Criminaliteit Eergerelateerd geweld onder Syriërs in Nederland is sterk toegenomen. Vorig jaar werd in Almere het lichaam gevonden van de 24-jarige Boushra, moeder van vijf kinderen. Ze was gevlucht voor haar Syrische man. Maar in de asielopvang wist hij haar weer te vinden.
Herdenkingsplaats in Almere voor de Syrische Bouchra, die vorig jaar zomer werd vermoord.
Boushra klopt op de deur van het kantoortje van het asielzoekerscentrum. Ze wil een medewerker van het COA spreken. Op dat moment woont ze een jaar met haar vier kinderen in de noodopvang in Kampen. Het oude slooppand is met spaanplaten opgedeeld in krappe kamers. Boushra en de kinderen slapen in een ruimte met twee stapelbedden en een metalen kast.
Ze heeft het gevoel dat ze in de gaten wordt gehouden, vertelt Boushra aan de medewerker. Op onverwachte momenten belt haar man, voor wie ze op de vlucht is, vanuit Turkije. Hij weet dan precies waar ze is geweest. Met wie ze heeft gesproken. En hoe ze zich kleedt.
Boushra vermoedt dat een oude buurman uit Syrië, die bij haar op de gang woont, informatie over haar doorspeelt aan haar man. Ze wil dat het COA ingrijpt. Maar het is al te laat. Een paar dagen later staat haar man Omar voor de deur van de opvang in Kampen.
In de zomer van 2025 is Boushra kort landelijk in het nieuws: de politie verspreidt haar foto omdat ze is vermist. Een week later wordt haar lichaam gevonden in het stadsbos van Almere-Poort. Ze is vermoord. Omar geldt als verdachte en is spoorloos. Er is een beloning van 10.000 euro uitgeloofd voor de tip die leidt tot zijn aanhouding.
Voor deze reconstructie benaderde NRC mensen die betrokken waren bij de opvang van Boushra, van wie de achternaam niet wordt vermeld. Enkelen van hen wilden spreken op voorwaarde van anonimiteit. Alle informatie in dit artikel over haar situatie in de opvang is geverifieerd door NRC.
Opvangorgaan COA, meldpunt Veilig Thuis Utrecht en de politie waren in verband met privacyregels en vertrouwelijkheid niet bereid inhoudelijke vragen over de zaak te beantwoorden. In het algemeen zegt Veilig Thuis dat signalen van „dwingende controle”, zoals die in dit artikel worden beschreven, zich „niet altijd zichtbaar” ontwikkelen. „Het kan tijdelijk minder zichtbaar zijn en daarna weer escaleren, soms buiten het zicht van professionals. Dat maakt dat het risico (…) nooit volledig weggenomen kan worden.”
Boushra is niet de enige Syrische die afgelopen jaren slachtoffer werd van eergerelateerd geweld. Een jaar eerder werd de 18-jarige Ryan uit Joure dood gevonden bij de Oostvaardersplassen, haar lichaam vastgebonden en in het water achtergelaten. Haar vader – waarschijnlijk gevlucht naar Syrië – en broers zijn veroordeeld voor hun rol in de moord. Politiecijfers laten een forse stijging zien in het aantal zaken van eergerelateerd geweld onder Syriërs in Nederland, zoals mishandeling, bedreiging of huiselijk geweld, gepleegd om de reputatie van een familie te beschermen.
Uit een reconstructie van NRC blijkt dat Boushra in de periode voorafgaand aan haar dood constant gevaar liep, tweemaal ontvoerd werd en ongewild bezoek kreeg van haar man, die haar tot in de kamers van meerdere asielzoekerscentra terroriseerde. De moord op Boushra laat, volgens deskundigen, zien hoe de bescherming van slachtoffers van eergerelateerd geweld in de Nederlandse asielopvang tekortschiet. Het ‘jojo-beleid’ van de overheid, waarbij tijdelijke opvanglocaties snel worden geopend en gesloten, vergroot volgens hen de onveiligheid. Hulpverleners en vertrouwenspersonen blijven vaak maar kort, waardoor de vertrouwensband met slachtoffers wordt verbroken en signalen van geweld gemakkelijker worden gemist.
Officiële papieren ontbreken, maar het moet rond haar vijftiende zijn geweest wanneer de Syrische Boushra trouwt met haar tien jaar oudere neef Omar. Ze is al gauw zwanger. Ook in Turkije, waar ze enige jaren wonen, maakt hij al de dienst uit, vertelt Boushra achteraf aan hulpverleners. Hij bepaalt met wie ze spreekt, of ze naar buiten mag, wat ze doet. Als hij vindt dat ze niet gehoorzaamt, slaat hij haar of wordt ze opgesloten.
Na jaren vlucht ze met haar kinderen naar Nederland. Ze wordt in de noodopvang in Kampen geplaatst. Op een pasfoto die de politie later verspreidt, draagt Boushra een crèmekleurige hoofddoek losjes om haar zwarte haren. Ze kijkt vermoeid en heeft donkere kringen onder haar ogen. Voor de kinderen is er in het noodgebouw in Kampen weinig te doen. Soms gaat het gezin voor wat afleiding naar een speelcentrum verderop. Daar klauteren de kinderen op klimrekken en spelen ze in het ballenbad. In de kantine kunnen ze patat, chips of ijsjes eten.
Intussen probeert Omar vanuit Turkije controle te houden over zijn vrouw. Hij maakt plannen om naar Nederland te komen, en hier verder te leven als gezin. Hij videobelt Boushra vaak, volgens COA-medewerkers, en dan moet ze laten zien waar ze is en wie er nog meer in de ruimte aanwezig zijn. Hij verbiedt haar om met andere mannen te praten. Van zijn voormalige buurman uit Syrië, die in hetzelfde opvangcentrum woont, hoort hij dat Boushra zich daar niet aan houdt.
Een van Boushra’s vrienden in de opvang is Mohammed. „Toen ze aankwam in Kampen hielp ik haar met wat praktische zaken”, vertelt Mohammed (zijn achternaam is bekend bij NRC maar kan om veiligheidsredenen niet worden genoemd). „We bleken uit hetzelfde gebied in Syrië te komen.” Mohammed doet soms boodschappen voor haar in Kampen. Dan neemt hij ook weleens snoep mee voor haar kinderen.
Wanneer hij op een dag weer snoep komt brengen, is Boushra net aan het videobellen met haar man. Mohammed vertrekt weer. „Maar na een tijdje kwam een van haar kinderen naar me toe met de telefoon”, zegt Mohammed. „Ik moest met zijn vader praten.” Mohammed krijgt een woedende Omar aan de lijn. „Hij bedreigde me en zei dat hij me iets zou aandoen als ik nog één keer met zijn vrouw zou praten.”
Mohammed en Boushra vertellen de medewerkers van het COA over de bedreiging. Als het Omar lukt naar Nederland te komen, zegt Boushra, zal hij haar vermoorden.
Criminoloog Janine Janssen is verbonden aan het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de politie, dat steeds meer zaken van partnergeweld in de Syrische gemeenschap ziet. In 2025 was bij ruim een derde van alle meldingen van eergerelateerd geweld een Syriër betrokken, blijkt uit cijfers van het expertisecentrum. In totaal ging het om 257 Syrische zaken.
In de zaken in asielzoekerscentra die Janssen zelf onderzocht, ging het vaak om vrouwen – van allerlei nationaliteiten – die door hun partner werden mishandeld of bedreigd, een enkele keer om verkrachting of een poging tot moord. Meestal was een gerucht over een mogelijke buitenechtelijke relatie de aanleiding. Als de vrouw alleen is, „gaat iedereen zich met haar bemoeien”, vertelt Janssen. Het vele geroddel in de opvang voedt het wantrouwen bij de familie en partner. Wie is die andere man? Hebben zij soms een verhouding? Deze roddels bereiken de familie of echtgenoot via de app of sociale media. „In sommige landen is het al te veel als je met een andere man gezien bent”, zegt Janssen. „Niet alle hulpverleners hebben dit door.”
Ook wanneer partners samen in een azc verblijven, kunnen problemen ontstaan. Dat vrouwen doorgaans makkelijker contact maken dan mannen kan de relatie op scherp zetten. „Ze zoeken elkaar op voor steun, mannen hebben vaak niks te doen in het azc”, zegt Hilde Bakker, deskundige op het gebied van huiselijk en seksueel geweld, tot haar pensioen vorig jaar verbonden aan Kenniscentrum Movisie. Voor mannen die gewend waren kostwinner te zijn, is dat vaak moeilijk te verteren, zegt Bakker. „Als de vrouw haar draai vindt en de man zijn ei niet kwijt kan, gaat hij grenzen stellen: de vrouw mag de deur niet uit, ze mag niet praten of bepaalde kleding niet dragen.”
Stress, trauma en gebrek aan perspectief versterken volgens Janssen en Bakker die dynamiek. Bakker: „Een doorsnee echtpaar houdt het al amper vier weken in een caravan uit met elkaar. Asielzoekers wonen soms jaren op een kluitje in een azc.” Apart van elkaar vluchten brengt extra risico’s met zich mee, zegt Bakker. „De man kan gaan twijfelen over de eerbaarheid van zijn vrouw.” Dat betekent niet dat het overal misgaat, zegt Janssen. „Maar deze omstandigheden vergroten de risico’s. Juist daarom is het cruciaal dat signalen van dreiging consequent worden opgepakt en dat er continuïteit is in de begeleiding.”
Daar schort het nogal eens aan. Het COA worstelt al jaren met het vinden van nieuwe opvanglocaties en voldoende personeel. De organisatie zakt steeds meer door de „ondergrens”, ziet Janssen: mensen verblijven in grote hallen, boten en gymzalen zonder privacy. „Dit kan de onveiligheid voor vrouwen vergroten.”
Begin 2024 staat Omar voor de deur van de noodopvang in Kampen. Via een mensensmokkelaar heeft hij Nederland weten te bereiken. Zijn komst brengt direct onrust, vertelt Mohammed, die nog steeds met Boushra in het azc zit. Omar heeft aangekondigd dat hij hem iets komt aandoen. Mohammed zorgt dat hij weg is die dag. Omar neemt Boushra haar telefoon af en geeft haar een andere. Hij wil blijven slapen, maar dat mag niet van het COA: nieuwe asielzoekers moeten zich eerst melden in Ter Apel.
De volgende dag komt Omar opnieuw naar Kampen. Boushra heeft medewerkers meerdere keren verteld dat ze bang voor hem is. Opnieuw wil hij blijven slapen. Als dat niet mag, dreigt hij Boushra en de kinderen mee te nemen.
Dat gebeurt eind januari echt: Omar neemt Boushra en de kinderen mee uit Kampen en brengt hen naar Ter Apel, waar hij verblijft.
COA-medewerkers in Ter Apel zien een doodsbange vrouw in haar kamer zitten. Ze horen hoe Boushra in het azc door Omar wordt bedreigd en geslagen. Ze besluiten dat de moeder en de kinderen zo snel mogelijk hier weg moeten. Maar ze worden niet naar een beschermde opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld gebracht. Ze gaan naar een regulier azc, een paar kilometer bij Kampen vandaan. Dat is een veilige plek waar Omar geen weet van heeft, denkt het COA.
Maar een dag later, in de ochtend van 26 januari 2024, heeft Omar Boushra alweer gevonden. Dit keer neemt hij haar en de kinderen mee naar België.
Het COA wil „vanwege de privacy” niet zeggen waarom Boushra destijds niet is overgeplaatst naar een beschermde opvang. Volgens het COA dienen signalen van huiselijk geweld gemeld te worden bij advies- en meldpunt Veilig Thuis, waarna er samen met de politie „vervolgstappen” worden gezet. Maar directeur Liesbeth Kleisen van Veilig Thuis IJsselland, de regio waar Kampen onder valt, zegt dat zij niet betrokken zijn geweest bij de zaak. Het is dus de vraag of het COA de signalen heeft gemeld, iets waar het volgens de meldcode toe verplicht is. Ook op die vraag geeft het COA geen antwoord.
Conny Rijken, Nationaal Rapporteur Mensenhandel, wijst op het structurele tekort aan langdurig beschikbare opvangplekken waardoor steeds nieuwe locaties moeten worden geopend en andere moeten worden gesloten. Hierdoor moeten er steeds nieuwe mensen getraind worden op het herkennen van mensenhandel en andere vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties, zegt Rijken. „En daar is vaak geen tijd voor.” Het ‘rondpompen’ van asielzoekers staat de expertise om geweld in het azc te herkennen en de juiste beslissingen te nemen in de weg. „Ik maak me daar grote zorgen over en denk dat huiselijk en seksueel geweld in de opvang een onderschat probleem is”, zegt Rijken. „De enige remedie is een langdurige vertrouwensrelatie tussen de bewoners, COA en andere hulpverleners.”
Het COA bevestigt dat door het openen en sluiten van locaties, het snelle personeelsverloop en de vele verhuizingen asielzoekers „mogelijk minder goed in beeld zijn”. De woordvoerder benadrukt dat op elke locatie nog steeds twee ‘aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld’ werken.
De omgeving van de Albert Heijn in Almere waar Boushra voor het laatst werd gezien.
Na hun verdwijning in 2024 verschijnen Boushra en Omar later dat jaar opeens weer in Ter Apel. Ze zijn België uitgezet, en willen opnieuw opvang in Nederland. Eigenlijk kan dat niet volgens de regels: Omar heeft net een tweejarig inreisverbod opgelegd gekregen, omdat hij is vertrokken terwijl zijn asielprocedure nog liep. Toch krijgen ze weer opvang. Navraag bij het COA en de IND leert dat het inreisverbod pas ingaat als een asielzoeker helemaal vertrokken is uit de Europese Unie. Dat was bij hem niet het geval, omdat Omar naar België vertrok. Het COA moet hem ondanks het inreisverbod dus gewoon weer opvangen.
Er volgt een nieuwe ronde langs Nederlandse azc’s. Van Ter Apel naar Assen, van Assen naar Zeist. Daar bevalt Boushra begin 2025 van haar vijfde kind. Maar de situatie is niet verbeterd. Veilig Thuis stelt in maart 2025 vast dat Boushra en haar kinderen gevaar lopen. Dit keer worden ze wél in een beschermde opvang geplaatst: in een zogeheten Oranje Huis in Almere. Dat is een blijf-van-mijn-lijf-huis nieuwe stijl: de locatie is niet geheim; het adres staat gewoon online, maar je komt er niet zomaar binnen.
„Het idee is dat vrouwen zich niet hoeven te verstoppen voor de geweldpleger”, zegt Hanneke Bakker, directeur van de opvangorganisatie Blijf Groep. Ze kan niet inhoudelijk ingaan op de zaak, wel op de algemene werkwijze van de opvang. De Blijf Groep vangt jaarlijks zo’n achthonderd vrouwen en kinderen op. Hun bescherming in de huizen wordt afgestemd op het ingeschatte risico. De opvang werkt met kleurcodes. Bij code rood mag iemand niet naar buiten. Dat geldt enige tijd voor Boushra. Maar dat kan niet te lang duren, zegt Bakker. „Je kunt een moeder met kinderen niet eeuwig binnenhouden. Het is hier geen gevangenis. Dus ben je voortdurend aan het afwegen: wat kan iemand aan, wat is verantwoord?”
De opvang kan ook niet voorkomen dat vrouwen zoals Boushra contact blijven houden met hun (ex-)partner. Ze hebben vaak geen andere keuze, ziet Bakker. „In dit soort situaties zijn vrouwen vaak getraumatiseerd en hebben ze lange tijd niet zelfstandig beslissingen mogen nemen. Dan is het verbreken van het contact bijna niet te doen. Of voelt het zelfs veiliger om het contact aan te houden.”
Na een maand lang ‘code rood’ wordt Boushra afgeschaald naar ‘oranje’. Dat betekent dat ze kort naar buiten mag, en van tevoren moet aangeven hoe laat ze weer terug is.
Op donderdagochtend 7 augustus rijdt een grijze Peugeot het parkeerterrein voor de Albert Heijn in Almere op. Omar stapt uit, hij draagt een blauw bomberjack. Hij heeft Boushra gevraagd hierheen te komen, om iets te bespreken. Op camerabeelden die de politie later vrijgeeft, is te zien hoe ze voor de supermarkt verschijnt, met haar kinderen en een vriendin. In haar ene hand een telefoon, in de andere hand een koffiebeker. Ze knuffelt haar kinderen, waar de vriendin die ochtend op zal passen. En ze stuurt nog een appje: „Bid voor me”. Daarna loopt ze het parkeerterrein af. De grijze Peugeot vertrekt kort erna.
Ze zal niet meer thuiskomen. Die middag slaat de politie groot alarm. Het lichaam van Boushra wordt een week later gevonden. Ze bleek kort na haar vertrek om het leven gebracht.
Na de moord laat de Blijf Groep de zaak onderzoeken door een extern bureau. Directeur Hanneke Bakker hoopt dat ervan geleerd wordt. „Op het moment dat een vrouw in de opvang code rood krijgt, moet er meer gebeuren dan alleen haar binnenhouden.” Zolang de geweldpleger vrij rondloopt, is dat geen oplossing, zegt Bakker. „Zo’n dreiging moet aanleiding zijn om met de politie en andere partijen om tafel te gaan, de juiste informatie moet worden gedeeld en samen moet een afweging van de risico’s gemaakt worden.” Ook moet helder worden gemaakt wie ‘de regie’ heeft over de aanpak: dus welke partij waarvoor verantwoordelijk is. „We zien dat dit in de praktijk nog niet altijd gebeurt.”
Ook het COA had dingen anders moeten doen, zegt onderzoeker Hilde Bakker. Er waren duidelijke signalen dat Boushra groot gevaar liep. Het COA had toen direct moeten ingrijpen, zegt Bakker, en Boushra in overleg met de andere organisaties moeten overplaatsen naar beschermde opvang. ,,Een regulier asielzoekerscentrum biedt geen veiligheid als een slachtoffer op deze manier wordt bedreigd.”
Het COA, dat op geen enkele vraag over de zaak inhoudelijk wil ingaan, laat in algemene zin weten: „Het COA neemt de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling erg serieus.”
Omar is direct na de moord gevlucht. Mogelijk is hij terug naar zijn geboorteland Syrië. De kans dat hij daar op verzoek van Nederland wordt gearresteerd is vooralsnog klein. Nederland heeft geen uitleveringsverdrag met Syrië.
In het Oranje Huis hebben ze de hoop nog niet opgegeven. Hanneke Bakker spreekt met politie en justitie om druk te houden op de opsporing. „Degene die dit op zijn geweten heeft is nu misschien weg, maar niet voor altijd. Mensen komen ook terug. En als hij terugkomt, moet hij weten dat dit niet vergeten is.”
Politieonderzoek in Almere, nadat het lichaam van de vermiste Boushra is aangetroffen.