meisjes en jongens gaat dat niet aan. Niet ideaal. Hopelijk zijn de huidige modules effectiever. Ze zijn in ieder geval meer gezamenlijk.
Ik weet niet hoeveel we bereiken met nog meer waarschuwingen voor de manosphere. Laten we in plaats daarvan gezamenlijk onze zonen klaarstomen tot stabiele persoonlijkheden die niet ontvankelijk zijn voor de ideeën van figuren als influencer Andrew Tate.
De meesten van ons kunnen daar wel wat hulp bij gebruiken. Mij zou het bijvoorbeeld helpen als buiten de vier muren van mijn huis mijn kinderen niet meer de hele tijd horen hoe heftig, beweeglijk, druk en ‘echt jongens’ ze zijn. Zoals meisjes voorheen maar één keer hoefden te horen dat ze niet zouden kunnen rekenen om zichzelf af te schrijven als wiskundige, zo hoeven jongens dit maar één keer te horen om te denken dat ze met dit gedrag wellicht vervelend doen maar godzijdank wel ‘normaal’ zijn.
Als we meer emotioneel volwassen mannen in de wereld willen, zullen we jongens in een vroeg stadium moeten leren wat dat inhoudt en hen er veel mee moeten laten oefenen op een moment dat ze nog fouten mogen maken.
Ver voor de lesmodules voor elfjarigen beginnen moeten we jongens vragen hoe ze zich voelen, hun leren daar woorden aan te geven, hen zich laten uitspreken over wat ze wensen, daarover leren te onderhandelen en leren dat onderhandelen betekent dat je niet altijd je zin krijgt. We moeten ze leren te praten over waar ze bang voor zijn, om hulp te vragen, samen te werken en zorg te dragen voor zichzelf, anderen, hun omgeving. Dit alles benoemen als sterk, krachtig en machtig. En niet hun ondertussen het gevoel geven dat echte mannen nog steeds niet huilen. En vooral communiceren dat dit alles niet bijzonder is ‘voor een jongen’, maar normaal en noodzakelijk.
Gedrag dat we goedpraten omdat jongens ‘nou eenmaal zo zijn’ (stiltes, zogenaamde desinteresse, meegaandheid afgewisseld met plotselinge eisen of woede-uitbarstingen) moeten we gaan zien als een teken dat iemand een essentiële life skill nog niet onder de knie heeft. Als je het nog niet kan, niet erg, dan heb je gewoon nog wat oefening nodig. En dat geldt natuurlijk net zo goed voor meisjes.
Als we daar als samenleving verantwoordelijkheid voor nemen en de emotionele volwassenheid van jongens onderdeel maken van het curriculum, hoeven we misschien ook wat minder bang te zijn als een jongen tijdelijk flirt met een misogyne internetkneus.
Toen ik twee jaar geleden begon met de interviews voor mijn boek waren er behoorlijk wat moeders die nog nooit van de manosphere gehoord hadden. Inmiddels is ‘manosphere’ uitgeroepen tot ‘woord van 2025’. Antwoorden op de vraag: ‘Wat zou jij doen als je zoon deze ideeën zou aanhangen’ varieerden. Herma Krabbé: „Precies zeggen wat je ervan denkt”. Willemijn van Lochem: „Daar moet je toch niet aan denken!” Renate Gerschtanowitz: „Dan zou ik echt wel even een paar intensieve gesprekken met ze hebben over wat ze daar dan zo in aantrekt.”
Maar er waren ook ervaringsdeskundigen die vertelden hoe moeilijk het is als dit gedachtengoed zich in het hoofd van je zoon genesteld heeft. Als de overtuiging er eenmaal is dat wat in de krant staat niet waar is, Andrew Tate onterecht beschuldigd is en de aantijgingen tegen hem een complot zijn.
Het voor mij verlossende antwoord kwam van moeders die een plotselinge interesse in de manosphere van hun zonen al achter de rug hadden. Annette Barlo: „Ik ben er met een gestrekt been ingegaan maar achteraf denk ik dat dat helemaal niet nodig is geweest. Het is vanzelf overgegaan en net zoals Minecraft en Brawlstars van de ene op andere dag in het bakje ‘kinderachtig’ terechtgekomen.”
De cijfers laten óók zien dat 70 tot 90 procent van de jongens níét op een lijn zit met het gedachtengoed van de manosphere. Zelf zou ik wel wat meer willen horen over wat hén beweegt, inspireert en hoe en waarom zij weerstand bieden tegen een schijnbaar dominante subcultuur die voor alledaags ongemak makkelijke antwoorden biedt uit de vorige eeuw.
Vrouwenrechten zijn relatief jong, 150 jaar geleden zag het leven er voor vrouwen (en mannen) diametraal anders uit. Je kan de levens van vrouwen niet zo ingrijpend veranderen zonder de levens van mannen mee te laten veranderen. Dat is deels gebeurd, maar slecht in de markt gezet. De verandering is door veel mannen opgevat als inleveren: zij mag meer dus ik mag minder. Uit die gedachtegang komt onvrede voort. Vragen als ‘wie er aan de beurt is’ om ruimte erbij te krijgen. Alsmede de vraag aan mij ‘of het niet al genoeg over jongens gaat’.
Als het gaat over all round mens mogen zijn, betekent ruimte voor de een níét automatisch minder ruimte voor de ander. Hoe meer beperkende opvattingen over mannelijkheid, vrouwelijkheid en alles daartussenin we kunnen lozen, hoe meer ruimte er komt, voor iedereen.
Een paar weken na het schaakincident kwam mijn zoon in conflict met een ander meisje. Hij had haar dik genoemd en dat werd, terecht, hoog opgenomen. Vlak voor ik het gesprek met de directrice en de ouders van het meisje inging kwam mij ter ore dat iemand over mij had gezegd dat ‘ik het toch niet zou begrijpen, omdat ik geen dochter heb’.
Ik bevond mijzelf tijdens het gesprek in een dubbele spagaat. Waarin ik poogde te bewijzen dat mijn zoon geen fatshamende potentiële vrouwenhater is maar een tienjarige die niet had nagedacht over wat hij zei toen dit meisje expres zijn hoelahoep stopte terwijl hij zijn record aan het verbreken was. Tegelijkertijd probeerde ik iedereen aan tafel ervan te overtuigen dat ik, ondanks dat ik geen dochter heb, op dit onderwerp niet gediskwalificeerd hoefde te worden.
Ik putte hoop uit de reactie van mijn zoon toen ik hem herinnerde aan de moordende schoonheidsidealen waar mensen aan onderworpen worden, dat ieder lichaam mooi is en nooit beoordeeld hoeft te worden en al helemaal niet ongevraagd. Toen ik hem vroeg of hij, als hij zich dat herinnerd had op dat moment, dit ook tegen dat meisje gezegd zou hebben, antwoordde hij uit de grond van zijn hart: „Nee! Natuurlijk niet…”
Dit gaf mij de misschien ijdele hoop dat deze nieuwe generatie het ‘jongetjes tegen de meisjes’-verhaal eindelijk een keer achter zich laat.
Ook al heb ik geen dochter, ik wil óók dat we met zoveel mogelijk mensen zijn om geweld tegen vrouwen te stoppen. Ik vrees dat we met het beschuldigen van opgroeiende jongens, ‘Fuck Boys’-tatoeages en ‘Mothers educate your sons’-borden ongewild een hoop van die mensen kwijtraken. (En als dit bord dan toch de straat op moet, zou er ‘Parents’ op moeten staan.)
Waar de manosphere voor staat is niet nieuw. Het was zelfs heel lang mainstream. Dat we het kunnen veroordelen, bekritiseren, ridiculiseren en ons ertegen kunnen organiseren is met recht een grote stap vooruit te noemen.
Een volgende stap op die weg is niet meer angst verspreiden maar tegengif. Tate en de zijnen het signaal geven dat we ze als samenleving wel kunnen hebben. De grote meerderheid van de jongens die niets met deze types te maken wil hebben meer aandacht geven. En het opheffen van die vreemdsoortige dubbele moraal waar we jongens een leven lang ‘klein’ mee houden.
Eva Marie de Waal is schrijver, actrice, theater- en podcastmaker. Dit essay schreef zij naar aanleiding van haar recent verschenen boek Zonen. Over opgroeiende jongens in een wereld vol verwachtingen.