Home

Ruuds motorwerkplaats is voor sommige thuiszitters de ‘laatste strohalm’

Welzijnswerk ‘Als je kunt lassen, kun je werken’, is de filosofie van Ruud van Gorp. In de werkplaats van de Goirlenaar sleutelen thuiszittende tieners en arbeidsongeschikte volwassenen gebroederlijk aan motoren. „Dit is echt m’n passie. Dit, en hard rijden.”

Vince (13) is van school gestuurd. „Daarom zit ik hier.” In de werkplaats van Ruud's Rugzak leert hij hoe een motor in elkaar zit.

Ruud van Gorp (64) geeft na binnenkomst een kleine gele post-it. Vier grote onderwerpen staan er op het papiertje, waarmee het volgens hem „grof verkeerd gaat” in Nederland. Hij wil voorkomen dat hij die in zijn enthousiasme vergeet te vertellen, wanneer hij begint te praten over wat er allemaal gebeurt in deze werkplaats vol motoren en sloopauto’s in Goirle.

Dáár kan hij honderduit over vertellen. Of liever, hij laat het de tieners en volwassenen in de werkplaats het liefst zelf doen. Neem Ronald van Leeuwen (54), jarenlang hoofdmonteur bij Stork, onder meer verantwoordelijk voor het onderhoud van de achtbanen van de Efteling. Tot hij in 2022 twee herseninfarcten kreeg en arbeidsongeschikt raakte.

Bij Ruud’s Rugzak sleutelt hij aan een kleine crossmotor. Staat hij achter de draaibanken „een beetje te frezen en zo”. Van Leeuwen: „Er zit geen druk achter: of ik er nu een dag over doe of drie weken, het is prima. Gaat het niet, ook prima.”

Of neem Beer (16), die op het speciaal onderwijs zo werd gepest dat hij maar helemaal niet meer naar school ging. Ook omdat bij „mobiliteit voornamelijk op de computer werd gewerkt. Er was geen hol aan”. In de werkplaats haalt hij deze ochtend met precisie een motor uit elkaar. Leerde hij „bijna helemaal uit m’n hoofd” hoe een motorblok in elkaar zit. Nu doet hij ook de theorie-opleiding tot automonteur en zoekt hij een baan. Beer glundert: „Dit is echt m’n passie.” Dat, en „hard rijden”.

De filosofie van Ruud van Gorp is: als je kunt lassen, kun je werken. De tweede filosofie: álle mensen zijn de moeite waard.

Hij zei het begin februari tegen de koning tijdens een bijeenkomst van het Oranjefonds, een van de goededoelenfondsen die Ruud’s Rugzak – zorgt dat je mee kunt doen! – ondersteunt. Fondsen zien dat je mensen niet als probleem moet zien en dat ze niet in een hokje passen, zegt Van Gorp. Dat Ruud’s Rugzak – tegelijk werkplaats, dagbesteding, jeugdzorgopvang en leerwerkbedrijf – óók niet in één hokje past.

De werkplaats van Ruud’s Rugzak.

Ruud van Gorp (staand) probeert zo veel mogelijk schooluitvallers en andere thuiszitters te helpen.

Zinvolle toekomst

Want dat is een van de vier onderwerpen op de post-it waar hij het over wil hebben: de „regelzucht” van de overheid. Van Gorp zegt: „Dingen worden achter het bureau bedacht. Ik snap dat er kwaliteitskeurmerken moeten zijn. Ik zie dat er misbruik wordt gemaakt van het systeem. Natúúrlijk moeten we ons aan wetgeving houden.”

Maar doordat je niet kan afwijken, ontstaat er „eenheidsworst”, meent hij. Gemeenten en andere overheidsinstanties willen weten wat zijn stichting is. Hij zegt: „Het gaat toch om het doel? Om mensen een zinvolle toekomst te geven. Hier komt een mix aan jongeren voor wie het onderwijs geen passende plek biedt.”

De jongste onder de vleugels van Ruud’s Rugzak is tien jaar, de oudste 84. Ze komen via de gemeente of een van de vmbo’s in de omgeving, wonen in een zorginstelling of vallen onder de wet maatschappelijke ondersteuning. Van Gorp en zijn team proberen hun aan het werk te krijgen, op hun eigen niveau en tempo. Ruud’s Rugzak is voor sommigen „de laatste strohalm”.

Het gaat bij de stichting niet om ‘cliënten’, maar om ‘assistenten’. Zo geef je mensen waarde, zegt Van Gorp. En noem zijn stichting vooral géén ‘rugzakje’ want het ‘je’ geeft „een negatieve klank” terwijl „iedereen in Nederland beperkingen heeft”. „Afgekeurd” vindt Van Gorp ook een „afgrijselijk woord”. In de werkplaats loopt een oud-agent rond, die een beroerte heeft gehad. „Hij brengt manieren over.”

Honderdvijftig assistenten heeft de stichting inmiddels, met 44 beroepskrachten die begeleiden. Iedereen draagt hetzelfde: een stevige werkbroek, werkschoenen, een zwart shirt met logo. Sommigen moeten de basisdingen leren: op tijd komen, werkkleren aan, gedag zeggen. Als de ochtend begint, vóór de koffie aan een grote tafel, gaan alle mobiele telefoons in een mandje.

‘Ga maar ontdekken wat je leuk vindt’

Na decennia te hebben gewerkt als jeugdwerker en in de jeugdzorg, besloot Van Gorp in 2009 het roer om te gooien. Dat is zijn tweede onderwerp op de post-it: „De jeugdzorg in Nederland is té probleemgestuurd en denkt te weinig in oplossingen”, zegt hij.

Hij wijst op een van de tieners in de werkplaats. „Hij is hartstikke kansarm en dat is niet omdat hij niet wil werken. Maar hem is zo vaak verteld dat hij is mislukt, dat hij het zelf is gaan geloven. Daar gaan wij niet in mee. Het kan wél. Ga maar ontdekken wat je leuk vindt.”

Van Gorp bedacht Motorcycle Support, dat inmiddels met leerwerkplekken in de horeca (de kantine van werkkledingproducent Havep), buitensport (klim- en avonturenbos Rocks ’n Rivers) en groen (Klooster Nieuwkerk) is uitgegroeid tot Ruud’s Rugzak. Maar voor motoren en auto’s „komt iedereen z’n bed uit”, zegt Van Gorp, zelf leermeester-automonteur. Samen sleutelen is bovendien een middel om in gesprek te kunnen komen.

In de werkplaats demonteert Vince (13) een auto. „Van zo bijvoorbeeld, en dan draai je dit.” Hij is van school gestuurd. „Daarom zit ik hier.” Hij wordt begeleid door Desiree Govaerts (60), die met een enorme glimlach zegt dat het „soms heel pittig is” en tegelijk „haar passie”. „Als het lukt om iemand naar school terug te krijgen of een toekomst mee te geven…”

Een-op-eenbegeleiding is duur. De jongeren worden gehaald en gebracht. Dat heeft twee redenen, vertelt Van Gorp: „Soms is de drempel zo hoog dat ophalen het zetje is om het te laten lukken.” Maar ook: door het halen en brengen, komen de begeleiders thuis en spreken ze met de ouders.

Er wordt in Goirle gesleuteld aan een auto.

Niet iedereen is op school te motiveren

Het passend onderwijs, waarbij leerlingen zo veel mogelijk naar reguliere scholen gaan, is mislukt, zegt Van Gorp. Dat is het derde punt op zijn post-it. „Scholen hebben de plicht om iedereen onderwijs te bieden, maar dat werkt niet voor iedereen. Niet iedereen is te motiveren. Ze frustreren de klas voor ze definitief uitvallen.”

Hij vertelt dat een aantal leraren in Tilburg had bedacht om die leerlingen éérder naar Ruud’s Rugzak te sturen. „Voordat ze drie jaar thuiszitten. Dan is de kans groter op succes. Iederéén vond het een goed idee, tot het over geld ging. Mocht dit wel van het onderwijsgeld?”

Geld volgt de leerling als die van school naar school gaat. „Dan maakt het niet uit of hij thuiszit, spijbelt of komt opdagen. Maar als hij hier komt, wordt het jeugdzorg. Dat is een ander potje. Wáánzin.” De kosten voor jeugdzorg lopen overal op en gemeenten proberen daarop te besparen.

En zijn laatste van de vier punten op de post-it? Van Gorp: „Wat stond er op het briefke? Armoede.” Hij ziet dat gezinnen alleen bezig zijn om te overleven. „Als de armoede echt extreem is, lever je IQ in. Het maakt de verschillen in ons land groter. Maar daar kan ik helaas niets aan doen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next