Home

Een neergestort gordijn kan een kunstwerk zijn

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Sommige processen baren me zorgen. De gestage ondergang der westerse beschaving en de onwil van Jan met de pet om er iets aan te doen, bijvoorbeeld. Zeker wel. Maar ook een ander proces, namelijk de ondergang van onze woonstee en de dito onwil er iets aan te doen door Peter met de pet. Wijzend: ‘En Jet met de pet.’

Toen het hier nieuw was en er iets piepte of kraakte, vlogen we eropaf met een busje kruipolie. Die dagen lijken voorbij. Wat wij niet begrepen hebben, en nooit zullen begrijpen, is dat – en ik zeg het even prachtig – ‘wonen een werkwoord is’. Mijn vriendin Jet vraagt of ze een teiltje mag.

‘Kots gewoon maar op de vloer’, zeg ik. ‘Wat maakt het allemaal nog uit.’

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

‘Nou’, zegt ze, ‘misschien spelen we met vuur. Misschien zitten we vlakbij het tippingpoint.’

‘Je bedoelt dat we qua klusjes voor een kritische drempel staan die, wanneer we hem passeren, tot grote, zich versnellende, en vaak onomkeerbare defecten zal leiden aan casco en erf? Ergo, de klad?’

In ons vorige huis hebben we de klad al eens zijn gang laten gaan, en die bediende zich van slakken, schimmels en kikkers. Maar verdient niet iedereen een tweede kans? ‘Van de klad’, zeg ik traag, ‘weet je tenminste hoe-ie erin gekomen is.’

‘Als je maar niet opschrijft dat we de klad bij zijn kladden hebben gepakt.’

Zodra ze je voor mogelijke grappen gaan waarschuwen, is de klad al binnen de slotgrachten. Feit is dat we ons vorige huis op het allerlaatste moment, vlak voordat de verhuizers kwamen, toch maar mooi kladvrij hadden gekregen. Kostte wat containers en centjes, maar toen was-ie wel mooi opgelazerd.

‘Je bedoelt nog steeds de klad?’

‘Heerlijk, een metafoor uitwonen. De vraag is alleen’ – en ik wijs naar de grote molshoop van gordijnstof die al enige weken naast de voordeur ligt – ‘of de klad niet eigenlijk toch jouw tippingpoint is. Dan hebben we het over… de baarlijke duivel.’

Dat gordijn is 6 meter lang, net als alle gordijnen in deze voormalige stomerij. Ik zou ze niet willen strijken. Om ze te openen of te sluiten, wat ik braaf iedere avond en ochtend doe, dien je er enorme zwiepende rukken aan te geven, een fysieke techniek die niet onderdoet voor een golfswing of bepaalde judoworpen.

‘Komt jouw zwarte band weer eens van pas.’

Negeren. Twee jaar lang ging het goed. Tot afgelopen februari, toen ik aan het exemplaar naast de voordeur een educated ruk gaf, en het gewaad niettemin onder luid gekraak naar beneden kwam. Twee joekels van schroeven uit het beton gesjord. Wat een beest ben ik ook. Sindsdien hangt de stang nog aan één schroef verticaal aan het plafond, waaronder dus die terp van gordijn ligt. Ik heb meteen een klopboor laten aanrukken. Die staat nu in zijn doos naast de ravage.

Klad was nog niet klaar, natuurlijk. En Popeye ook niet, geef ik toe. De dag erna trok ik de tuindeur door z’n slot heen. Voorlopig geen bladspinazie meer. Ach, kon ook met de boor, die tevens een schroevendraaier is. Kijk maar, staat op de doos.

Waarom ik toch serieus voor dat tippingpoint vrees, is ons gedrag. We denken raar. Als we aan komen fietsen, zeker als het waait en regent, knallen we die poort, bam, lachend met ons voorwiel open. Handig. En eigenlijk snappen we niet meer waarom dat gordijn überhaupt steeds dicht moest. De zon gaat ’s nachts vanzelf uit. ‘Je zou er
een kunstwerk in kunnen zien’, zei ik toen we laatst naar het gecrashte geval stonden te kijken.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next