Oorlog in Iran President Donald Trump wil Iran nog „twee à drie weken terugwerpen in de steentijd”. Uit zijn toespraak blijkt dat ook hij niet weet wat daarop volgt.
Het betoog dat elke andere president waarschijnlijk zou hebben gehouden vóór de aanval op een ander land, komt woensdagavond alsnog. Ruim een maand nadat de Verenigde Staten de oorlog tegen Iran begonnen, spreekt president Donald Trump zijn land en de wereld negentien minuten lang toe. Wie het nieuws in die periode gevolgd heeft, wordt er weinig wijzer van. Trump praat dagelijks met journalisten over de wedstrijd. En verschuift even vaak de doelpalen.
De vraag is of zijn woorden vanachter een katheder in het Witte Huis een langere houdbaarheid en meer gewicht hebben dan de vaak tegenstrijdige ambities die hij uit de losse pols meldt. Zo belooft Trump in zijn toespraak „het moeilijkste deel zit erop” en „wanneer dit conflict voorbij is, zal de Straat [van Hormuz] vanzelf opengaan”. Olie zal „snel weer op gang komen en de benzineprijzen zullen rap dalen. Beurskoersen zullen rap stijgen”. Spoedig herstel van de economische schade — meer dan de militaire doelen, het uitschakelen van het Iraanse kernbomprogramma of eventuele regime change — is waar Amerikaanse kiezers hem en zijn Republikeinse partij bij de Congresverkiezingen in november aan zullen houden.
Trump herhaalt, wat hij al sinds 9 maart zegt, dat de militaire doelstellingen „binnenkort voltooid zijn”: het decimeren van het nucleaire programma, de ballistische raketten, de defensie-industrie en de marine van Iran. „We zullen ze de komende twee tot drie weken extreem hard treffen. We zullen ze terugwerpen naar de steentijd — waar ze thuishoren. Ondertussen zijn er gesprekken gaande.” Hij beweert niet, wat hij de afgelopen dagen heeft gezegd, dat Iran hem „in uiterst succesvolle onderhandelingen” om een akkoord „smeekt”. Wel dat „als er geen deal komt, zullen we al hun elektriciteitscentrales zeer hard treffen”. Een dreigement dat hij op 21 maart maakte en sindsdien voor zich uit schuift.
Een werkelijke regimewissel in Iran, waar de bejaarde, dictatoriale ayatollah Ali Khamenei na zijn gewelddadige dood is opgevolgd door zijn hardliner-zoon Mojtaba, is geenszins Trumps doel, beweert hij. „We hebben nooit gesproken over een regime change, maar er heeft wel degelijk een regime change plaatsgevonden (…) de nieuwe groep is minder radicaal en veel redelijker.” Aan het begin van de oorlog riep Trump Iraniërs op hun lot in eigen hand te nemen en het tirannieke regime omver te werpen. Hij legt zich er schijnbaar bij neer dat dat er niet van komt. Waardoor het volstrekt onduidelijk is of de onderdrukte bevolking van Iran iets opschiet met deze oorlog.
Interessant is ook wat de Amerikaanse president niet zegt. Hij roemt bondgenoten in het Midden-Oosten: Israël, Saudi-Arabië, Qatar, de Emiraten, Koeweit en Bahrein, maar maakt geen woord vuil aan de NAVO. De afgelopen dagen dreigde hij het tachtig jaar oude bondgenootschap op te blazen omdat Europese landen hem niet bijstaan in zijn oorlog. Woensdag gebiedt hij alleen „landen van de wereld” die voor hun brandstof afhankelijk zijn van de Straat van Hormuz „ten eerste: koop olie van de VS” en „ten tweede: ga naar de zeestraat en neem die in, bescherm die, gebruik die”. Tot zijn bombardementen was de waterweg niet door Iran afgesloten.
Trump wijdt geen seconde aan de mogelijke inzet van Amerikaanse grondtroepen. De afgelopen weken wordt volop gespeculeerd over het innemen van Iraans grondgebied ten noorden van Hormuz, het bezetten van het olie-eiland Kharg in de Perzische Golf en het fysiek afpakken van 400 kilo hoogverrijkt uranium die Iran zou hebben verborgen. Duizenden mariniers en luchtmobiele manschappen zijn naar het Midden-Oosten gestuurd, maar het blijft onduidelijk of zij in actie zullen komen.
Met zijn toespraak wil Trump vooral het negatieve sentiment in eigen land temperen. Peilingen wat betreft zijn functioneren als president zijn dramatisch. Hij noemt de duur van de twee wereldoorlogen, die in Vietnam en Irak, om de strijd van nu ruim een maand in perspectief te plaatsen. Hij prijst de tot nu toe dertien Amerikaanse slachtoffers „die hun leven hebben gegeven in deze strijd, om te voorkomen dat onze kinderen ooit geconfronteerd zouden worden met een nucleair Iran”. „Dit is een werkelijke investering in de toekomst van uw kinderen en kleinkinderen.”
Zoals Trump zelf nooit eerder het geduld heeft kunnen opbrengen voor een langdurige militaire strijd, in Irak, Afghanistan of Oekraïne, is het onwaarschijnlijk dat Amerikanen de lange adem hebben voor zijn conflict met Iran.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet