De Laatste Bladzijde Voor Trijnie Beukman was het olifanten, olifanten, olifanten. Specifiek die in het dierenpark in Emmen. „We zullen haar missen”, schreven de medewerkers in hun rouwadvertentie in Dagblad van het Noorden, met ernaast het silhouetje van een olifant.
Olifantje Annabel in dierenpark Emmen, 1966.
Trijnie Beukman kon fluisteren met olifanten. Dat is in elk geval wat mensen over haar zeggen. „Héél zachtjes praatte ze dan”, zegt Rieks Scheve, gepensioneerd hoofdverzorger van het dierenpark in Emmen. Decennialang zag hij haar gemiddeld zo’n twee keer per week rond het olifantenverblijf. „Zelfs als je naast haar stond kon je het bijna niet horen. Dan kwamen ze naar haar toe. ‘Ben jij een lieve olifant’, vroeg ze dan. ‘Ja hè, je bent een lieve olifant.’”
Ze was een bijzondere bezoeker van het dierenpark Wildlands in Emmen. Dat blijkt wel uit de rouwadvertentie die voor Trijnie Beukman is geplaatst in het Dagblad van het Noorden, ondertekend door de medewerkers van het dierenpark. „Dat doe je natuurlijk niet zomaar voor iedereen die hier wel eens komt”, zegt persvoorlichter Hanneke Wijshake. Ze was „een trouwe en zeer betrokken bezoeker”, staat in de advertentie. „En groot liefhebber van onze olifantenkudde. Wij zullen haar missen.” Linksonder staat het silhouetje van een olifant afgedrukt.
Het was olifanten, olifanten, olifanten voor Trijnie, zegt haar vriend Meint Dekker. Ze waren collega’s in het verzorgingstehuis. Dekker was daar hoofd van de economische administratieve dienst, Trijnie was hulp in de keuken en deelde het eten uit aan de bewoners.
Later was Trijnie interieurverzorger, met eigen regels. Was de kamer te vol zodat er weinig bewegingsruimte was, dan kreeg de bewoner een gele kaart. Na twee keer volgde een rode kaart. „Ik leerde Trijnie zo’n twintig jaar geleden kennen. De laatste vijftien jaar werd de vriendschap intensiever omdat, nou, Trijnie was, hoe noem je dat, een beetje beperkt. Daarom zijn we haar gaan helpen.”
Trijnie woonde volledig zelfstandig, Dekker hielp haar bij de administratie. „Ik heb nog nooit iemand bijgestaan die zo’n opgeruimde administratie had, alles ging in een mapje. Dat was de andere kant van haar beperking, alles moest op een bepaalde manier.” Misschien pasten de olifanten daarom ook wel zo goed bij haar, denkt hij. „Groot, trouw, een goed geheugen. Ze had echt een bijzondere relatie met die dieren.”
In haar huis verzamelde ze honderden beeldjes, knuffels en posters van de tientonners. Als een soort olifantenmuseum. Op foto’s van haar in Wildlands, met op de achtergrond de olifanten, is ze te zien met een rugzak met daarop een fotoprint van een olifant.
Trijnie Beukman in het dierenpark, op haar verjaardag in 2014.
In het boek over het 90-jarig bestaan van het dierenpark staat een zwart-witfoto van het olifantje Annabel, dat op 20 mei 1966 in Emmen aankomt. Rieks Scheve: „Ze was maar een meter en vijf centimeter hoog toen ze bij ons kwam.” Scheve werkte er op dat moment een jaar. Op de flanken van het dier, dat vrij door het dierenpark wandelende, staat met kalk geschreven: NIET VOEREN. Het fotobijschrift komt van Trijnie. „Door Annabel kreeg ik een warm gevoel voor alle olifanten, wat ik nog steeds heb.” Alle olifanten, maar specifiek die in Emmen.
Vanuit Groningen, waar Trijnie woont, reisde ze twee keer per week met het openbaar vervoer naar Emmen. Tuurlijk, daar bezocht ze ook wel de ijsberen en de giraffen, en de leeuwen vond ze ook leuk, maar niets kon op tegen de olifanten.
Henry Hoekstra, een van de olifantenverzorgers in Wildlands, kende haar uiteraard goed. „Als je de olifanten ging doen, dan kreeg je Trijnie erbij.” Hij vertelt dat ze notitieboekjes bijhield met alles wat er maar te weten viel over de olifanten. Geboortedatum, stamboom, als ze het kon ontdekken hun gewicht, wat je maar kon bedenken. „Als je dan een presentatie gaf en je had een datum verkeerd, dan liet ze dat later wel even weten.”
Al haar geld ging naar olifanten, zegt Hoekstra. „Als een van de olifanten jarig was, dat wist ze natuurlijk, kwam ze met een pot pindakaas of een zak rozijnen. Rond Sinterklaas gaf ze ook gedichtjes, om voor te lezen aan de olifanten.” Dichter bij Emmen woonde wilde ze niet, want dat was duurder dan Groningen, en dan zou er minder geld overblijven voor de olifanten. Ze adopteerde namelijk ook weesolifantjes via Stichting Vrienden van de Olifant. Op de Facebookpagina van die organisatie: „Trijnie was bijna 25 jaar lang als peetouder betrokken bij de weesolifantjes. In die jaren heeft zij maar liefst 42 weesolifantjes gesteund, ondanks dat ze het zelf niet breed had. Ze was enorm betrokken bij haar ‘kinderen’, zoals zij de weesjes liefdevol noemde.”
Op een dag, ruim een halfjaar geleden, realiseerden ze zich in Emmen dat ze Trijnie al een tijd niet hebben gezien. Hanneke Wijshake belde haar. „Ze zei dat het even niet zo goed ging met haar gezondheid, lopen ging moeizaam en het koude weer hielp niet. Ze hoopte heel erg dat ze in het voorjaar weer kon komen”, zegt ze. Het mocht niet meer zo zijn.
Hoekstra herinnert zich dat hij in november 2024 een bericht van Trijnie op Facebook las. „Die maand waren twee dagen na elkaar twee olifantenkalfjes overleden, door het olifantenherpesvirus. Dat was een vreselijke klap voor Trijnie”, zegt hij. „Ze schreef dat ze de eerste was die naar ze toe zou komen.”
Trijnie is 76 jaar oud geworden, ze laat 28 olifantenkinderen achter.