KPN en zes andere Nederlandse cloudbedrijven gaan samenwerken om te concurreren met techreuzen als Google, AWS en Microsoft. Ze willen de overheid helpen los te komen van Amerikaanse aanbieders.
is techverslaggever van de Volkskrant.
Woensdag presenteert het zevental het plan in Den Haag, aan onder anderen de staatssecretaris voor digitale economie en soevereiniteit, Willemijn Aerdts. Die is ervoor verantwoordelijk dat Nederland digitaal onafhankelijker wordt van de Verenigde Staten.
Daarover wordt veel gepraat, maar er is nog weinig ondernomen. De vraag is of Nederland de technologische kennis, kunde en capaciteit in huis heeft om alternatieven te bieden voor de clouddiensten van big tech. ‘Die hebben we’, zeggen de zeven bedrijven nu.
In een manifest noemen ze het realistisch om binnen een paar weken een ‘autonoom cloudplatform van substantiële omvang’ te bieden, naast de platforms die er al zijn. Dat wordt geen alternatief van Microsoft-formaat, maar wel groot genoeg om ‘kritieke applicaties’ op te laten draaien.
De zeven zijn KPN, Centric, Info Support, Intermax, Nebul, Previder en Uniserver. Bij elkaar beschikken zij over tien grote datacenters, vanwaaruit al diensten worden geleverd aan onder meer de overheid. In totaal zetten zij zo’n 6,5 miljard euro per jaar om. Ook de Stichting Digitale Infrastructuur Nederland en TNO zijn bij het initiatief betrokken.
Concreet betekent dit dat de bedrijven hun zogeheten technische standaarden op elkaar laten aansluiten, zodat ze hun capaciteit aan elkaar kunnen ‘uitlenen’. Individueel hebben ze daar te weinig van om bijvoorbeeld de Rijksoverheid te voorzien van cloudopslag, maar als ze volgens dezelfde principes opereren, kan de data van overheden bij verschillende bedrijven worden gestald.
Vergelijk het met bijvoorbeeld supermarkten: die gebruiken hetzelfde wegennet om hun waren in de winkel te krijgen, maar bieden wel verschillende producten aan en bepalen zelf de verkoopprijs.
Ook moet het makkelijker worden om van aanbieder te wisselen. Momenteel zitten veel overheden in een zogenoemde ‘vendor lock-in’: zelfs als ze willen kunnen niet zomaar weg, omdat ze afhankelijk zijn van de dienst van één aanbieder. De samenwerkende Nederlandse bedrijven beloven met openbare broncodes te werken, zodat klanten ook een andere aanbieder zouden kunnen kiezen.
De Autoriteit Consument en Markt reageert tegenover NRC voorzichtig positief op het plan: het zou de verhoudingen op de markt kunnen verbeteren, omdat de Amerikaanse hegemonie wordt uitgedaagd.
De bedrijven blijven onderling met elkaar concurreren. De technische afspraken moeten er alleen voor zorgen dat zij worden gezien als serieuze partijen bij de gunning van overheidsopdrachten. Nu maken Nederlandse aanbieders nauwelijks kans naast big tech.
De samenwerkende bedrijven willen overheden ook begeleiden om data en applicaties ‘terug te halen’ naar Nederland. Ze beloven daarnaast dat de overige bedrijven het beheer zo nodig overnemen, mocht één van hen worden overgenomen door een bedrijf buiten de Europese Unie.
Of de aansluiting tussen de verschillende bedrijven in de praktijk zo naadloos zal zijn als zij presenteren, moet blijken. Daarnaast roept bijvoorbeeld het onderbrengen van klantdata bij een ander bedrijf vragen op over cyberveiligheid.
Intussen werken Europese techbedrijven samen aan een alternatief voor Microsoft Office, zo kondigden zij vorige week aan. Het gaat onder meer om mailprovider Soverin en kantoorsoftware-aanbieder Nextcloud. Ze werken samen op twee niveaus: zowel dat van de software, als dat van de platforms waar die software op draait.
Source: Volkskrant