Het is alwéér het jaar van Josh O’Connor, onder meer bekend van zijn rol als prins Charles in The Crown. Wie is deze wat ongewone Britse filmster, die zijn rollen bij uitstek vormgeeft in gebaren en lichaamshouding?
‘Je kunt gemakkelijk verliefd op hem worden, maar je leert hem nooit echt kennen’, zei regisseur Oliver Hermanus toen hij werd gevraagd naar het geheim van acteur Josh O’Connor. Die speelt een van de hoofdrollen in Hermanus’ historische liefdesdrama The History of Sound. Binnenkort is hij bovendien ook te zien in de nieuwe Steven Spielberg, Disclosure Day.
Het is het jaar van Josh O’Connor. En dat was het vorig jaar eigenlijk ook al, en het jaar daarvoor ook. De Engelsman was een springerige flirt in de zwoele tenniskomedie Challengers (2024), een stuntelige overvaller in The Mastermind (2025), inspireerde tot zondige gedachten als ‘hot priest’ in Wake Up Dead Man (2025) en won zowel een Emmy als een Golden Globe voor zijn schuchtere, geïmplodeerde vertolking van prins Charles in de serie The Crown.
Zo’n indrukwekkende reeks rollen, die O’Connor de afgelopen jaren aaneenreeg, schrijf je bij andere acteurs snel toe aan een goede agent. Maar de Engelsman lijkt toch vooral zijn eigen pad te volgen. Zo schreef hij brieven aan regisseur Alice Rohrwacher na het zien van haar film Lazzaro felice (2018). Of ze misschien een rol voor hem had? Die had ze, als grafrover Arthur in het prachtige La chimera (2023). Iemand achter wiens zwijgen je een wereld aan gevoel vermoedt – zoals zo vaak bij O’Connor.
O’Connor is een atypische filmster: bescheiden, gesteld op zijn privacy. Op zijn (inmiddels inactieve) Instagramaccount deelde hij geen promotie voor films, maar eigen schetsjes of beeldhouwwerken die hij bewondert. In interviews is hij charmant kneuterig. Als het even kan begint hij over zijn liefde voor tuinieren, borduren en pottenbakken. Met zijn uitstaande oren en wat dromerige blik is hij ook qua voorkomen geen doorsnee ‘leading man’.
Desondanks – of misschien wel juist daarom – zwijmelt het halve internet bij hem weg. Op YouTube buitelen de compilatiefilmpjes met titels als ‘Josh O’Connor being adorable for 10 minutes’ en ‘30 seconds of Josh O’Connor melting over a puppy’ over elkaar heen. Zelfs in The New York Times kan de auteur van een serieus profiel het niet weerstaan te beginnen over O’Connors ‘verrukkelijke olifantenoren’ die ‘je bijna uitnodigen om ze vast te pakken’.
O’Connor is de zoon van een leraar en een verloskundige. In 2011 studeerde hij af aan de Bristol Old Vic Theatre School. Theater was zijn eerste liefde, als kleine jongen raakte hij begeesterd door het amateurtoneel waaraan zijn oom meedeed. Maar sinds zijn doorbraak in film en televisie heeft hij nauwelijks nog op de planken gestaan. In 2021 zou hij bij het National Theatre samen met Jessie Buckley in een enscenering van Romeo & Juliet staan, maar door corona werd dat een filmregistratie.
Die film- en tv-doorbraak was er in 2017, met twee totaal uiteenlopende rollen: die van de werkschuwe aspirant-schrijver Larry in de komische televisieserie The Durrells (2016-2019) en die van een ruwgebolsterde schaapsboer in de film God’s Own Country (2017).
Hoewel hij zowel een lichter als een zwaarder register beheerst, zoals die twee rollen bewijzen, domineert zeker in het begin van zijn carrière het zwijgzame type. Niet zelden duurt het minutenlang voordat zijn personage een woord spreekt. In God’s Own Country is er na acht minuten een binnensmonds ‘no’. Desondanks hebben we tegen die tijd een goed beeld van wie deze Johnny Saxby is. Want O’Connor geeft zijn rollen bij uitstek vorm in gebaren en lichaamshouding.
Zie in God’s Own Country hoe onbehouwen hij een quad bestuurt, met opgetrokken schouders zijn eten naar binnen schrokt; maar ook de zachtheid waarmee hij de flank van een drachtige koe beroert. Dezelfde dualiteit komt terug in de relatie tussen hem en een Roemeense seizoenarbeider die komt helpen bij het lammeren.
Of zie recenter Kelly Reichardts The Mastermind, waarin hij een timmerman speelt die een roof beraamt op het lokale museum. Er zit iets lijzigs in zijn manier van bewegen in die film, iets vertraagds, alsof de urgentie van de dingen om hem heen niet tot hem doordringt.
In een interview met tijdschrift Fantastic Man suggereert O’Connor dat zijn dyslexie een factor is in de fysieke benadering van zijn rollen. Een script uit zijn hoofd leren en een personage uit die woorden vormen is voor hem lastig, legt hij uit. In plaats daarvan creëert hij voor elke rol een plakboek, dat hij omschrijft als een ‘zintuiglijke geheugenbank’. Ter voorbereiding op God’s Own Country hielp hij bij de geboorte van honderdvijftig lammeren, om zich de fysieke wereld van zijn personage eigen te maken.
Ook van invloed op zijn acteren waren zijn grootouders aan moeders kant, John Bunting en Romola Jane Farquharson. Beiden waren beeldend kunstenaar, en in interviews vertelt O’Connor geregeld hoe hij als kind hun studio’s bezocht. Eindeloos gefascineerd keek hij naar hun handen. Dat vond niet alleen zijn weg naar een liefde voor pottenbakken – een van zijn favoriete vrijetijdsbestedingen – maar ook naar de manier waarop hij als acteur zijn personages vormgeeft.
Je zou een studie van O’Connors acteren kunnen maken aan de hand van enkel zijn handen. Hoe hij ze verlegen wegstopt in de zakken van zijn bomberjack in Aisha (2022); hoe hij onrustig de vingers van zijn linkerhand langs elkaar wrijft in de korte film The Colour of His Hair (2017), als zijn geliefde en hij overwegen wat ze moeten met een brief waarin ze worden gechanteerd met hun homoseksualiteit.
Hoe hij in The Mastermind over zijn voorhoofd wrijft wanneer hij beseft dat zijn kinderen uitgerekend op de dag dat hij een museum gaat overvallen een studiedag hebben. Hoe hij later, wanneer hij wordt ondervraagd door de politie, aan zijn trouwring draait.
Aan Fantastic Man vertelt hij hoe hij in voorbereiding op zijn rol als prins Charles in de hitserie The Crown (2016-2023) veel keek naar diens handen. ‘Charles’ handen zijn fascinerend, omdat hij ze nauwelijks gebruikt.’ Op archiefbeelden bestudeerde hij hoe de prins zijn handen vaak stevig in zijn vestzakken houdt, ‘gebald tot vuisten. Alsof hij, naarmate hij ouder wordt, de hele natie op zijn plaats houdt.’
In eerste instantie wilde O’Connor de rol niet aannemen. Hij had niet het idee iets te kunnen toevoegen aan het publieke beeld van Charles. Wat hem over de streep trok was een scène die Peter Morgan, het creatieve brein achter de serie, hem te lezen gaf. Daarin vergelijkt Charles zichzelf met een man die tijdens de oorlog wacht op een oproep voor het leger. ‘Ik zit feitelijk te wachten tot mijn moeder overlijdt, zodat mijn leven betekenis kan krijgen’, zegt Charles in de scène.
O’Connor balt dat gevoel samen in zijn vertolking van Charles. Hij speelt hem als iemand die in een constante verkramping leeft, vol opgekropte woede, die hij achter gesloten deuren botviert op Diana.
In 2020 laat O’Connor zich van een heel andere, uitgesproken komische kant zien in Emma (2020), als priester met een oogje op het titelpersonage. Regisseur Autumn de Wilde maakte van haar Jane Austen-verfilming een screwballcomedy met personages op de grens van karikatuur. Waar O’Connors rollen zo vaak gehuld zijn in zwijgen, naturalisme, subtiliteit, vaart hij hier juist op zijn stem en overdrijving.
De ontwikkeling van zijn personage is te schetsen via twee huwelijksscènes aan het begin en richting het einde van de film, waarin hij de genodigden toespreekt. In de eerste doet hij dat op een overdreven zangerige toon, vol vreemde klemtonen (innócence) en met een op zijn gezicht bevroren zijige glimlach. In de latere scène is zijn stem neutraal en de glimlach oprecht. Zijn personage is een paar illusies armer, maar is wel dichter bij zichzelf gekomen.
Vorig jaar speelde hij opnieuw een priester, in Wake Up Dead Man (2025), het derde deel van de succesvolle Knives Out-reeks van Rian Johnson. Hoewel strikt genomen Daniel Craig als detective Benoit Blanc de hoofdrol speelt, is het O’Connor die een groot deel van de film draagt, als een man die het spreken met zijn vuisten heeft verruild voor het Woord Gods.
Die doorbraak naar dragende rollen kwam met twee films die in 2024 vrijwel gelijktijdig in de Nederlandse bioscopen te zien waren: Luca Guadagnino’s Challengers en Alice Rohrwachers La chimera. Vooral tennisfilm Challengers katapulteerde O’Connor naar zijn sterrenstatus.
Het internet vrat van de scène waarin zijn personage Patrick churros eet met Art, met wie hij rivaliseert om de door Zendaya gespeelde Tashi. Het is een van meerdere eetscènes waarmee Guadagnino de onderlinge relatie en seksuele spanning tussen de personages uitspeelt. Er worden ook nog onder meer hotdogs en bananen weggestouwd.
‘Luca Guadagnino liet me de hele tijd eten’, zegt O’Connor in een interview op rogerebert.com. ‘Dan zei hij op de set tegen me: ‘En in deze scène, Josh, ben je aan het eten’, waarop ik zei: ‘No shit, je meent het. Waarom ben ik steeds aan het eten?’’
Een paar zinnen later geeft hij het antwoord zelf: ‘Het eten van een broodje is een manier om te laten zien wie iemand is.’ Terwijl Art voorzichtig stukjes van zijn churros afbreekt, neemt de brutale, wat schunnige Patrick grote happen, praat met volle mond en smeert kaneelsuiker over zijn halve gezicht.
O’Connor straalt een aanstekelijk plezier uit in Challengers, maar zijn rol in La chimera ligt hem naar eigen zeggen het meest na. In een interview met Entertainment Weekly legde hij uit dat hij zich herkende in de enigszins als een geest door de wereld bewegende Arthur, een Engelsman die in Italië onderdeel uitmaakt van een groep grafrovers.
‘De rol viel samen met een periode waarin ik het gevoel had zoekende te zijn naar mijn plaats in de wereld.(...) Ook al spreek ik in een andere taal en lijkt hij niet echt op mij, ik voel me van alle personages die ik heb gespeeld het meest verwant aan Arthur.’
Opnieuw drukt O’Connor zich in die rol vooral via lichaamstaal uit. Vaak stopt Arthur zijn handen weg onder zijn oksels. Dat doet hij vanwege de kou (hij draagt enkel een linnen pak, in een winters Italië), maar het laat ook zien hoe Arthur zich altijd net een beetje afsluit voor de wereld en de mensen om hem heen, hoe hij zijn gevoelens en gedachten binnenhoudt.
Altijd heb je bij O’Connor het gevoel dat hij iets onder het oppervlak houdt, iets waar we niet bij kunnen. Het is precies wat regisseur Hermanus benoemde: je wordt makkelijk verliefd op hem, maar je kunt hem nooit echt kennen. En juist daardoor blijf je nieuwsgierig naar hem.
Dat beseft O’Connor ook. ‘Hoe vaker we een acteur zien, hoe moeilijker het voor die acteur is om jou ervan te overtuigen dat hij iemand anders is’, zei hij in een interview in The Guardian. Hij overweegt dan ook op termijn iets anders met zijn handen te gaan doen dan acteren. ‘Misschien doe ik het nog een tijdje en word ik dan pottenbakker.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant