Femicide Vanuit de kappersstoel kunnen klanten signalen geven dat ze zich thuis niet veilig voelen. Wat moeten kappers dan doen? Een doosje met kaartjes moet helpen het gesprek aan te gaan en slachtoffers door te verwijzen. „We proberen de slachtoffers via sleutelfiguren te bereiken.”
In de toolkit De Luisterstoel staan suggesties voor kappers over hoe ze een gesprek te beginnen met een klant die signalen afgeeft van partnergeweld of huiselijk geweld. ‘Je hebt me iets verteld, mag ik er meer over vragen?’
In de stoel voelen klanten zich vaak veilig, zegt kapster Sem Zwetsloot van Hair Moments in Best. Door de nabijheid en aanrakingen is de band intiem. Tegelijkertijd is die vrijblijvender dan met familie. „Een kapper gaat je niet bevragen over iets dat je twee maanden eerder zei.”
Zwetsloot krijgt dankzij die ongebondenheid veel vrolijke én verdrietige verhalen te horen. Soms gaan die over een controlerende echtgenoot, een toxische relatie of zelfs huiselijk geweld. Uit onderzoek van het Radboudumc blijkt een op de drie kappers weleens zulke signalen te krijgen. Hoe moeten ze daarnaar handelen?
Om kappers te helpen, is de ‘Luisterstoel‘ ontwikkeld, in opdracht van Mariëtte Hamer, de Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Deze „toolkit”, zoals ze hem zelf noemt, bestaat uit een doosje met kaarten die kappers kunnen helpen het gesprek aan te gaan wanneer ze van klanten signalen opvangen over onveilige relaties of huiselijk geweld.
Overigens is het niet de bedoeling om van kappers hulpverleners te maken, zegt Hamer. „Wel willen we een omstander van ze maken, met de bagage om goed te reageren.” Oftewel, iemand die een hulpbehoevende weet door te verwijzen naar professionele hulp.
De toolkit van de Luisterstoel.
Woensdagochtend overhandigde Hamer, tussen de kappersstoelen in de Kappersacademie in Rotterdam, het eerste exemplaar van de toolkit aan burgemeester Carola Schouten. Even verderop waren leerlingen in de weer met krullers en tubes haarverf.
Hamer benadrukte het belang van kappers. Femicide, zei ze, is geen plotselinge escalatie, maar een eindpunt van een proces waarin geleidelijk steeds meer grenzen worden overschreden. Het begint klein, langzaam verliest de vrouw steeds meer autonomie. Eerder helpen kan veel ellende voorkomen. Ongeveer elke acht dagen wordt een vrouw vermoord of gedood, blijkt uit cijfers van het CBS. Jaarlijks gaat het gemiddeld om 43 vrouwen. In ongeveer de helft van de gevallen is de (ex-)partner de dader of vermoedelijke dader.
Sommige kaartjes doen suggesties over hoe (voorzichtig) een gesprek te beginnen. ‘Je hebt me iets verteld, mag ik er meer over vragen?’ Of: ‘Wat je ook zegt, ik geloof je.’ Andere ‘pauzekaartjes’ geven klanten de ruimte om later terug te komen op hun verhaal: ‘Als je er later over wil praten, dan ben ik er voor je’. En de Luisterstoel bevat ook richtlijnen voor de kapper als die een gevaarlijke situatie vermoedt: ‘Ik maak me zorgen om je veiligheid, zullen we samen iemand bellen?’
Ook als klanten niet uit zichzelf vertellen, geven ze signalen af, zegt Hamer – maar die moeten wel worden gezien door ‘omstanders’. Het gaat dan om lichamelijke signalen als blauwe plekken of het ontwijken van oogcontact. Soms is ook ander gedrag reden voor oplettendheid: stress, zwijgzaamheid, zenuwachtigheid of het ontwijken van gesprekken over thuis of de partner. En emoties kunnen een signaal afgeven – zoals paniek of huilbuien.
De presentatie van de Luisterstoel, met rechts burgemeester Carola Schouten en daarnaast Mariette Hamer.
Ervaringsdeskundige Anita Wix vertelt dat ze door haar echtgenoot naar de kapper werd gebracht om haar haar te laten blonderen. Hij wilde dat. „Hij bracht me, bleef wachten en nam me daarna weer mee”, vertelt ze. „Veel mensen vonden het lief. Het was niet lief: het ging hem om macht en controle.”
Anita denkt dat kappers een goede rol kunnen spelen in het tegengaan van huiselijk geweld. Het is belangrijk, zegt ze, dat iemand vragen stelt. „Slachtoffers vinden hun situatie vaak normaal. Pas als een ander er vraagtekens bij zet, kunnen ze dat anders gaan zien.” En zegt ze, „ik wilde graag praten, maar ik wist niet hoe. Dus geef niet op, blijf vragen. Luister naar je onderbuik”.
Huiselijk geweld is een groot probleem in Rotterdam, zegt Schouten. Als burgemeester heeft ze bevoegdheden die het leven van een slachtoffer kunnen verbeteren, zoals gebiedsverboden voor geweldplegers. Maar dan is de situatie wel al geëscaleerd. Geweld achter de voordeur opsporen en aanpakken, is dan ook een speerpunt van Schouten. In Rotterdam gebeurt dat door de lijntjes tussen organisaties als de politie en hulporganisaties zo kort mogelijk te houden.
In gesprekken met slachtoffers hoorde de burgemeester over hoe eenzaam die zich voelden. De intimidatie en het geweld spelen blijven vaak onzichtbaar voor buitenstaanders.
Hamer: „De erkenning dat het niet normaal is wat je meemaakt, kan slachtoffers helpen.” Schouten: „We proberen de vrouwen via sleutelfiguren te bereiken. Zij kunnen vertellen: dit hoef je niet te accepteren. En ze kunnen doorverwijzen naar hulp.”