Home

In de strip ‘De lijnen die mijn lichaam tekenen’ zien we angst door de ogen van een kind – en daar word je stil van

Strips Vanaf haar negende heeft de Iraanse Mansoureh Kamari haar eigen leven niet meer in de hand. In het indringende ‘De lijnen die mijn lichaam tekenen’ kijkt ze terug op haar jeugd en vertelt ze over de angsten die haar nooit hebben losgelaten.

Het autobiografische verhaal van Mansoureh Kamari (Teheran, 1986) begint als ze als negenjarig meisje verrukt kijkt naar hoe haar moeder de hoofddoek naait voor Jashn-e taklif, de ceremonie die de overgang van meisje naar vrouw markeert. Ze zegt: „Als ik de hoofddoek omdoe, krijg ik vleugels, alsof ik een engel ben, me van geen kwaad bewust.” Wat haar niet werd verteld, was dat daarmee ook haar kindertijd stopte – en feitelijk haar vrijheid als mens ophield.

Strips

Mansoureh Kamari – De lijnen die mijn lichaam tekenen. Standaard Uitgeverij. 200 pagina’s hardcover. € 29,99.

De lijnen die mijn lichaam tekenen is een indringende strip over een jonge vrouw die terugkijkt op haar jeugd in Iran, die wordt gekenmerkt door angst. Kamari’s verhaal sluit aan bij de femicide-discussie: ze vertelt hoe meisjes en jonge vrouwen nergens meer veilig zijn, feitelijk bezit worden van hun vader die over hen beschikt. Al die tijd wilde ze het liefst losbreken uit het vrouwelijke omhulsel dat haar verstikte, zegt ze. En na jaren van stilte en zwijgen zette Kamari die herinneringen om in een beeldverhaal, om „opnieuw geboren te worden in een andere wereld waar ik kan rondlopen zonder vrees”.

Kamari kiest in haar verhaal voor laten zien in plaats van zeggen. Waar ze mee worstelt, toont ze de lezer. Pas als ze op herinneringen teruggrijpt, spreekt ze. Vaak maar even, net genoeg om de lezer houvast te bieden. Ze maakt het niet ingewikkeld: geen metaforen, maar een logische vertelvorm en duidelijke (voor)beelden. Ook in grafisch opzicht is het helder. Haar verleden in Iran in grijstinten, het heden in nog steeds gedekte kleuren die pas op het einde een beetje lucht krijgen. Die voor de hand liggende keuzes werken: Kamari tekende een verhaal dat ideaal is voor leerlingen van middelbareschoolleeftijd.

Verboden jezelf te zijn

In De lijnen die mijn lichaam tekenen springt Kamari voortdurend van vroeger naar nu. Ze is Iran ontvlucht en woont sinds 2011 in Frankrijk, waar ze lessen modeltekenen volgt en daarbij ook als naaktmodel fungeert. Dat wekt de aandacht van een jonge Franse documentairemaakster die haar wil portretteren. Tegen Mansoureh zegt deze Amélie dat ze haar moed bewondert, omdat ze Iraans is en dus onderdrukt. Dan wordt naakt poseren ingegeven door de wens om lichamelijk vrij te zijn, toch? Mansoureh heeft het gevoel dat Amélie de westerse clichés op haar projecteert en probeert afstand te nemen.

En precies dat doet Kamari niet met de lezer. Die wordt namelijk wél deelgenoot gemaakt van exact wat we verwachten van een repressief regime dat vrouwen onderdrukt. Het is de kapstok waaraan ze haar herinneringen ophangt. Ook als je het niet eerder zo las, voelt het vertrouwd. Het patriarchaat, de islamitische wetten en de regels die alleen voor vrouwen gelden. Voor de volledigheid somt ze die nog eens op: verboden te lachen, verboden om je te kleden zoals je wilt en om vrij over straat te lopen, verboden om deel te nemen aan sportactiviteiten, te zingen of te dansen in het openbaar. Kortom, verboden om jezelf te zijn.

Bladzijden uit De lijnen die mijn lichaam tekenen.

De vergelijking met die andere strip over een meisje dat opgroeit in Iran dringt zich op: in Persepolis van Marjane Satrapi, een onbetwiste stripklassieker uit 2001 die later verfilmd werd, komen dezelfde thema’s aan bod, al kiest Satrapi voor het perspectief van een kind en kijkt Kamari juist als volwassene terug op haar jeugd. Die meer volwassen benadering van Kamari zorgt ervoor dat haar verhaal scherper geformuleerd wordt en grafisch interessanter is. Ze kiest voor een poëtische inslag, zowel in tekst als in visueel opzicht. Heel soms sluimert er iets van hoop door.

Haar grafische oplossingen voor gevoelens van onmacht en angst zijn beklemmend en maken haar verhaal krachtig. Ze laat zo indringend zien hoe het is om je eigen leven niet in de hand te kunnen nemen. Haar pagina’s buigen zich boos over de lezer heen. De druk is vreselijk en intens, vooral als we kijken door de ogen van het kind. Dat heeft niets: ze is doodsbang voor haar vader, haar moeder spreekt niet maar huilt en er is niemand bij wie ze iets kan neerleggen. Het gebrek aan vertrouwen dendert door het hele boek, er is geen ontkomen aan. Daar word je stil van.

Op de Stripdagen Haarlem is een expositie gepland van het werk van Mansoureh Kamari. Die is te zien op 30 en 31 mei 2026 in de Koepel in Haarlem. Info: stripdagenhaarlem.nl

Meer strips

De protestantse Tim is de stuurse zoon van een vermoorde unionistische volksheld die verliefd wordt op Mary, katholiek en dochter van een voormalige IRA-activist. The Troubles zijn voorbij, het Goedevrijdagakkoord is getekend, maar dat geldt nog niet voor de geharde types, die nog in oude lijnen denken. In die omstandigheid proberen de twee er iets van te maken. Tevergeefs, Tim moet Belfast verlaten in het kader van een kroongetuigeprogramma, maar besluit terug te keren om bij zijn gezin te zijn. Ierse composities, een imposant verhaal in drie delen, gaat over familiegeheimen, wrok en angst. Het ruige van de omstandigheden wordt treffend verbeeld door Vincent Bailly, met snelle lijnen en driftige waterverf. Een zoveelste variatie op oorlog en liefde, maar deze keer heel fraai.

Het historische cahier achterin deze interessante western laat er geen misverstanden over bestaan: dit kan allemaal best zo zijn gebeurd, met hier en daar een extra spanningsboog voor de lezer. De jonge illustrator Frederic Remington (later wereldberoemd) raakt verzeild in de zoektocht naar Geronimo, het laatste grote Apache-opperhoofd dat tegen de Verenigde Staten en Mexico vocht. Als Frederic gevangen wordt genomen, zien we de Apache-cultuur van binnenuit. Mooi uitgewerkt, schitterend ingekleurd, maar hier en daar toch te veel leunend op het klassieke stripidioom van de boze indiaan met zijn natuurwetten en spirituele magie. Dat nemen we dan maar voor lief.

Matthew Dooley tekent sober, op het onbewogene af, en in eerste instantie passen zijn personages zich daarop aan. Tenminste zo lijkt het, want net als zijn bekroonde debuut Flake zit in deze strip een ontwikkeling die prachtig is uitgewerkt. Meneer Daniels is beheerder van het plaatselijke bureau voor gevonden voorwerpen. Zijn dagen zijn identiek, de zestiger is alleen en vooral bezig met pseudowetenschappelijke theorieën. Een stagiair van zestien gooit zijn leven overhoop. Samen gaan ze op ontdekking uit, maar meer nog zorgt deze Toby ervoor dat meneer Daniels niet meer zo eenzaam is. Aristotle’s Cuttlefish is een strip over goed doen, over omzien naar elkaar. Dooley houdt het licht, met humor en een traan op het einde. Prachtig.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Strips

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next