Home

200 musici komen samen voor Nationale Orkestspelen: ‘Jongeren hebben de behoefte om ergens bij te horen, misschien wel meer dan ooit’

Jeugdorkesten Veel jeugdorkesten verloren in coronatijd leden omdat die iets anders gingen doen. Nu zitten ze in een wederopbouwfase. In het Akoesticum in Ede komen zes jeugdorkesten samen om workshops te volgen en zich voor te bereiden op een muzikale wedstrijd.

Deelnemers tijdens de workshop 'Mijn strijkinstrument'.

Pimpelpaars, babyroze, felrood, fluororanje, mosgroen, hemelsblauw, bordeauxrood, kanariegeel: een hele kleurenwaaier aan hoodies krioelt zaterdag 28 maart door cultureel trainingscentrum Akoesticum in Ede. Meer dan tweehonderd musici uit zes Nederlandse jeugdorkesten hebben zich verzameld in de voormalige kazerne. Aan hun truien herken je meteen wie bij welk orkest hoort en met welke concerttournee ze eerder hebben meegedaan. „Wow, jullie hebben zelfs je eigen instrument erop!” klinkt het over de individuele embleempjes van het Frysk Jeugdorkest. Het Twents Jeugd Symfonie Orkest herken je aan de donkergroene petjes en truien met een indrukwekkend aantal sponsorlogo’s op de rug en mouw. En dan zijn er nog het Jeugdsymfonieorkest Bloembollenstreek, Kennemer Jeugd Orkest, Jeugd Symfonieorkest Leiden en Young Talent Orchestra uit Rotterdam.

De orkesten, variërend in bezetting van zo’n twintig tot meer dan zestig musici van circa 12 tot 24 jaar, zijn naar Ede afgereisd voor de tweejaarlijkse Nationale Orkestspelen. Opgericht in 2002 ontwikkelde het zich van een concours met regio-voorrondes naar een festivaldag met orkestpresentaties, workshops en een dirigentenmasterclass, in aanloop naar een finale. De orkesten spelen vandaag nog niet ‘voor het echie’: de jury geeft alleen tips. De echte wedstrijd volgt in de finale op zondag 14 juni in de Grote Zaal van de Rotterdamse Doelen. Dan doen ook het Amersfoorts Jeugd Orkest en het Almeers Jeugd Symfonie Orkest mee: die zijn met zoveel dat ze vandaag niet in het auditorium passen en hebben op hun thuishonk juryfeedback gekregen.

In het auditorium stromen de achterste banken op de tribune ’s ochtends vol met jonge musici. Het spits wordt afgebeten door het Kennemer Jeugdorkest, geleid door Christiaan Kuyvenhoven. De jury is onder de indruk van hun uitvoering van het Romantisch intermezzo van Johan Wagenaar: „Een overtuigend begin” en „alle solo’s hartstikke op hun plek”. Over de Petite Suite van Debussy: „Superknap wat de koperblazers doen met die moeilijke trompetsolo’s en voortekens, en al die inzetjes.” Bij de wals valt er wat winst te behalen: „Die mag nog meer samen klinken.”

Deelnemers spelen samen.

Deelnemers tijdens de workshop ‘mijn strijkinstrument’.

Bestuursvoorzitter Mark Lansbergen (zelf ooit fluitist en slagwerker in het Rotterdams Jeugd Orkest) is vanaf het eerste uur bij de Orkestspelen betrokken. Hoe gaat het met de circa 25 jeugdorkesten in Nederland? „Grosso modo merk je dat wat al zwak was – een stichting met weinig geld, geen gemeentelijke steun, gaten in de bezetting – door corona verder is verzwakt. Na twee jaar coronasluiting kreeg je orkestleden die zeiden: ik ga wat anders doen. Als je maar twintig musici had en vervolgens de helft weggaat, dan is je orkest verdampt.” Veel jeugdorkesten zitten momenteel in een wederopbouwfase, ziet Lansbergen. „Als iets als een paal boven water staat, is het dat jongeren de behoefte hebben om ergens fysiek bij te horen, misschien wel meer dan ooit. Maar kinderen hebben een jaar of vijf nodig voor ze in een echt jeugdorkest kunnen meedoen; daarvoor kunnen ze wel naar een juniorenorkest. Dus reken maar uit. Als kinderen in coronatijd begonnen zijn op een instrument, mag je hopen dat die in de komende paar jaar hun weg naar de orkesten vinden.”

Moeilijke loopjes spelen

Waar er de hele dag uit alle hoeken muziek klinkt, zijn er in de Spoorzaal geen instrumenten te bekennen. Op de grond liggen matjes: het domein van altvioliste Marieke Wenink, voor haar workshop ‘Wat beweegt jou?’. „Musici pakken hun instrument en gaan gelijk moeilijke loopjes spelen. Maar zie je schaatsers ooit de baan opgaan en meteen keihard gaan schaatsen?” Fysiek opwarmen – ook zonder je instrument – is belangrijk, ook als je niet naar het conservatorium wilt en gewoon voor je plezier wilt blijven spelen, houdt ze de groep voor. Ze stelt vragen over ambitie, talent en stress, laat ze hun lijf losschudden, en maakt ze met yoga-oefeningen bewust van wat ze voelen. En, hoe was dat nou? De een: „Zó leerzaam!” De ander: „Zó lastig!”

Verderop repeteert dirigent Jurjen Hempel met een groep hout- en koperblazers, samengesteld uit verschillende orkesten. Eerst maar eens goed samenkomen: toonladders spelen. Naar boven en weer naar beneden, eerst in vierkwartsmaat, dan een zeven-achtste met steeds verschuivende accenten. Dat is niet voor niets, want qua ritme en timing is het opletten geblazen in de muziek die daarna volgt: Old Wine in New Bottles van de Brit Gordon Jacob. Goed tellen, en nooit zomaar op je collega’s vertrouwen, tipt Hempel. „Speel eens wat harder, dan kan ik horen of het goed of fout ging”, zegt hij tegen een klarinettist. „Het was fout”, klinkt het terug. „Ja zeg, dat moet je natuurlijk niet verklappen”, lacht Hempel. „Altijd het voordeel van de twijfel pakken.”

Steengoede blazersmuziek, die Gordon Jacob, zegt Hempel na afloop. „Het zijn allemaal leuke partijen. Niet dat de fluiten heel veel noten hebben en de trompetten alleen maar pam-papa-pam spelen.” Hij merkt dat de deelnemers ontzettend snel vooruitgaan. „Ze spelen niet alleen hun eigen partij, maar zijn een onderdeeltje in een groter geheel. Dan zeg je: bij dat stukje moet je naar hem luisteren en bij dat andere stukje naar haar. Ik vind het ontzettend gaaf om te merken dat ze daarin binnen dat uur naar elkaar toe groeien.”

Aan het einde van de middag staat er een kluitje strijkers voor de tafel van vioolbouwer Maarten Bolten. Even daarvoor puilde zijn lokaal uit bij zijn verhaal over de do’s en don’ts van hoe je je strijkinstrument verzorgt. Voor hem ligt nu een stoffen rol met allerhande gereedschap. „Komt een viool bij de dokter”, grapt een jongen. De musici kijken gebiologeerd toe terwijl Bolten een viool en strijkstok inspecteert en het verschil tussen slijtage en echte schade uitlegt.

„Ik vind het allemaal erg interessant en cool en leuk”, zegt een violiste. Ze wijst Bolten op de kam van haar viool, het stukje hout dat de snaren omhooghoudt en trillingen doorgeeft aan de klankkast. Ze wrijft over de snaren: „Voelt dit niet te plat?” De snaren liggen inderdaad vrij diep in de kerfjes van de kam, zegt Bolten. De oplossing: een klein beetje hout wegvijlen. „Je snaren blijven precies zo liggen zoals ze lagen. Alleen de remmen gaan er een beetje af. Dan spreekt je viool wat makkelijker aan.” Wel spannend, vindt de eigenaresse van de viool. „Maar als jij belooft dat-ie er beter van wordt, dan zou ik zeggen: fix het maar.” Een paar minuten later is het gepiept. Gelijk even uitproberen: „Wow! Ik had niet verwacht dat zo’n kleine aanpassing zoveel verschil zou maken.” Doktersbezoekje geslaagd, op naar het diner.

Femke Prinsen (17)Speelt hoorn in het Twents Jeugd Symfonie Orkest

Voor Femke Prinsen is het 100 procent duidelijk: de hoorn is het allermooiste instrument. „De hoorn heeft een heel warme klank, maar klinkt ook hard genoeg. Als hoornist krijg je zowel melodische momenten, als van die ‘ram’-stukjes, waar je echt even mag shinen.” Eerst is ze gaan luisteren in het auditorium, zometeen moeten ze zelf spelen. Zijn ze er klaar voor? „Voor nu klaar genoeg. Er zitten wel wat risicoplekjes bij. We spelen onder andere een medley van de filmmuziek van Harry Potter. Veel overgangen dus: de ene keer is het mysterieus, dan moet het weer trots klinken. Bij die overgangen moet je echt de focus houden zodat je gelijk de goede sfeer te pakken krijgt. Hopelijk gaat dat in één keer lukken.”

Volgend jaar gaat Prinsen Recht en Management studeren. Nu komen de eindexamens er bijna aan. Valt dat een beetje te combineren met het muziek maken? „Jawel. Maar ik doe heel veel. Ik korfbal, daar ben ik ook coach. Ik zat ook bij twee andere orkesten. En dan nog hoornles. Ik ben wel gedisciplineerd.” Met hoornles en een van de andere orkesten is ze onlangs gestopt. „Ik had eigenlijk geen enkele avond vrij en ik heb wel wát tijd nodig om te leren.”

Pier de Boer (15)Speelt viool in het Frysk Jeugd Orkest

Violist Pier de Boer speelt nu zeven jaar bij het Frysk Jeugd Orkest, dat de hele provincie Friesland bedient. „Ik woon in een klein dorpje in the middle of nowhere. Door het Frysk Jeugd Orkest heb ik allemaal nieuwe mensen en een compleet nieuwe cultuur leren kennen.” Elke vrijdag zit hij heen en terug twintig minuten in de auto naar de repetitie. „Valt nog mee dus. Maar je kunt er niet op de fiets naartoe. Een vriend van mij uit het dorp speelt contrabas in het orkest, dus de rijbeurten kunnen we afwisselen.”

Het hoogtepunt van Piers dag was de orkestpresentatie. „Spelen is natuurlijk het allerleukste. Lekker met elkaar muziek maken is echt wel heel gezellig.” Naast een klassieker (Tsjaikovski’s Zwanenmeer) en filmmuziek (How to Train Your Dragon) prijkt er ook een obscure naam op het Friese programma: Kraus, een Duits-Zweedse componist uit de achttiende eeuw. „Die kent niemand. Maar juist daarom is het heel leuk om te spelen. Zijn Eerste symfonie is fantastisch geschreven. Het hele stuk is een beetje tragisch, met veel emoties die elkaar afwisselen. Dat maakt het interessant.”

Merel Leijnse (18)Speelt dwarsfluit in Jeugd Symfonieorkest Leiden

Als eerstejaarsstudent biomedische wetenschappen is het voor Merel Leijnse waarschijnlijk het laatste jaar bij haar jeugdorkest. Intussen speelt ze ook bij het Utrechts Studenten Koor en Orkest. Maar de band met haar Leidse orkest zal blijven: „Al mijn beste vrienden heb ik daar leren kennen.”

Ze heeft vandaag haar dwarsfluit mee, het is niet haar enige instrument. „Als kleuter ben ik begonnen met blokfluit. Een keer hoorde ik voor mijn les iemand heel mooi pianospelen. Toen zei ik tegen mijn moeder: dat wil ik ook. Dus toen speelde ik blokfluit én piano. Later ben ik van blokfluit overgestapt naar dwarsfluit. Tegen de tijd dat ik in de brugklas zat, zat ik ook in twee orkesten waar ik mensen viool zag spelen. Nou, dat vond ik eigenlijk ook heel cool. Dus toen heb ik ook viool erbij gedaan.”

Op dwarsfluit speelde ze vandaag mee in Gordon Jacobs Old Wine in New Bottles tijdens de blazersworkshop van Jurjen Hempel. „Dat was heel leuk. Best een ingewikkeld stuk met allemaal gekke verschoven inzetten en zo. Je moest echt wel opletten.” Bij de orkestpresentatie speelde haar orkest een medley van de Disney-film Frozen, het vioolconcert van Mendelssohn en Danzón nr. 2 van Marquéz. „Bij Danzón maken we er met z’n allen een feestje van. Als alle ritmes en accenten goed in elkaar passen, dan heb je zo’n moment van: ‘Ja, hier doe ik het voor’.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Klassieke muziek

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next