Home

Zijn slachtoffers van eergerelateerd geweld niet wit genoeg voor politieke daadkracht?

is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant.

Lange tijd was ik ervan overtuigd dat een breed maatschappelijk en volwassen gesprek over eergerelateerd geweld wel van de grond zou komen. Een nieuwe, meer geaarde generatie zou vast wel het verschil maken. De breed uitgemeten moordzaken zoals die op Roshin in 2023 en op Ryan in 2024 zouden de politiek misschien eindelijk eens wakker schudden om stevige maatregelen te nemen. De zeldzame ervaringsverhalen in de media zouden vast bijdragen aan meer bewustzijn. Acties! Moties!

Maar nee.

Ondertussen is het aantal meldingen van eergerelateerd geweld het afgelopen jaar wederom toegenomen. Een groei die in de berichtgeving daarover doorgaans wordt platgeslagen met de plichtmatige verklaring dat signalen mogelijk gewoon eerder worden herkend. Dus misschien valt het eigenlijk best mee, die twee- tot drieduizend meldingen per jaar bij de politie, waarvan slechts honderden worden doorgezet naar het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG).

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

En het recente bericht dat duizenden meisjes in Nederland risico lopen op genitale verminking (een vorm van eergerelateerd geweld), terwijl deze verboden praktijk nooit tot een strafzaak heeft geleid? Het zal wel. Dat mogen de deskundigen, hulpverleners, docenten en politie- en justitiemedewerkers wel in hun werkpraktijk uitvogelen, al navigerend in een mijnenveld van culturele gevoeligheden en juridische beperkingen.

Toch blijft de vraag wat hier dan toch in hemelsnaam aan de hand is. Zijn de (potentiële) slachtoffers van eergerelateerd geweld niet wit genoeg om te mogen rekenen op politieke daadkracht? Komt aandacht voor het onderwerp niet zo lekker uit in de strijd tegen extreemrechts?

Feit is dat de honderden meldingen bij het LEC EGG enkel om de zwaarste en meest complexe zaken gaan: moord en doodslag, fysieke mishandeling, dwang, vrijheidsbeneming en verkrachting. De werkelijke omvang van de problematiek is nog veel groter. En hoezeer betrokken hulpverleners eerbied verdienen omdat ze nog altijd met de poten in de modder staan: het huidige beleid is met de focus op preventie in wezen krachteloos.

Zo krijgen nieuwkomers tijdens inburgering nu op het hart gedrukt ‘dat in Nederland anders wordt gekeken naar de positie van vrouwen’. Tuurlijk, vertel dat eens aan de neef van Roshin, die in het bijzijn van haar peuterdochter met 28 messteken om het leven werd gebracht omdat de gescheiden vrouw een nieuwe liefdesrelatie was begonnen. Hij zal vast instemmend hebben geknikt toen hij de boodschap hoorde.

Of om maar even te citeren uit het berichtenverkeer van de betreffende neef, zoals te lezen in het vonnis: ‘Broer, als zij mijn zus was, dan zou ik haar in twee stukken doen en weggooien. In Europa of niet, het maakt me niet uit. Het gaat om onze eer, ik zal de wet en regels van Europa neuken.’

Daarnaast: kwetsbare slachtoffers moeten vaak zélf het risico op geweld inschatten. Ook als het zicht vertroebeld is door loyaliteit aan familie en de hoop dat het allemaal wel los zal lopen. En tegen opruiende familieleden valt juridisch ook weinig te doen. Hoe anders is dat in Engeland, waar potentiële slachtoffers bijvoorbeeld een uitreisverbod opgelegd kunnen krijgen als er signalen zijn van een risico op genitale verminking.

De Nederlandse politiek kan, kortom, blijven hopen op verandering ‘van binnenuit’, af en toe zwaaiend met een doekje voor het bloeden. Óf zij gaat misstanden achter de voordeur eindelijk eens aanpakken met meer bevoegdheden voor hulpverleners en justitie.

Source: Volkskrant

Previous

Next