Grote delen van het internationaal recht functioneren slecht en de tegenkrachten die de regering-Trump oproept zijn aanzienlijk, zowel in de VS als in Europa. Oud-hoogleraar Nico Schrijver, die zijn leven aan het internationaal recht wijdde, weigert echter in somberte te vervallen.
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
‘Zwijgt het recht, wanneer de wapens spreken?’ Nico Schrijver herinnert zich maar al te goed dat zijn leermeester, hoogleraar B.V.A. Röling, in 1973 die vraag stelde tijdens een van zijn befaamde colleges. En hoe hij, Schrijver, daar volmondig ‘ja’ op meende te moeten antwoorden: ‘Als 18-jarige dacht ik dat als de wapens spreken, het gedaan is met het recht. Ik hoor dat nu ook weer veel om me heen, onder verwijzing naar Iran, Oekraïne en Gaza. Maar inmiddels weet ik: het antwoord hoort ‘nee’ te zijn.
‘Juist wanneer de wapens spreken, moet het recht weerklinken om vast te stellen welke normen er worden geschonden, het recht leert ons wat de mondiale ethiek behoort in te houden. Dus wanneer Sigrid Kaag, die ik overigens bewonder, als VN-gezant in het Midden-Oosten stelt dat met de kinderlijkjes in Gaza ook het internationale recht is begraven, ben ik het daar hartgrondig mee oneens.’
Emeritus-hoogleraar internationaal publiekrecht Nico Schrijver mag dan inmiddels 71 jaar zijn, nog altijd voelt hij zich ‘enorm gemotiveerd’ om op de bres te staan voor het internationaal recht en multilaterale instanties, nu die ‘misschien wel de donkerste periode sinds de Tweede Wereldoorlog’ beleven. In 1988 schreef hij samen met een Britse collega het boek The UN Under Attack, vanwege de aanvallen van de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan op de Verenigde Naties. Maar wat hij nu onder president Donald Trump ziet gebeuren, is ‘van een andere orde’, stelt hij. ‘Zelfs een uittreden van de Verenigde Staten uit de VN valt niet langer uit te sluiten.’ Tegelijkertijd is hij optimistisch over de ‘tegenkrachten’ die Trump en de zijnen oproepen, zowel in de Verenigde Staten als in Europa, ‘waar je ziet dat landen in reactie erop steeds meer samenwerken’.
Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
Geboren in een eenvoudige tuindersfamilie in het West-Friese Warmenhuizen was het een noviteit voor de familie Schrijver dat de jonge Nico, de vierde van vijf kinderen in een protestants gezin, op het gymnasium in Alkmaar terechtkwam. ‘Niet voor ons soort mensen’, meende zijn vader, maar zijn moeder, zus én de hoofdonderwijzer van de basisschool kregen hun zin. Die stap was voor Schrijver de opmaat naar een glansrijke carrière in de wereld van het internationaal recht, met het presidentschap van de International Law Association in Londen, het voorzitterschap van de Academische Raad voor het VN-systeem in New York en het vicevoorzitterschap van het VN-comité voor economische, sociale en culturele rechten in Genève als hoogtepunten. Ook was hij vier jaar rechter ad hoc bij het Internationale Zeerechttribunaal in Hamburg. Een en ander wist Schrijver te combineren met twee meer politiek getinte functies: senator voor de PvdA (2011-2017) en staatsraad in de Raad van State (2017-2024). Zijn werklust heeft hij van huis uit meegekregen: ‘Niet zeuren, maar doen en zelf ondernemen, dat leer je wel in een tuindersfamilie.’
Waardoor kwam het internationaal recht bij u in beeld?
‘Dat gebeurde op mijn 14de, in 1968. Met mijn vader volgde ik een Teleac-cursus over de wetenschap van oorlog en vrede, de polemologie. Ik was begaan met het lot van de wereld, om maar eens grote woorden te gebruiken. Het was de tijd van de Vietnamoorlog, die hield me erg bezig. Die Teleac-cursus werd gegeven door Röling, die als hoogleraar in Groningen het Polemologisch Instituut had opgericht. Ik vond dat hij erg mooi kon vertellen, hij kwam op mij niet alleen over als een deftige professor, maar ook als een erudiet en wijs mens. Drie jaar later, ik was nog scholier, heb ik hem een briefje geschreven, omdat ik polemologie bij hem wilde studeren. Ik kreeg een handgeschreven reactie terug, waarin hij me voor een gesprek in Groningen uitnodigde. Ik ben naar hem toe gelift. Röling maakte me resoluut duidelijk dat ik rechten moest studeren, ‘dan leer je een vak’, zei hij. Een paar jaar later ben ik zijn assistent geworden, wat ik tot aan zijn dood (in 1985, red.) ben gebleven.’
Welk ideaal staat u voor ogen?
‘Ik ben vrijzinnig hervormd opgevoed, dus de christelijke waarden van vrede op aarde, rentmeesterschap en solidariteit staan me zeer na. Meer algemeen gaat het me om een wereld die rechtvaardig is, waarin regels van het recht tot hun recht komen en het recht niet zwijgt als de wapens spreken. In de loop der jaren ben ik vooral het belang van positieve vrede gaan inzien. Vrede houdt veel meer in dan de afwezigheid van geweld. Wil je conflicten niet alleen beheersen, maar ook voorkomen, dan gaat het om naleving van mensenrechten, van internationaal milieurecht en van internationaal economisch recht, gericht op duurzame ontwikkeling om het welzijn van mensen te verbeteren. Dus mijn idealen raken ook andere rechtsgebieden dan het recht omtrent oorlog en vrede.’
Het internationaal recht en de multilaterale rechtsorde staan momenteel onder ongekende druk, met name door de opstelling van de Amerikaanse regering. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Het zijn gure tijden, maar je moet dat ook weer niet overdrijven. Grote delen van het internationaal recht functioneren onverkort, denk aan handels- en investeringsverdragen, de burgerluchtvaart, de scheepvaart. Daarnaast werkt het internationaal recht ook als normatieve antenne, juist wanneer normen flagrant worden geschonden.
‘De oorlog die de VS en Israël tegen Iran zijn begonnen, kun je daaraan toetsen. Volkenrechtelijk ontbreekt daarvoor een geldige rechtstitel. Dat zou anders zijn als Iran een aanval op Israël of de VS had uitgevoerd, of er een acute dreiging in dat opzicht was. Maar bij gebrek daaraan is het beroep op het recht van zelfverdediging dat de VS en Israël voor hun oorlogshandelingen claimen, zwak en ongeloofwaardig. Ook ontbreekt het hen aan een machtiging tot geweldgebruik van de Veiligheidsraad. Natuurlijk laat ik geen traan om de dood van ayatollah Ali Khamenei, die verantwoordelijk was voor de decennialange onderdrukking van het Iraanse volk, maar volkenrechtelijk kan deze oorlog volstrekt niet door de beugel.
‘Het gebied van het internationaal recht waarop zich in mijn ogen momenteel de grootste problemen voordoen, is het recht over oorlog en vrede, in het bijzonder het humanitair oorlogsrecht. Dat wordt op grove wijze geschonden. Dat heeft niet zozeer met de VS te maken, maar vooral met Rusland in Oekraïne en met Israël in Gaza.’
Wat gaat daar zo mis?
‘We zien een enorme ondermijning van het humanitair oorlogsrecht door strijdende partijen, meer dan ik ooit in de voorbije decennia voor mogelijk heb gehouden. Kijk wat er in Gaza van beide kanten is gebeurd. Het gedrag van Hamas met alle ontvoeringen en executies aan de ene kant, maar natuurlijk ook de verschrikkelijke geweldsorgie waar Israël verantwoordelijk voor is. Rusland is in Oekraïne ook alle grenzen over aan het gaan. Het onderscheid tussen militaire doelen en burgerdoelen hebben de Russen volledig laten varen. Dat is een flagrante schending van het oorlogsrecht.’
De regering-Trump plaatst in haar denken macht boven recht en lijkt daarmee niet langer gevoelig voor het internationaal recht. Hoe ziet u die verhouding tussen recht en macht?
‘Het internationaal recht is geen droomkasteel van normen en waarden dat losstaat van de harde werkelijkheid van de machtspolitiek. Nee, het internationaal recht, dat overigens verre van volmaakt is, maakt deel uit van die politiek. Het is er ten diepste mee verweven en biedt instrumenten om op het scherp van de snede met machtspolitiek om te gaan. En waar nodig ertegen te strijden, denk aan de arrestatiebevelen tegen Benjamin Netanyahu en Vladimir Poetin, maar ook aan het Europese verzet tegen Trumps waanzinnige verlangen Groenland te willen inpikken.
‘Dat verzet is op internationaal recht gestoeld. Er lopen momenteel tal van internationale, juridische procedures, zoals die arrestatiebevelen, waarmee wordt gepoogd de aanstootgevendste aspecten van harde machtspolitiek aan te pakken. Dat helpt het recht van de sterkste in te dammen. Ik zie het als een krachtig wapen: de macht van het woord, van het recht, dat ingaat tegen het denken van Trump en Poetin. We moeten ons als internationale gemeenschap, politici en wetenschappers, niet door die potentaten laten wegblazen. In dat licht ben ik er ook helemaal niet voor om de Verenigde Staten nu links te laten liggen, zoals wel wordt gesuggereerd. Juist nu moet je ernaar toe om contacten te onderhouden met en steun te bieden aan de tegenkrachten. Binnenkort ga ik weer naar de American Society of International Law (een Amerikaanse non-profitorganisatie, met leden in meer dan honderd landen, die zich richt op het internationaal recht, red.).’
Hoe sterk zijn die tegenkrachten?
‘In de VS zelf valt me aan de universiteiten op dat er veel protesten zijn, zowel van ouderen als jongeren. Ik ben er ten diepste van overtuigd dat je een onderscheid moet maken tussen de huidige leiding van de VS en de mensen in het land. Er zijn zo veel Amerikanen die dit niet willen.
‘Bij tegenkrachten denk ik zeker ook aan de rol die Europa hoort te spelen, maar vlak China niet uit. Ik ben niet blind voor de China First-ideeën van de huidige autocratische leider (president Xi Jinping, red.), maar in het internationale veld speelt China toch een andere rol dan de Verenigde Staten en Rusland, die zich aan het internationaal recht niets gelegen laten liggen. China vormt in dit opzicht een positieve kracht met zijn lippendienst aan het multilaterale jargon van erkenning van soevereiniteit en territoriale integriteit, en zijn nadruk op het belang van internationale samenwerking. Als Europa zouden we een dialoog met China en het mondiale Zuiden moeten opzetten ter bescherming van het internationaal rechtssysteem. De gelegenheden daartoe hebben we in de voorbije jaren laten versloffen.’
Welke rol ziet u voor Europa weggelegd, mochten de Verenigde Staten besluiten uit de VN te stappen?
‘Dat is een donker scenario, maar het valt inderdaad niet uit te sluiten. Als er zo’n belangrijke steunpilaar wegvalt, zal Europa allereerst het financieringsprobleem moeten oplossen. Europese landen, waaronder Nederland, hebben op dit vlak in de afgelopen jaren niet bepaald het goede voorbeeld gegeven: op hun bijdragen aan multilaterale instanties hebben zij drastisch bezuinigd.
‘Op politiek vlak zie je nu dat Europese landen zich gedwongen zien veel meer samen te werken. Hun reactie op Trump was aanvankelijk aarzelend, maar de kwestie-Groenland is in mijn ogen toch wel een keerpunt. Door de scherpe reactie van Europa is Trump op zijn plannen teruggekomen. Ik vind ook de uitspraken over de internationale betrekkingen van Europese leiders als Emmanuel Macron (Frankrijk), Friedrich Merz (Duitsland), Keir Starmer (Verenigd Koninkrijk), Pedro Sánchez (Spanje) en Ursula Von der Leyen (Europese Commissie) bemoedigend, zij tonen ruggengraat. En ik vond de prachtige speech van de Canadese premier Mark Carney in Davos, die middelgrote landen opriep zich te verenigen, een indrukwekkend vertoon van weerbaarheid. Laten we ook vooral niet te veel dramatiseren. Het is niet zo dat de Verenigde Naties zonder de Verenigde Staten ten dode zijn opgeschreven. We moeten niet doen alsof dan de nacht valt.’
Boektip: De verdwijningen van Londres 38 van Philippe Sands
‘Ik ken Philippe Sands als hoogleraar internationaal recht aan University College London, maar hij is ook auteur van fascinerende, spannende boeken. Dit boek gaat over de band tussen de Chileense dictator Augusto Pinochet en een voormalig SS-officier, Walter Rauff. Sands combineert zijn volkenrechtelijke kennis met gedegen speurwerk naar de huiveringwekkende feiten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant