Péter Magyar is uitgegroeid tot meest geduchte uitdager van de Hongaarse premier Viktor Orbán in zestien jaar. Volgens de peilingen maakt zijn partij Tisza kans de verkiezingen op 12 april te winnen. Wie is hij? ‘Magyar is onze enige kans.’
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Daar komt hij, vlak na het vallen van de avond. Péter Magyar, met een brede lach en een Hongaarse vlag in zijn linkerhand, baant zich door de menigte voor het stadhuis van Ajka. Hij neemt de tijd, schudt handen, poseert voor selfies. ‘Tik-tok, tik-tok’, zegt hij aan het begin van zijn speech. Het laatste uur van Viktor Orbáns regering heeft geslagen. ‘Tisza gaat deze verkiezingen winnen.’
‘Alles moet veranderen’, zegt Daniel Soltisz (40) instemmend. ‘Voor onze kinderen.’ Hij heeft zijn 5-jarige zoontje op zijn schouders gehesen. ‘Soms heb ik spijt dat ik niet uit Hongarije ben vertrokken toen ik nog jong was’, zegt de timmerman. ‘Maar ik wil ook niet weg.’ Over Magyar: ‘Hij is de enige die Orbán kan verslaan. Als er nu geen verandering komt, gebeurt het nooit.’
Het westelijke Ajka (27 duizend inwoners) is de laatste plaats die Magyar deze dag aandoet. Op een moordend tempo trekt hij door Hongarije, dagelijks bezoekt hij meerdere plekken. Dit begon niet vlak voor de verkiezingen komende 12 april: hij doet het al twee jaar vrijwel non-stop. In een medialandschap dat goeddeels onder controle van Orbán en zijn radicaal-rechtse partij Fidesz staat, is dit samen met sociale media de enige manier om kiezers te bereiken.
Inmiddels staat Tisza bij de meeste opiniepeilers rond de 10 procentpunten voor. Het zijn vooralsnog schattingen. Het kiesstelsel is aangepast in het voordeel van Fidesz. Voor een zege is naast een goed landelijk resultaat ook forse winst nodig in de 106 individuele kiesdistricten, die iets meer dan de helft van de zetels leveren.
Kleinere steden en het conservatieve platteland geven daarbij de doorslag. Daarom is Magyar deze dag begonnen in Fonyód (vijfduizend inwoners), aan de oever van het Balatonmeer. In deze contreien kreeg Fidesz vorige verkiezingen tussen de 50 en 60 procent van de stemmen.
Zijn boodschap is nog succesvoller dan zijn strategie. Hongarije is vanwege Orbán, corruptie en zijn ‘maffiastaat’ het armste land van de EU geworden, zegt Magyar. De economie stagneert, zorg en onderwijs verkeren in slechte staat, Hongaren verlaten het land. Een Tisza-vrijwilliger vraagt het publiek wie familie heeft die voor werk naar het buitenland is vertrokken. Bijna de helft van de handen gaat omhoog.
Afgelopen twee jaar groeide Magyar uit tot onbetwiste oppositieleider. Nu is hij erop gebrand Orbán te verslaan – en de partij waar Magyar zelf uit voortkomt. De 45-jarige politicus, wiens achternaam ‘Hongaar’ betekent, was zo’n twintig jaar lid van Fidesz. Hij komt uit een gegoede conservatieve familie en groeide op in een chique wijk van Boedapest, in de schaduw van het parlement.
In 2003 rondde hij zijn rechtenstudie af en werd lid van Fidesz, toen een oppositiepartij. Daar leerde hij zijn echtgenote Judit Varga kennen, die later minister van Justitie werd. In de jaren voor zijn breuk met de partij had Magyar geen politieke rol, maar vervulde verschillende functies bij staatsbedrijven.
Hij lag niet goed binnen Fidesz, schrijft onafhankelijk medium Direkt36 in een doorwrocht profiel. Ook uitte hij binnenskamers kritiek op de partijkoers. De betrekkingen verzuurden verder nadat hij in 2023 van Varga was gescheiden. Magyar belandde op een zijspoor. Eind dat jaar zei hij met zijn kritiek naar buiten te zullen treden. Het zal niemand interesseren, kreeg hij te horen. Want niemand kent je.
In februari 2024 was Hongarije in de greep van een kindermisbruikschandaal dat tot massaprotesten leidde. President Katalin Novák trad af, ook Judit Varga legde haar functie neer. Volgens sommigen, onder wie Magyar, waren ze door Fidesz onder de bus gegooid om de volkswoede te temperen. In een Facebookpost schreef hij dat de verantwoordelijke machthebbers zich ‘achter de rokken van vrouwen’ verschuilden.
Hij schoof aan bij YouTube-kanaal Partizán en hing in een interview de vuile was van Fidesz buiten. 2,5- van de 8 miljoen Hongaren keken ernaar. Dat voorjaar maakte hij de sprong naar de politiek en werd partijleider van de kleine Partij voor Respect en Vrijheid (afgekort Tisza). Bij de Europese verkiezingen kreeg Tisza 30 procent van de stemmen: de grootste verkiezingswinst van een oppositiepartij in veertien jaar. Het spel was op de wagen.
Volgens Magyar heeft Fidesz de kansen van het land verkwanseld en haar conservatieve wortels verloochend met Orbáns radicale en autoritaire koers. Maar Magyar is wel politiek gevormd in de vroege Fidesz-jaren: hij is zelf een uitgesproken conservatief, christen en patriot.
Onder zijn toehoorders klinkt hoop, enthousiasme maar ook twijfel. ‘Ik knijp mijn neus dicht als ik op hem ga stemmen’, zegt Katalin Matís (72) in Cselldömölk (11 duizend inwoners), een andere plek die Magyar op deze dag bezoekt. Oftewel: met flinke tegenzin. ‘We moeten nu eenmaal een pact tegen de duivel sluiten. Ik ben bang dat dit onze laatste kans is.’
Zijn conservatieve profiel maakt Magyar verteerbaar voor rechtse kiezers. Maar dat is niet zijn hele electoraat, blijkt uit onderzoek van denktank Republikon. Hij verzamelt ook proteststemmen tegen Orbán onder meer liberale, linkse en groene kiezers. Zij gooien hun gewicht achter Magyar, maar krijgen daar wel een centrumrechtse partij voor terug. Afgaande op de peilingen komen Tisza en Fidesz sowieso in het parlement en mogelijk nog het extreemrechtse Ons Vaderland. Drie smaken rechts dus.
‘Laatst las ik een artikel waarin stond dat Magyar eigenlijk Fidesz uit 2006 is’, zegt Bella (23), ‘dat baart me wel zorgen.’ Ze staat met twee vriendinnen aan de rand van de bijeenkomst in Cselldömölk. ‘Er moet verandering komen, maakt niet uit wie’, valt Petra (23) haar bij. Noodzaak wint het van scepsis. De conservatieve Magyar is misschien geen perfecte kandidaat, maar straks zitten ze met nog vier jaar Orbán. Of langer.
Overigens is Anna (23), die de lerarenopleiding volgt, niet al te optimistisch over Magyars kansen. ‘Mijn familie haat hem.’ Bovendien oefent Fidesz nog altijd grote druk uit. ‘Een studiegenoot die inmiddels op een school werkt, werd gebeld door de directeur. Of ze kon uitleggen waarom ze openlijk Magyar steunt.’ Het is de reden waarom zij net als haar vriendinnen geen achternaam in de krant wil. ‘Ik wil graag een baan.’
Er heerst brede onvrede in de Hongaarse samenleving. Verkiezing op verkiezing greep Orbán meer macht, maar hij kon ook rekenen op steun vanwege de economische groei in het land. Na vier slechte jaren stagneert de economie en vertoont Orbáns systeem scheuren. Magyar kanaliseert de woede in eenvoudige maar krachtige boodschappen.
‘Hij is gedisciplineerd en strategisch’, zegt András Bíró-Nagy, directeur van denktank Policy Solutions. ‘Al deze tijd weet hij zijn boodschap vast te houden en de agenda te bepalen. En hij heeft eindeloos energie, ik weet eerlijk gezegd niet hoe hij het doet.’ Zijn grootste innovatie, zegt Bíró-Nagy, is de constante grassroots-campagne.
Deze is zo succesvol dat Orbán hem nu kopieert. Openbare evenementen – de eerste van Orbán in zestien jaar – nemen de exacte beeldtaal over van Tisza-bijeenkomsten. Bezoekers krijgen fakkels, net als bij Magyar. Er kleven nadelen aan het openbare karakter, ontdekte Orbán recentelijk in Györ. Hij werd uitgejoeld. Boos en met lichte verbazing riep hij terug dat deze mensen niet aan de kant van Hongarije staan.
Magyars sterke nadruk op nationale identiteit en patriottisme vindt juist brede weerklank. Dat komt door het verschil in toon, zegt Zsuzsanna Végh, analist bij denktank German Marshall Fund. ‘Orbán maakt kiezers machteloos. Hij schetst een wereld waarin ze zijn overgeleverd aan verschillende dreigingen en hij hen als enige kan beschermen. Magyar doet een beroep op nationale trots, waardigheid en hoop. Orbán, zonder het zelf zo te benoemen, behandelt Hongaren als onderdanen. Magyar behandelt ze als burgers.’
Magyar is hard op migratie – geen Europees migratiepact, het hek aan de Hongaarse zuidgrens blijft – maar stelt zich betrekkelijk constructief op naar Brussel. Een van zijn beloften is het terughalen van de EU-fondsen die vanwege Orbáns beleid zijn bevroren. Daarmee wil hij de economie weer op gang brengen. Hij vindt dat Hongarije in Europa thuishoort, bij de EU en de Navo.
Oekraïne is een lastiger thema. Blokkades zoals de Brusselse veto’s van Orbán zijn onwaarschijnlijk, maar verwacht geen ommekeer. Oekraïne is de grote boeman in Orbáns campagne, steun voor het land neemt zienderogen af in de peilingen. Végh: ‘Magyar zegt de stem van Hongaren te vertegenwoordigen. Maar wat veel Hongaren denken, is beïnvloed door jarenlange anti-Oekraïense propaganda.’
Met de naderende verkiezingen legt Magyar een nieuw accent in zijn toespraken: verbinding in een verdeeld land. Niet de kiezers van Orbán zijn de vijand, maar de kliek rondom de premier. Deze toon klonk door in zijn toespraak bij de mars die Tisza organiseerde in Boedapest op nationale feestdag 15 maart: Péter Magyar is er voor alle Hongaren.
Bij de persconferentie die avond komt Magyar binnen, in een traditioneel Hongaars kostuum, één brok zelfvertrouwen. Hij heeft net tienduizenden landgenoten toegesproken met zijn boodschap van hoop en verandering. Een jonge vrouwelijke journalist van het onafhankelijke Jelen stelt een kritische vraag: of hij zich zorgen maakt over Orbán, die de week ervoor met buitenlandse thema’s weer het initiatief in de campagne nam.
Voor ze is uitgesproken valt hij haar in de rede, en wordt boos. ‘Onzin. Kijk naar de mars vandaag! Het Hongaarse volk geeft daar niet om. Hongaarse geschiedenis wordt niet geschreven in Washington, Brussel, Teheran of Moskou, maar hier, op Hongaarse pleinen en Hongaarse straten.’ Dat had de onafhankelijke pers geweten als ze, in plaats van Fidesz-evenementen, vaker verslag deed van bijeenkomsten ‘van de toekomstige regeringspartij’, bijt hij haar toe.
Het tekent de wisselvallige relatie van Magyar met de onafhankelijke pers: dit is niet de eerste keer. Ook vandaag valt hij een paar keer uit en verwijt de ‘Boedapest-bubbel’ dat ze het contact met het echte Hongarije hebben verloren.
Is hij een populist? Magyar denkt even na. ‘Het is geen slechte zaak om de wens van het volk te vertegenwoordigen. Dankzij onze tochten door het land ben ik misschien wel de politicus die de meeste Hongaarse kiezers ooit heeft gesproken.’ Zo weet hij ‘hoe we straks ons geliefde Hongarije moeten besturen’. Dat wordt ‘in het begin moeilijk’, verwacht Magyar. Maar wat zijn verschillende kiezers bindt, is hun wens voor ‘een normale maandag’.
Bij zijn toespraak in Fonyód prijst hij oppositiepartijen die zich terugtrekken om Tisza een betere kans te geven in dit kiesdistrict. ‘Er is nu geen tijd voor verschillende partijen. Dit is een referendum. Als je niet voor Tisza stemt, houd je Orbán aan de macht. Straks zullen we weer democratie krijgen, vrije pers, vrije rechtspraak, vrije universiteiten en een vrije economie. Op 12 april sturen we Orbán weg.’
Gejuich.
De alles-of-nietscampagne zegt evenveel over Magyar als over de staat van Hongarije na zestien jaar Orbán. Voor Magyars aanhangers is hij de enige kans om het tij te keren voor het land nog verder in een autocratie verandert. ‘Nu of nooit’, klinkt Tisza’s campagneleus over het plein in Ajka die avond. Magyar vraagt iedereen om elkaars handen vast te houden en citeert dichter des vaderlands Sándor Petöfi. ‘Sta op, Hongaren!’ Honderden brandende fakkels beschijnen de hoopvolle gezichten in het duister.
Source: Volkskrant