Home

Verschil in kwaliteit tussen ziekenhuizen nog lang niet altijd openbaar

Patiënten kunnen nog altijd nauwelijks informatie vinden over waar ze de beste zorg kunnen krijgen, terwijl ze daar wel recht op hebben. Daardoor hebben ze geen inzicht in de verschillen tussen ziekenhuizen, die soms groot zijn.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.

Het gebrek aan transparantie in de medisch-specialistische zorg is al jarenlang een pijnpunt. Sinds het Nederlandse zorgstelsel in 2006 door nieuwe wetgeving een ‘markt’ werd, moeten zorgaanbieders open zijn over de uitkomsten van hun behandelingen. Alleen dan kunnen patiënten immers een geïnformeerde keuze maken voor de beste zorg en kunnen zorgaanbieders concurreren op kwaliteit. Het idee was dat de kwaliteit hierdoor zou verbeteren en dat het zorgkosten zou schelen.

Maar al jaren is duidelijk dat in veel gevallen geen sprake is van transparantie. Patiënten hebben vaak geen inzicht in de verschillen tussen ziekenhuizen. Dat die groot kunnen zijn, bleek twee jaar geleden toen onderzoeker Maike Schepens ontdekte dat in het ene ziekenhuis 19 procent van de patiënten na een prostaatverwijdering incontinent wordt, terwijl het in het andere ziekenhuis 84 procent is. Ze baseerde zich op anonieme informatie. De ziekenhuizen maken de gegevens niet openbaar.

Dat is tot op de dag van vandaag het geval, en dat geldt voor veel meer behandelingen, zo blijkt uit onderzoek van de Patiëntenfederatie en het Zorginstituut. De belangenbehartiger van patiënten en de onafhankelijke overheidsadviseur brachten in kaart in hoeverre de uitkomsten van medisch-specialistische zorg openbaar worden gemaakt.

Dan gaat het onder meer om het percentage complicaties bij een bepaalde operatie, het percentage patiënten dat een jaar na bijvoorbeeld een knie- of heupoperatie weer zonder hulpmiddelen kan lopen, of het aantal mensen dat een bepaalde behandeling overleeft.

Uitkomsten niet openbaar

Uit het onderzoek blijkt dat voor het overgrote deel van de medisch-specialistische zorg geen enkele uitkomst openbaar is. Van nog geen 12 procent van de zogenoemde ziektelast (een maatstaf voor het aantal gezonde levensjaren dat mensen verliezen door ziekte) is de kwaliteit op minimaal één punt inzichtelijk.

Het bevestigt het vermoeden dat de transparantie ver achterblijft bij de doelstellingen. In verschillende zorgakkoorden werd achtereenvolgens afgesproken dat er van 50 procent van de ziektelast zorguitkomsten openbaar moeten zijn. De deadline daarvoor schoof steeds op: van 2022 naar 2025 tot uiteindelijk 2026. Maar nu ook die laatste eindstreep is bereikt, is er van verbetering geen sprake.

Dat heeft vooral te maken met wie in Nederland verantwoordelijk zijn voor transparantie, zegt Xander Koolman, gezondheidseconoom aan de VU. ‘De partijen die een cruciale rol spelen, hebben juist belang om transparantie tegen te houden.’

In Nederland werkt het Zorginstituut namelijk samen met beroepsverenigingen en brancheverenigingen om te bepalen welke informatie wel en niet publiek wordt. ‘De belangenbehartigers kregen door dat transparantie niet in het belang was van hun achterban’, zegt Koolman. ‘Het betekent dat hun eigen leden meer met elkaar moeten concurreren. Meer transparantie maakt het leven van de eigen leden moeilijker. Dus kwam er zand in de raderen.’

Transparantie moet norm zijn

In een reactie op het onderzoek noemt een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) het ‘niet goed’ dat het niet gelukt is de afspraken na te komen. ‘Transparantie moet de norm zijn’, aldus de woordvoerder. ‘Ziekenhuizen willen én moeten zo transparant mogelijk zijn.’

In dat ‘mogelijk’ zit de crux, want het is volgens de NVZ een ‘taai proces’ om met ‘betrouwbare en objectieve’ informatie te komen. ‘We moeten vooral voorkomen dat er verkeerde conclusies worden getrokken als je cijfers zonder context naast elkaar legt.’ De NVZ zegt daarom samen met patiënten, zorgaanbieders en zorgverleners te werken aan ‘één vindplaats’ voor ‘eenduidige informatie’ over de kwaliteit van zorg.

Koolman ziet de situatie niet meteen verbeteren, maar merkt wel een verschuiving. ‘Wat ik bijzonder vind, is dat dit onderzoek ook van het Zorginstituut zelf komt. Omdat het instituut voor veel van haar taken afhankelijk is van samenwerking met zorgaanbieders en zorgverleners gaan zij ruzie liever uit de weg. Het Zorginstituut kiest in zekere zin nu wel kant.’ Daarmee is de ‘patstelling’ die volgens Koolman is ontstaan, hopelijk doorbroken. ‘Ik vind dat stoer en hard nodig.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next