Emancipatie Twee nieuwe boeken over seks, feminisme en taboes benadrukken het belang om over seks te blijven praten. De een overtuigt meer dan de ander.
Seks: erover praten blijft ongemakkelijk. Gelukkig wordt er des te meer over geschreven. Vooral de rol van seks in de maatschappij blijft een belangrijk onderwerp. Het persoonlijke is duidelijk nog altijd politiek, ook ruim 55 jaar nadat Carol Hanisch’ gelijknamige essay deze zinsnede populair maakte. Zeker in feministische kringen is seks als maatschappelijk fenomeen terug van nooit weggeweest. In de afgelopen vijf jaar drukten werken als The Right to Sex (2021) van Amia Srinivasan en Tomorrow Sex Will Be Good Again (2021) van Katherine Angel hun stempel op de feministische literatuur. Nu zijn er twee nieuwe boeken van Nederlandse bodem die ons opnieuw aan het denken zetten over seks, feminisme, en de taboes die daarbij nog altijd continu de kop opsteken.
Daan Borrel: Rechts verpest onze seks. Maven Publishing, 120 blz. €17,50.
Karin Rus: Zeg ik lekker wel. Over vrouwen, taboes en vrijheid. Alfabet, 251 blz. €22,99
Allereerst is er Rechts verpest onze seks van journalist en schrijver Daan Borrel. Altijd handig als de titel van een boek ook meteen het belangrijkste punt samenvat: Borrel beargumenteert op een toegankelijke manier dat jarenlang rechts beleid in Nederland ons seksuele leven geen goed heeft gedaan. Niet doordat de VVD zich direct heeft ingelaten met hoe hun onderdanen met elkaar vrijen, maar doordat de voorwaarden voor goede seks in het geding zijn gekomen. Volgens Borrel bestaan die voorwaarden onder meer uit een toegankelijke publieke ruimte waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, en een werkweek waarbij er voldoende tijd en energie overblijft. Is er aan die voorwaarden voldaan, dan kunnen mensen ontspannen en is er meer ruimte voor intimiteit.
We moeten volgens Borrel dus stemmen op partijen die een wereld voor ogen hebben waarin ruimte wordt geboden voor goede seks. „Stem voor een leuker seksleven”, staat er op de voorkant van het boek. Borrel wijst er terecht op dat rechts beleid vaak heteronormatief is. Denk bijvoorbeeld aan de transfobie van de PVV. Of hoe Forum voor Democratie in 2023 probeerde om inclusieve seksuele voorlichting op scholen tegen te werken. Juist slechte seksuele voorlichting kan tot slechtere seks leiden, vooral bij jongeren, blijkt uit diverse onderzoeken. Maar een nog veel ernstiger probleem, dat Borrel niet aanstipt, lijkt mij dat LHBTQIA+-personen met geweld bedreigd worden door extreemrechts.
De nadruk op seks is opvallend genoeg het zwakke punt van Rechts verpest onze seks. Ik zou namelijk willen beweren dat niet seks op zichzelf, maar wat volgens Borrel slechts de voorwaarden zijn voor goede seks, al een reden zijn om links te stemmen. Veiligheid, tolerantie, een sociaal vangnet zijn volgens mij geen middelen om je seksleven te verbeteren, maar krachtige idealen op zichzelf. Ook als ik me nooit meer ‘seksueel zou voelen’ – Borrels formulering – zou ik gendergelijkheid en fatsoenlijk ouderschapsverlof willen. Al was ik non, dan nog wilde ik een toegankelijke publieke ruimte en werkuren waarnaast er voldoende vrije tijd overblijft. En zo zijn er in feite ontelbaar veel argumenten te bedenken waarom ‘links’ een betere wereld voor ogen heeft dan ‘rechts’. Ook na het lezen van Rechts verpest onze seks was ik er niet van overtuigd dat van die argumenten seks de belangrijkste is.
In Zeg ik lekker wel kiest journalist en copywriter Karin Rus voor een bredere en minder politieke invalshoek ten opzichte van het thema seks. Het boek verkent twaalf taboes waar vrouwen vandaag de dag nog steeds mee te maken krijgen: menstruatie, masturberen, lichaamsbeharing, de vulva, poepen, het orgasme, van seks houden, aangerand of verkracht zijn, geen kinderwens hebben, vaginaherstel na de bevalling, de overgang en ouder worden. En, aldus Rus: „Alle taboes draaien om seks”. Niet elk taboe gaat puur en alleen over seks, maar de reden dat een onderwerp als poepen taboe is valt wel terug te voeren op dat vrouwen geseksualiseerd worden. Poepen past bijvoorbeeld niet in het perfecte, gladgestreken plaatje van de vrouw als seksobject. Tegen dat beeld trekt Rus, die zowel experts interviewde als ervaringsverhalen optekende, van leer. Ze laat vooral zien dat vrouwen in de eerste plaats gewoon mensen zijn. Met menselijke zorgen en verlangens.
Maar nu die taboes. Neem bijvoorbeeld taboe nummer tien: vaginaherstel na de bevalling. Daphne Deckers omschreef de staat van haar vagina na de geboorte van haar kind in 2003 al als een ‘ontplofte egel’, maar voor wie zelf geen kinderen heeft gebaard komen sommige bevindingen uit dit hoofdstuk nog steeds als een schok. Rus beschrijft hoe er bij haarzelf vele jaren na de bevalling nog een bekkenbodemspier los bleek te hangen, die tijdens de geboorte was afgescheurd. De spier is inmiddels door een in vaginaherstel gespecialiseerde gynaecoloog gehecht, maar het ongemak waar Rus mee rondliep werd daarvoor decennialang afgedaan als ‘normaal’. Volgens de gynaecoloog die Rus behandelde komt dit helaas veel voor.
Ook illustreert Rus haar verhaal aan de hand van concrete misverstanden die de taboes hebben veroorzaakt. Ze haalt een anekdote aan over Sally Ride, die in 1983 als eerste Amerikaanse vrouw de ruimte in ging. Het Amerikaanse ruimtevaartinstituut NASA was duidelijk aan het menstruatietaboe ten prooi gevallen: zij vroegen Ride van tevoren of ze voor haar zesdaagse ruimtereis genoeg zou hebben aan honderd tampons. Iedereen die wel eens ongesteld is geweest schiet hiervan in de lach, maar het toont wel aan hoe belabberd het is gesteld met de kennis van sommige mannen. Af en toe heeft de stijl van Zeg ik lekker wel een wat hoog glossygehalte. Het boek leest soms als een lange column uit de LINDA, met formuleringen als „dag droom, hallo realiteit”. Maar deze stijl maakt Rus’ betoog wel toegankelijk.
Rus voegt met Zeg ik lekker wel een origineel perspectief toe aan de feministische literatuur, recht voor zijn raap en ook nog grappig. Waar Rechts verpest onze seks ondanks de duidelijke expertise van Borrel zeggingskracht mist, weet Rus de twaalf taboes juist overtuigend te ontmantelen. Wat beide boeken in ieder geval voor elkaar krijgen is het aanwakkeren van een gesprek over feminisme en seks dat hopelijk nooit meer zal verstommen. „Niemand praat erover, dus niemand hoort iets”, zegt Rus wanneer iedereen de taboes maar voor zichzelf houdt. Deze twee schrijvers hebben een boodschap voor heel feministisch Nederland: doe je mond open, en vooral ook je oren.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews