De Dacische gouden helm van Coțofenești, die vorig jaar werd geroofd uit het Drents Museum is teruggevonden. De helm werd samen met twee teruggevonden armbanden getoond op een persconferentie. De derde gestolen armband ontbreekt nog.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
Tijdens de persconferentie was er bewapende politie aanwezig met bivakmutsen om de zaal te beveiligen. Sinds woensdag zijn de objecten weer terug.
Volgens het OM zijn de artefacten teruggevonden op aanwijzing van de verdachten, met ‘tussenkomst van de verdediging’. Vanwege de nog volgende strafzaak maakt het OM weinig details bekend over de vondst.
De teruggave van de objecten is volgens het OM het gevolg van ‘procesafspraken’ met de verdachten, maar onduidelijk is welke invloed die hebben op een eventuele strafmaat voor de verdachten. Het OM wil niet zeggen of er met alle verdachten afspraken zijn gemaakt.
Vanochtend kondigde het Openbaar Ministerie een persconferentie aan vanwege ‘grote ontwikkelingen’ in de zaak. De Roemeense autoriteiten berichten daarna dat zij door Nederland waren ingelicht dat er ‘objecten’ zijn gevonden. Op dat moment wilden politie en OM nog niet bevestigen dat het ook om de gouden helm ging.
De gouden helm van Coțofenești werd samen met drie andere archeologische topstukken vorig jaar januari gestolen uit het Drents Museum in Assen. De roof van de kunstschatten leidde tot een diplomatieke rel tussen Nederland en Roemenië, dat de voorwerpen had uitgeleend, vanwege kritiek op de beveiliging van de tentoonstelling over het Dacische rijk.
Het bijna een kilo wegende gouden voorwerp uit de 5de eeuw voor Christus wordt beschouwd als de Roemeense Nachtwacht: een kunstvoorwerp dat onderdeel uitmaakt van de nationale identiteit. De Nederlandse regering betaalde inmiddels 5,7 miljoen euro aan de verzekeraar van het Roemeens Nationaal Historisch Museum.
Voor de diefstal werden al gauw drie Nederlandse verdachten opgepakt. Zij moeten over twee weken voor de rechtbank verschijnen. Het Openbaar Ministerie claimde eerder een ‘overvloed aan bewijs’ te hebben tegen hen.
Tijdens voorbereidende zittingen ontstond sterk de indruk dat zij in opdracht van anderen handelden. De verdachten weigerden echter iets te zeggen over mogelijke opdrachtgevers, of over waar de helm zou zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant