Walvissoorten duiken de laatste maanden op rond de Nederlandse kust: bruinvissen stranden, een beloega wordt gespot en een kwakkelende bultrug houdt Duitsland in zijn greep. Maar er is niet één onderliggende oorzaak.
Bultrug Timmy strandde dinsdag voor de vierde keer in ruim een week in de wateren boven Duitsland. Miljoenen Duitsers waren ervan in de ban, omdat bultruggen normaal niet in de Oostzee voorkomen. Marinebiologen oordeelden woensdag dat Timmy te verzwakt is en laten hem "in vrede" sterven.
Er waren de laatste maanden meer walvisachtigen in of rond de Nederlandse wateren. Halverwege januari werd voor het eerst sinds 1984 een beloega voor de kust gespot. In februari spoelde gdolfijn Djay-Lynn aan. En sinds drie weken is het druk bij SOS Dolfijn door het aanspoelen van vijf bruinvissen.
Voor de bruinvissen is een verklaring. Die stranden vaak tussen januari en april. "Het gaat om jonge bruinvissen die vorig jaar zijn geboren", vertelt Jeroen Hoekendijk van SOS Dolfijn. "Ze gaan voor het eerst alleen op pad. In combinatie met stormachtige omstandigheden leidt dat tot een piek in strandingen."
Het aantal aangespoelde bruinvissen was de laatste twee jaar wel opvallend laag. Nu is dat weer gestegen. En er stranden nu dus meer walvissoorten. "Daar is niet één onderliggende reden voor", zegt ook walvisdeskundige Annemarie van den Berg.
Hoekendijk zegt dat er "zeker wat bijzonderheden" zijn. Voor het eerst zijn twee bruinvissen tegelijk aangespoeld, waarbij het niet om een moeder en kalf gaat. En er spoelden drie bruinvissen in twee dagen tijd aan. "Het valt op, maar daar hebben we niet altijd een verklaring voor."
Hoekendijk noemt de verscheidenheid aan verschillende dieren toeval. De dieren komen uit heel verschillende gebieden. "De dolfijnen die we meer zien komen uit warmere wateren uit het zuiden, terwijl de beloega uit het Arctisch gebied komt."
Volgens Van den Berg zou de opwarming van het zeewater ervoor kunnen zorgen dat de dolfijnen het noordelijker gaan zoeken. Maar daar is nog niet genoeg onderzoek naar gedaan. "Er zijn ook mensen die zeggen dat de dieren last hebben van alle windturbines op zee. Maar daar is ook nog weinig onderzoek naar gedaan. Bovendien zien we walvissen juist in de buurt van windparken zwemmen."
De bultrug komt sinds twintig jaar voor in de Noordzee. "Bij de eerste meldingen van een bultrug in de Noordzee werden we nog zenuwachtig. Nu worden ze bijna gerekend tot bewoners", zegt Van den Berg.
Het aantal bultruggen is gestegen sinds het verbod op commerciële walvisvaart in 1986. Maar het dier kwam voor die tijd niet in de Noordzee voor, vertelt zowel Van den Berg als Hoekendijk. In musea zijn gedetailleerde gravures te vinden van aangespoelde grote walvissen uit zeventiende en achttiende eeuw. Daar zat nooit een bultrug tussen.
Wat ook meespeelt: dieren hebben karakters. Van den Berg: "Ik heb honderden bruinvissen geholpen in mijn carrière. De een was schuchter, de ander weer brutaal of nieuwsgierig." Zo zijn dieren in vreemde wateren niet altijd verdwaald, maar soms ook avontuurlijk of nieuwsgierig.
Bultruggen zijn van zichzelf heel nieuwsgierig. Die zwemmen havens en rivieren in. Spitsnuitdolfijnen leven normaal gesproken op 3 kilometer diepte in de oceaan en zijn juist heel schuchter. Van den Berg: "We willen graag alles op een hoop gooien voor een verklaring, maar dat is niet altijd mogelijk. Het gaat hier dus ook om individuen."
Source: Nu.nl algemeen