Home

‘Woke’ baart mij meer zorgen dan inkomensongelijkheid

is socioloog.

Hopelijk juich ik niet te vroeg, maar als de tekenen niet bedriegen is woke op de terugtocht. Dat zou een zegen zijn en mogelijk weer ruimte maken voor gesprekken tussen mensen met verschillende opvattingen. Normale gesprekken, waarin argumenten worden uitgewisseld in plaats van dat wie niet meewoket bij elk ‘fout’ woord door de morele elite op de vingers wordt getikt en het dus maar opgeeft. Die denkkloof baart mij meer zorgen dan inkomensongelijkheid.

Ik ontleen mijn vleugje optimisme aan twee interviews, op 20 en 28 maart, in NRC en de Volkskrant, kranten die de afgelopen decennia vrij kritiekloos met woke meehobbelden.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

In NRC betoogde de Amerikaanse essayist Thomas Chatterton Williams dat links na de moord op George Floyd zodanig is doorgeschoten dat het de weg vrij maakte voor rancuneus radicaal-rechts. Door de wereld deterministisch te verdelen in onderdrukten (zwart) en onderdrukkers (wit) en verschillen binnen die groepen te verwaarlozen, is ‘ras’ zo belangrijk geworden dat we ‘nu verder dan ooit zijn verwijderd van een post-raciale samenleving’. Als ‘ex-zwarte man’ (voor wie zijn kleur niet zijn identiteit bepaalt) gruwt hij van de ‘destructieve interne controle’ die hij zag op de redactie van The New York Times, waar men angstig zweeg als iemand een stuk afserveerde als racistisch.

In de Volkskrant noemde de gelauwerde journalist George Packer woke een gevaar om zijn groepsdenken, rare taal en morele dwang. Eerder al stelde filosofe Susan Neiman dat identiteits-tribalisme haaks staat op het ooit links geachte Verlichtingsuniversalisme.

Zelf heb ik me zowel in mijn Huizingalezing (2018) als in Vrouw en vrijheid (2023) gekeerd tegen de collectieve verstandsverbijstering die woke en identiteitspolitiek teweegbrachten. Ik herkende daarin alle slechte eigenschappen van het oude communisme: het deugmonopolie, de dogma’s, de taalzuivering en -vervalsing (‘wit’), de canceldrift, de morele intimidatie, de gedachtenpolitie, de valse tegenstelling zwart versus wit.

Ik ergerde me aan de toe-eigening van antiracisme en antikolonialisme – alsof die recentelijk onder het genot van een flat white waren uitgevonden in de Randstad. In hun blinde superioriteitswaan noemden de jongens en meisjes uit Amsterdam-Zuid, Bloemendaal, Zeist en wat dies meer zij medemensen ‘racist’ als die in hun weinig feestelijke levens hadden genoten van Zwarte Piet of er last van hadden dat de buitenlandse buurman vrouw en dochters opsloot en het trappenhuis volplempte met vuilnis.

Packer trok in 2009 door het Amerikaanse platteland, bemerkte daar onder gewone mensen het gevoel dat hun lot de elites, van welke snit dan ook, koud laat en voorspelde de winst van Trump. Woke, zegt hij, gaat het om ‘gemarginaliseerde’ groepen, maar ‘hoe marginaal is een universiteitshoogleraar uit zo’n groep vergeleken met een witte mannelijke fabrieksarbeider?’.

Ik denk de laatste jaren vaak aan Beerta, Finsterwolde en Pekela, desolate plekken waar in de vroege 20ste eeuw dagloners ploeterden in het veen en op het grootgrondbezit van de herenboeren, en in later jaren arbeiders in vuile, ongezonde fabrieken ‘strokarton’ vervaardigden. Die generatie-op-generatie-armoede was verzacht, maar niet verdwenen toen de CPN in 1990 opging in GroenLinks – een partij waarvan de leden kunnen leven van een deeltijdbaan, huizen kopen met een ouderlijke jubelton en werksters hebben. Een eigen huis was er voor Oost-Groningse communisten niet bij en CPN-vrouwen waren werkster.

Nog in de jaren zeventig adviseerden in zulke plaatsen oude CPN’ers met gratis spreekuren bij sociale problemen als huursubsidie, onterechte ontslagen, pensioenrechten, schoolkeuze. Ze hielpen huurders tegen huisjesmelkers met schimmelende huizen. Ze waren betrouwbaar en ijverig en verkondigden een troostrijke leer die het onrecht verklaarde – uit uitbuiting, niet uit buitenlanders – en hoop bood op een beter leven. Ooit.

Van communistische sympathieën kan niemand mij betichten. Die leer was een leugen. Maar met de Oost-Groningers, die met de teloorgang van oud-links hun levensperspectief kwijtraakten en op de koop toe werden uitgemaakt voor racist, terwijl juist zij behoorden tot de weinige Nederlanders die in de naoorlogse decennia protesteerden tegen de koloniale oorlogen in Indonesië (CPN-jongens zaten wegens dienstweigering jarenlang in de gevangenis) en het racisme in de VS en Zuid-Afrika – met hen heb ik te doen. Het is te treurig voor woorden dat in deze contreien nu de PVV heerst. Treurig, maar niet onverklaarbaar.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next