Home

In azc’s lopen de spanningen tussen Syrische vluchtelingen op: vooral alawieten moeten het ontgelden. ‘Ik kwam hier om me veilig te voelen’

Asielzoekerscentrum Sinds de val van de Syrische dictator Bashar al-Assad lopen spanningen tussen Syrische asielzoekers hoog op. Vooral alawieten moeten het ontgelden, omdat ze worden gezien als aanhangers van de toenmalige dictator. „Ze zeiden dat ze me buiten de opvang zouden vermoorden.”

Het asielzoekerscentrum van COA in Ter Apel.

Op de avond van 18 februari kwam een buurvrouw waarschuwen: er staan drie vrouwen buiten bij je fiets, volgens mij proberen ze iets kapot te maken. Samen gingen ze naar buiten, en er waren inderdaad drie vrouwen, met messen in de hand. Ze renden meteen weg, de fiets was onbeschadigd. De volgende avond zag de 36-jarige vrouw door het raam haar fiets bewegen. Ze ging weer naar buiten. Nu was er niemand te zien, maar waren de banden doorgesneden. Het was de tweede keer: in november waren haar fietsbanden ook al doorgesneden – en daar verdacht ze dezelfde drie van.

De incidenten vonden – volgens de aangifte die de politie opnam – plaats in een asielzoekerscentrum in de provincie Gelderland. Nou zijn er in asielopvangen vaker incidenten tussen mensen die op elkaars lip wonen in afwachting van een besluit over hun verblijfsstatus. Maar hier, in dit azc, was volgens de vrouw meer aan de hand. Tegen de politie zei ze het zo: wij zijn Syrische moslims, alawieten, de banddoorsnijders zijn Syrische moslims, soennieten.  

NRC sprak zes Syrische alawieten in azc’s in Gelderland, Flevoland, Noord-Holland, Friesland, Noord-Limburg en Zuid-Limburg. Ze vertellen dat ze worden uitgescholden, aangevallen en bedreigd door medebewoners – met name door andere Syriërs. Geen van hen wil bij naam genoemd worden, omdat ze bang zijn voor wraak. Spanning tussen de groepen was er altijd wel, zeggen de zes, maar die is beslist groter geworden sinds de val van het regime van dictator Bashar al-Assad in december 2024.  

Hoewel het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) niet kan ingaan op individuele gevallen, herkent de organisatie „de signalen” van alawieten in Nederlandse azc’s. „We blijven ze monitoren, vragen aandacht voor spanningen en waar nodig begeleiden we bewoners richting aangifte doen.”

Gedomineerd door alawieten

Voormalig president Assad is net als zo’n 13 procent van de Syrische bevolking alawiet – aanhanger van een afsplitsing van de sjiitische islam. In de ruim twintig jaar dat hij aan de macht was, rekruteerde hij zijn vertrouwelingen uit de alawitische elite, wat ervoor zorgde dat de Syrische oppositie – voornamelijk soennieten, 62 procent van de bevolking – het regime is gaan zien als door alawieten gedomineerd. Tegelijkertijd werden ook alawieten onderdrukt door Assad, en steunden ze hem niet allemaal.

Na de val van Assad doodden het nieuwe regeringsleger en milities in maart 2025 meer dan 1.500 mensen aan de kust van Syrië, de provincies Latakia en Tartous, waar veel alawieten wonen – veel van hen waren burgers. Door dat geweld vluchtte de 36-jarige vrouw naar Nederland.  

De Syrische situatie vertaalt zich naar de Nederlandse: hoeveel alawieten er precies in azc’s verblijven houdt de IND niet bij, maar naar schatting zijn het er enkele honderden – een stuk minder dan Syrische soennieten. Van de zes die NRC sprak, hebben er maar een paar tegen medebewoners gezegd bij de geloofsminderheid te horen. De rest werd herkend aan hun afwijkende accent.

„Sinds de val van het regime hebben alawieten in Nederland zeker meer problemen”, zegt mensenrechtenactivist Meltem Halaceli, die sinds de moorden aan de kust van Syrië werkt aan de oprichting van een organisatie van alawieten in Nederland. „Tijdens de burgeroorlog ontstond het valse frame dat omdat Assad alawiet is, de hele alawitische gemeenschap onderdeel was van zijn regime. Dat heeft geleid tot haat, en tot geweld tegen onschuldige alawieten.”

‘Alawieten zijn varkens’

In een azc in Noord-Limburg begonnen soennitische Syriërs na de val van Assad  „steeds vaker te praten over alawieten wanneer ik in de buurt was”, vertelt een 25-jarige jongen. Hij had niet verteld dat hij zelf alawiet was. „Ze zeiden bijvoorbeeld dat alawitische vrouwen moesten worden verkracht om de bloedlijn zuiverder te maken. Na de moorden op alawieten aan de kust van Syrië vierden ze feest.”  

In het najaar zat hij met een alawitische vriend in zijn woonunit toen een groep soennitische Syriërs binnenkwam. „Ze legden de nieuwe Syrische vlag op ons hoofd, die na de val van Assad werd geïntroduceerd. En ze zongen: ‘Alawieten zijn varkens’.” De twee groepen begonnen tegen elkaar te schreeuwen en elkaar uit te dagen, tot iemand van het COA ingreep. 

Een woonbegeleider van het Noord-Limburgse azc bevestigt de vechtpartij en vindt het „erg vervelend voor de jongen en zijn vriend”. „Ik zie dat het hen pijn doet en het is pijn die ze hun hele leven al moeten voelen.”

Op de locatie hebben de twee Syrische groepen „last van elkaar”, zegt de begeleider, al is het nu rustiger dan toen het Assad-regime net was gevallen. De 25-jarige jongen heeft een andere kamer gekregen, waar hij alleen woont. Overplaatsen naar een andere locatie gaat niet. „Daar hebben we te weinig ruimte voor”, zegt de woonbegeleider, die niet met haar naam in de krant wil. 

IS-liederen

Een 43-jarige man en zijn vrouw die net is bevallen, wonen in een azc in Friesland. Daar hoorden ze begin februari van medebewoners dat „we jullie uit het kamp zullen drijven omdat je alawiet bent”, vertelt hij. Ook speelden ze IS-liederen af waarin alawieten worden uitgescholden en ze probeerden anderen in het kamp tegen hem en zijn vrouw op te zetten.

Toen ze in de gezamenlijke eetzaal zaten te eten, zei een medebewoonster: ‘Eet het gif maar op, dan zullen we de rekening vereffenen’, zegt de man. Hij heeft officiële klachten ingediend bij het COA en meerdere keren met de lokale politie gebeld – de klachten heeft NRC ingezien.  Een alawitische medebewoner van de 43-jarige man was van de hierboven beschreven momenten getuige en zegt dat ook hij wordt lastiggevallen door andere Syrische bewoners.

De politie in Sneek zegt telefonisch dat ze niets over individuele zaken kunnen zeggen, en óók niets over spanningen tussen Syrische groepen in Friese azc’s. De agent aan de telefoon zegt dat hij daar zijn „vingers niet aan wil branden”. Hij noemt het „politiek gevoelig”.  

Niet meer slapen

Een 39-jarige man in een azc in Zuid-Limburg vertelt dat een medebewoner vorige zomer „de koelkast in de gemeenschappelijke keuken opende en alleen mijn eten op de grond gooide, terwijl hij dat van andere bewoners gewoon liet liggen”. Terwijl hij het eten opraapte, „viel hij mij aan”. De 39-jarige man duwde de ander van zich af en die schreeuwde „dat hij en zijn vrienden me buiten het azc zouden vermoorden”.

Door de bedreiging durfde de man dagenlang zijn kamer niet uit. Het incident volgde na meer dan een jaar van scheldpartijen, zegt hij. Nadat eenmaal bekend was geworden dat hij alawiet is – iemand herkende zijn accent, zegt hij – begonnen medebewoners hem lastig te vallen. „Telkens wanneer ik langs groepjes mensen liep, scholden ze me uit met opmerkingen over alawieten.” 

Een COA-medewerker van het azc in Zuid-Limburg zegt dat hij zelf geen gespannen situaties tussen alawieten en andere Syriërs heeft gezien, maar dat „bewoners er hun eigen ervaring mee hebben”. In zulke gevallen doet het COA altijd onderzoek, zegt hij. „Maar ja, de ene zegt van wel, de ander van niet, dan ben je nog steeds nergens.” Hij trekt de motieven van alawieten die klagen enigszins in twijfel, want: „Iedereen wil overplaatsing naar de Randstad.”  

De zes alawieten die NRC sprak, zijn bang. Ze proberen zo vaak mogelijk te logeren bij familieleden of vrienden in andere steden, of ze trekken zich terug in hun kamers. De 25-jarige jongen in Noord-Limburg durft ’s nachts niet meer te slapen en doet het nu maar in de ochtenden. Hij is blij dat hij zijn eigen kamer heeft gekregen, maar „nu is het gewoon ik en mijn laptop – en dat is het”. Vóór de incidenten hielp hij kampbewoners vaak met vertalen – bij de dokter of het ziekenhuis – maar dat gaat niet langer. Ze willen niet meer door hem geholpen worden, zegt hij. 

De 36-jarige vrouw in Gelderland heeft inmiddels een aanbod van het COA gekregen om overgeplaatst te worden naar een ander azc, zegt ze. „Ze wilden de soennitische familie niet overplaatsen, omdat hun twee kinderen binding met de regio hebben. Maar zelf heb ik dat nu ook.” Ze werd vrienden met haar Turkse buurvrouw en twijfelt nog of ze het aanbod zal accepteren. „Ik ben er verdrietig van. Ik kwam naar Nederland om me veilig te voelen, maar dat doe ik nu niet meer.”  

De volledige namen van alle anoniem geciteerde mensen zijn bekend bij de redactie, evenals hun woonplaatsen: beide worden voor hun veiligheid niet vermeld. NRC sprak vier alawieten telefonisch, van twee van hen heeft het een geschreven verklaring ingezien.

Discriminatie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next