De vleugelloze muggen kunnen overleven in de kou. Ze wekken hun eigen warmte op en gebruiken antivries.
Een sneeuwvliegje (Chionea alexandriana) wandelt in de vrieskou.
Ze maken hun eigen antivrieseiwitten, wekken chemisch warmte op en als de nood hoog is amputeren ze hun eigen pootjes: sneeuwvliegjes zijn doorgewinterde survivalexperts. De vleugelloze steltmuggen kruipen zelfs bij zes graden onder het vriespunt nog vrolijk over de sneeuw in gebergten als de Alpen, de Pyreneeën of de Cascades, op zoek naar soortgenoten om eitjes mee te leggen. Hoe ze dat voor elkaar krijgen, beschreven Amerikaanse onderzoekers in Current Biology.
Voor een koudbloedig insect als de sneeuwvlieg kunnen ijskristallen in het lichaam razendsnel fataal zijn. Daarom codeert hun dna voor speciale eiwitten die binden aan ijskristallen en zo hun groei stopzetten. Ook vinden de onderzoekers aanwijzingen dat sneeuwvliegjes in korte tijd chemische warmte kunnen opwekken, vergelijkbaar met hoe zoogdieren bruin vet verbranden. Zo’n warmte-impuls, die de onderzoekers met een warmtecamera vastlegden, kan het insect ternauwernood van de bevriezingsdood redden.
Mogen die overlevingsmechanismen niet baten, dan heeft de sneeuwvlieg nog één truc in petto. Als de ijskristallen zich razendsnel door zijn pootje verspreiden, beschermt hij zijn vitale organen door het pootje eraf te bijten.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin