Democratie Bij vermoeden van stembusfraude wordt al snel argwanend gekeken naar het aantal volmachtstemmen. Is dat terecht?
Er wordt gestemd in Ter Apel voor de gemeenteraadsverkiezingen.
Ineens stonden de volmachtstemmen in de schijnwerpers. Op stembureaus waar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen relatief veel via zo’n machtiging was gestemd, namens mensen die niet zelf konden stemmen, zouden fraudeurs weleens stemmen kunnen hebben geronseld.
In Gorinchem, waar nieuwe verkiezingen werden uitgeschreven voor 29 april na zulke signalen van stembusfraude, pleitte een lokale partij voor een gedeeltelijke herkiezing: alleen bij de bureaus waar 15 procent van de stemmen via volmachten was uitgebracht.
In Maasdriel was veel meer gestemd via volmacht dan gebruikelijk, stelden vier lokale partijen in het Brabants Dagblad: „Bij zes stembureaus meer dan 15 procent, met als uitschieter het bureau in de kantine van voetbalvereniging DSC, met 20 procent volmachtstemmen.” Ze riepen de burgemeester op tot een onderzoek.
Ook deze gemeenteraadsverkiezingen lag – evenals die van 2018 en 2022 – het gemiddeld percentage volmachtstemmen rond de 10 procent. Van alle deelnemende gemeenten (op vier na) verzamelde NRC de verkiezingsuitslag per stembureau en zette het aandeel af tegen alle uitgebrachte stemmen. Zo is te zien op welke stembureaus relatief veel via volmachten is gestemd.
Stembureaus met een bovengemiddeld aandeel volmachtstemmen staan in gemeenten als Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, maar ook in Neder-Betuwe, Urk, Barneveld of Almelo. Politicoloog Simon Otjes (Universiteit Leiden) herkent dat uit wetenschappelijk onderzoek: „We zien in de gemeenten vaak religieuze gemeenschappen terugkomen, zowel christelijke als islamitische.” En: vrouwen geven vaker hun volmacht af dan mannen, zegt Otjes. „Mogelijk hangt dat samen met het feit dat meer volmachten worden verleend in conservatieve gemeenten.”
Pas als het stemgedrag afwijkt, is mogelijk sprake van fraude, suggereert Otjes voorzichtig: „Een stembureau in Urk met een percentage volmachtstemmen boven de 10 procent verbaast me niet, maar een percentage boven de 7 procent in een stembureau in een seculiere studentenstad kan al uitzonderlijk zijn.”
Maasdriel behoorde ook al in 2018 en 2022 tot de top-10 gemeenten met het hoogste aandeel gemachtigde stemmers. In mindere mate geldt dat ook voor Gorinchem, hoewel daar het aandeel volmachten sterker steeg. Bij gebrek aan concrete aanwijzingen van stembusfraude werd de verkiezingsuitslag in Maasdriel vorige week formeel vastgesteld.
Deze verkiezingen leek het stembureau met het hoogste aandeel volmachtstemmen opeens níét in Den Haag te staan, maar in de gemeente Hoeksche Waard. Bij volleybalvereniging Korbatjo, in Oud-Beijerland, werden 161 volmachtstemmen geteld, op een totaal van 423 stembiljetten: bijna 40 procent. En vier keer meer dan in 2018.
Dat blijkt te wijten aan een telfout, legt een woordvoerder van de gemeente uit. „We tellen in stapels van honderd stemmen en in dat bureau is een stapel ten onrechte als volmachtstemmen meegeteld. Dat heeft het centrale stembureau rechtgezet, maar het veranderde niets aan de uitslag. We hebben daarom geen aangepaste versie van het telbestand uitgebracht.”
Ronselen kómt voor, zegt Otjes. „Het gebruik van volmachten in Nederland wordt door bijvoorbeeld de Raad voor Europa consistent beoordeeld als een van de zwakkere punten van ons kiessysteem. We rechtvaardigen volmachten omdat ze de opkomst verhogen, als tegemoetkoming voor stemmen op werkdagen. Je kan ook in het weekend stemmen, maar dan stuit je op religieuze bezwaren.” Dat acht Otjes een discussie waardig, „maar de Tweede Kamer is daar niet toe geneigd. Nu laten we wel een duidelijke opening naar stemfraude toe”.