Home

Yanar Mohammed, een van de moedigste personen in Irak, is vermoord

Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Jenne Jan Holtland over de stille moord op een belangrijke Iraakse feminist.

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Een oorlog is, behalve een menselijke tragedie en een verspilling van belastinggeld, ook een rookmachine die alles eromheen aan het zicht onttrekt. Alleen de oorlog telt. Nu het oorlog is in Iran, is de rookontwikkeling onstuitbaar. Voor gebeurtenissen in de regio die losstaan van de oorlog, moet je als nieuwsconsument lang en hard zoeken. Journalisten hebben een bouwlamp nodig om er wat licht op te krijgen.

Eén van de tragedies die achter de rook is blijven hangen, is de brute moord op de 66-jarige Yanar Mohammed. Die naam zegt u waarschijnlijk niks, en dat is jammer, want ze was een van de dapperste mensen in Irak. Ze was de oprichter en drijvende kracht van de Organisatie van Vrijheid voor Vrouwen in Irak, afgekort OWFI. In de kleine Iraakse mensenrechtenwereld was ze een grootheid. Op 2 maart, dag drie van de oorlog, werd ze voor haar woning in Bagdad doodgeschoten.

Aan de naam van haar organisatie viel het – bewust – niet af te lezen, maar Yanar zette zich behalve voor vrouwen ook in voor lhbti’ers. Transpersonen of jonge gays (m/v) die in Irak werden bedreigd, hielp ze aan een safehouse, waar ze veilig waren voor de bedreigingen van familieleden en milities.

Als dit grimmig klinkt: de werkelijkheid was (en is) een treetje of twee grimmiger. Irak is niet alleen een religieus conservatieve maatschappij, het is vooral wetteloos. Wie anders is, of anders wil zijn, daagt ongewild de macht uit. Zo iemand moet je als machthebber logischerwijs bedreigen, opjagen, desnoods vermoorden. Je komt er vrijwel zeker mee weg.

Toen ik een paar jaar geleden een reportage maakte over Iraakse lhbti’ers, ging ik langs bij het kantoor van OWFI in hartje Bagdad. Omwille van de veiligheid zat het verscholen achter een manshoog hek. Yanar was er die dag niet, herinner ik me, een van haar medewerkers wel. Speciaal voor mij had ze vijf jonge lhbti’ers uitgenodigd, ieder met hun eigen huiveringwekkende verhaal. Bijna allemaal leidden ze een dubbelleven. Sommigen waren door hun ouders verstoten.

Twee van hen volgde ik daarna voor deze krant. Ze kregen een pseudoniem en werden door fotograaf Hawre Khalid liefdevol (en onherkenbaar) vastgelegd. Sara, een destijds 20-jarige transvrouw met wie ik twee dagen doorbracht, is inmiddels 22. Als ik haar vraag naar de moord, reageert ze boos en verslagen. Over de daders zegt ze: ‘Het zijn monsters.’

Het verhaal van Yanar begon in 2003, kort na de Amerikaanse inval in Irak waarbij dictator Saddam Hoessein werd verdreven. Yanar keerde terug uit ballingschap (ze woonde in Canada) om haar feminisme om te zetten in daden. Ze zette OWFI op poten om vrouwelijke slachtoffers van eerwraak en huiselijk geweld bij te staan. Op die manier redde ze honderden zo niet duizenden vrouwen het leven.

Westerse diplomaten wisten haar te vinden, ofschoon ze niets moest weten van al te opzichtige vleierij (ze weigerde een nominatie voor een prestigieuze Amerikaanse mensenrechtenprijs). Een diplomaat die haar van dichtbij meemaakte, appt me op voorwaarde van anonimiteit dat Yanar volstrekt autonoom te werk ging. ‘Ze kon enorm tekeergaan tegen de autoriteiten en tegelijkertijd – alle kritiek ten spijt – wél samenwerken met het ministerie van Binnenlandse Zaken in een campagne tegen huiselijk geweld.’

In Irak geldt doorgaans het recht van de sterkste. Mannen maken de dienst uit. Vaker nog: mannen met geweren. Het is niet de bedoeling dat je je in zo’n omgeving wapent met kwetsbaarheid. Toch is dat wat Yanar deed. ‘Ze weigerde om de ‘baas’ genoemd te worden’, zegt transvrouw Sara. ‘Ze zei: we werken hier aan hetzelfde doel, we zijn allemaal gelijk.’ In sommige landen is dat een open deur. In Irak is het ronduit gevaarlijk. Yanar Mohammed heeft ervoor betaald met haar leven.

Source: Volkskrant

Previous

Next