Reinout van der Heijden is hoofdredacteur van de Geldgids en schrijft een column voor de Volkskrant.
Banken nemen maatregelen om aflossingsvrije hypotheken te beperken en minder aantrekkelijk te maken. Waarom is dat en wat staat huiseigenaren te wachten?
Banken moeten van de centrale banken (ECB en DNB) maatregelen nemen om aflossingsvrije hypotheken te beperken of anders een deel van de winst opzijzetten. Ook moeten zij klanten helpen als die in problemen komen.
Je hypotheek mag voor maximaal 50 procent van de woningwaarde aflossingsvrij zijn. Dat percentage gaat bij sommige banken in mei of juni naar 30 procent en er komt vaak ook een maximum van 150 duizend euro. Dat geldt niet voor mensen die al zo’n hypotheek hebben. Zij worden pas met deze beperkingen geconfronteerd als zij gaan verhuizen of hun aflossingsvrije hypotheek willen verhogen.
Verder rekenen banken een hogere rente voor aflossingsvrije hypotheken. Enkele jaren geleden betaalde je nog 0,1 procent opslag voor een aflossingsvrije hypotheek en nu is dat gemiddeld 0,3 en bij sommige banken zelfs 0,4 procent. Volgens experts stijgt dat percentage binnen twee jaar naar 0,5 tot 1 procent en op termijn zelfs naar 2 procent.
Heb je een aflossingsvrije hypotheek bij Rabobank, Obvion, ABN Amro of Florius? Dan krijg je te maken met de beperking van 30 procent en 150 duizend euro. Heb je zo’n hypotheek bij ASN (met labels SNS, RegioBank en BLG Wonen) dan geldt alleen de beperking van 30 procent. Bij al deze banken is de opslag 0,35 procent of meer.
Wat betekent dat? Heb je bijvoorbeeld een aflossingsvrije hypotheek van 250 duizend euro en wil je verhuizen, dan moet je vaak 100 duizend euro aan hypotheek omzetten naar een annuïtaire hypotheek waarmee je behalve rente ook aflossing betaalt. Of: je wilt een deel van de overwaarde gebruiken om eerder met pensioen te gaan. Dat is dan vaak niet meer mogelijk met een aflossingsvrije hypotheek.
Of je iets merkt van de hogere rente, hangt ervan af. Veel huiseigenaren hebben de rente voor langere tijd vastgezet. Zolang die rente loopt, heb je nergens last van. Moet je de rente opnieuw gaan vastzetten, dan wordt het spannend. Hoeveel meer ga je betalen om de aflossingsvrije hypotheek voort te zetten? Of kies je voor een hypotheek met lagere rente en aflossing? Het gaat je hoe dan ook meer kosten.
Daar komt nog iets bij. Sinds 2001 is de rente van een aflossingsvrije hypotheek nog maar 30 jaar aftrekbaar. Dat houdt in dat je vanaf 2031 de renteaftrek verliest. Dat gebeurt ook als je voor die tijd overstapt naar een annuïtaire hypotheek met aflossen.
Het is door verbouwing, verhuizing of scheiding vaak moeilijk vast te stellen wanneer een hypotheekdeel 30 jaar gelopen heeft. Er waren om die reden eerst plannen om langer renteaftrek voor aflossingsvrije hypotheken toe te staan, maar daar is niet voor gekozen.
Banken proberen nu vast te stellen wanneer de termijn van 30 jaar afloopt bij de aflossingsvrije hypotheek van hun klanten. Ze dringen bij je aan op een hypotheekcheck of aflosvrijcheck. Doe je niet mee, dan komt er een schatting die nadelig voor je kan zijn.
Over de auteur
Reinout van der Heijden is hoofdredacteur van de Geldgids.
Zelf een vraag? Geldvraag@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant