Het voortdurend verdacht maken van rechters draagt niets bij aan een betere rechtsstaat. Sterker, het ondergraaft het vertrouwen dat daarvoor juist zo essentieel is.
De recente Kamervragen van JA21 over een rechter in Maastricht maken pijnlijk duidelijk hoe gemakkelijk het tegenwoordig is geworden om rechters weg te zetten als ‘activistisch’. Wie echt gelooft in de rechtsstaat, zou juist het tegenovergestelde moeten doen. Die omarmt zijn rechters. Niet omdat zij onfeilbaar zijn, maar omdat zij onmisbaar zijn.
Kritisch kijken naar de rechtspraak is op zichzelf niet verkeerd. In een open samenleving hoort kritiek thuis, ook op de rechtspraak. Maar wat we de afgelopen jaren steeds vaker zien, is geen inhoudelijke kritiek meer. Het is het systematisch ondergraven van vertrouwen in een van de pijlers van onze democratische rechtsstaat. En dat is gevaarlijk.
Over de auteur
Hanneke van Eijken is hoogleraar rechtsstaat en democratie aan de Universiteit Utrecht. Ze is tevens werkzaam als rechter-plaatsvervanger; dit opiniestuk is expliciet niet vanuit die hoedanigheid geschreven.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Om te begrijpen waarom, moeten we terug naar de kern: de trias politica. De scheiding der machten is geen abstract staatsrechtelijk concept, maar een levend principe dat onze vrijheid beschermt. De wetgevende macht maakt de regels, de uitvoerende macht voert ze uit, en de rechterlijke macht beoordeelt of dat alles eerlijk, rechtmatig en binnen de grenzen van de rechtsstaat gebeurt. Die machten staan niet hiërarchisch boven elkaar, maar houden elkaar in balans. Juist die wederzijdse controle voorkomt machtsmisbruik.
Betekent dit dat rechters simpelweg de wet moeten toepassen zoals die door de politiek is vastgesteld? Nee. Dat zou een miskenning zijn van hun rol. Rechters zijn geen verlengstuk van de politiek. Hun taak is niet alleen om wetten toe te passen, maar ook om te toetsen of die wetten en de toepassing ervan recht doen aan fundamentele rechten en beginselen.
Dat klinkt misschien abstract, maar de praktijk laat zien hoe essentieel dat is. Neem de toeslagenaffaire. Daar zagen we wat er kan gebeuren wanneer de rechter te terughoudend is en te veel vertrouwt op de letter van de wet en de uitvoering daarvan. Burgers werden vermalen door een systeem dat strikt volgens de regels werkte, maar fundamenteel onrechtvaardig uitpakte. Juist daar had een kritischer rechterlijke houding een verschil kunnen maken door scherper te toetsen of wat er gebeurde, wel strookte met rechtsstatelijke beginselen.
Rechters die kritiekloos de wet toepassen, zijn geen teken van stabiliteit. Want wetten zijn mensenwerk. En mensenwerk is feilbaar. Wetgeving kan tekortschieten, onbedoelde gevolgen hebben en zelfs in strijd zijn met hogere normen zoals mensenrechten. In zulke gevallen is het niet alleen toegestaan, maar noodzakelijk dat een rechter dat signaleert.
De geschiedenis leert ons dat blind vertrouwen in wetgeving geen deugd is. Wetten kunnen ontsporen. We zouden vandaag de dag geen enkele wet uit totalitaire regimes als legitiem beschouwen, ook al waren ze destijds ‘democratisch’ of volgens de regels tot stand gekomen. Het is precies daarom dat we een onafhankelijke rechter nodig hebben: als laatste waarborg tegen ontsporing.
Dat betekent niet dat rechters politiek bedrijven. Integendeel: juist door onafhankelijk te zijn, kunnen zij boven de politieke waan van de dag uitstijgen. Ze wegen belangen, interpreteren normen, moeten recht doen in concrete gevallen. Dat is geen activisme, maar hun werk.
En laten we eerlijk zijn over dat werk. Het is zelden eenvoudig, en zelden zichtbaar. De rechter die zich nauwelijks kan verdedigen in het publieke debat. De rechter die achter gesloten deuren beslissingen neemt over de toekomst van kinderen. De rechter die in de wijk recht spreekt, dicht bij de mensen. De rechter die luistert naar verhalen op zittingen van burgers die zich niet gehoord voelen.
Het is geen rol die lichtvaardig wordt vervuld. Juist daarom verdient de rechterlijke macht geen wantrouwen als standaardhouding, maar een fundamenteel vertrouwen als uitgangspunt. En aan het werk van rechters gaat een zware selectie en opleiding vooraf.
Mag je dan helemaal geen kritiek hebben op rechters? Natuurlijk wel. Rechtspraak moet transparant zijn, uitlegbaar, en open voor debat. Maar laten we onderscheid maken tussen kritiek en ondermijning, tussen inhoud en insinuatie en tussen discussie en diskwalificatie. In het geval van de Kamervragen van JA21 betrof het een rechter die (regelmatig) een prejudiciële vraag stelt aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dat stellen van vragen is een bevoegdheid van iedere Nederlandse rechter, juist omdat Nederland ook gebonden is aan de Europese wetgeving – waarover het zelf heeft onderhandeld en waarmee het heeft ingestemd.
Deze zomer gaan de nieuwe asielregels van de EU van kracht, wetgeving waar onze Nederlandse minister en de ambtenaren al heel lang aan hebben gewerkt. Dat gaat ook ongetwijfeld vragen opleveren voor de rechter, omdat een wet niet altijd meteen helemaal duidelijk is. En dan mag een rechter vragen stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, daartoe is hij of zij bevoegd als Nederlandse rechter.
Het voortdurende bashen van rechters dat we steeds vaker zien, draagt niets bij aan een betere rechtsstaat. Sterker, het ondergraaft het vertrouwen dat daarvoor juist zo essentieel is.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant