De overheid mag dan miljarden aan subsidie willen pompen in Tata Steel, maar dat wil niet zeggen dat dit de arbeiders gaat helpen. Want wie werknemers werkelijk centraal stelt, moet ook eerlijk zijn over waar duurzame werkgelegenheid gelegen is.
Het is een beproefd en verleidelijk frame: de kille rekenmeester achter zijn spreadsheet tegenover de zwoegende arbeider die de echte economie draaiende houdt. In het debat over de miljardensteun aan Tata Steel wordt deze karikatuur opnieuw gretig van stal gehaald, zoals onlangs in opiniestukken in de Volkskrant. De suggestie is simpel: wie kritisch is op het storten van publiek geld in een bodemloze put, heeft geen hart en geen oog voor mensen van vlees en bloed.
Laat ik daar persoonlijk over zijn. Ik weet wat hard werken betekent. Ik ben de zoon van een man die ruim twintig jaar in de haven werkte. Ik zag hem elke ochtend om vier uur vertrekken en pas ’s avonds weer thuiskomen. Dag in, dag uit. Ik heb van dichtbij gezien wat fysieke arbeid vraagt en wat de rechtvaardige trots van een vakman betekent. Juist vanuit dat respect voor de werkende mens weiger ik mee te gaan in dit politieke theater.
De werkelijkheid is namelijk harder dan een oneliner: wie blind voor deze miljarden tekent, doet diezelfde arbeider uiteindelijk tekort.
Over de auteur
Dennis Vink is is hoogleraar Finance and Investment aan Nyenrode Business Universiteit.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De voorgenomen miljardeninjectie voor Tata Steel is geen tijdelijke impuls voor een sector in nood. Het is een fundamentele, peperdure gok om een energie-intensieve industrie in Nederland te houden onder omstandigheden die structureel ongunstig zijn. Elektriciteit is hier duurder dan bij onze buren. Het stroomnet zit op slot. Technisch personeel is schaars. Dit zijn geen abstracte variabelen uit een model, maar harde randvoorwaarden. En de geschiedenis leert: die laten zich niet wegsubsidiëren.
De tegenstelling tussen ‘getallen’ en ‘mensen’ is een valse tegenstelling. Alsof rekenen per definitie kil is en het negeren van economische realiteit sociaal. In werkelijkheid is het precies andersom: wie weigert te rekenen, neemt het risico dat werknemers straks de rekening betalen. Het is gemakkelijk om vandaag betrokkenheid te tonen met andermans belastinggeld. Het is lastiger om eerlijk te zijn over de houdbaarheid van die keuzes.
En als we het dan toch over mensen hebben: laten we ook eerlijk zijn over de omwonenden. Al jaren zijn er zorgen over gezondheidsschade door de uitstoot van de fabriek en lopen er procedures. Dat debat is nog niet beslecht, maar de problematiek is evident.
Tegelijkertijd loopt er op dit moment een strafrechtelijk onderzoek waarbij de opsporingsdienst data bij Tata Steel heeft gevorderd. Juist in zo’n context ligt de lat voor publieke steun niet lager, maar aanzienlijk hoger.
Wie nu weigert die vragen te stellen, verkoopt een gevaarlijke illusie. Het kunstmatig in stand houden van een structureel verlieslatend model is geen sociale politiek; het is het uitstellen van een onvermijdelijke klap. Dat patroon hebben we vaker gezien. Serieuze industriepolitiek vraagt om keuzes. Niet elke activiteit kan op elke plek, tegen elke prijs worden behouden.
Ook het argument van ‘strategische autonomie’ verdient meer realisme. Nederland importeert de grondstoffen voor staalproductie toch al. Voor ijzererts en kolen zijn we volledig afhankelijk van het buitenland. Ook in alternatieve scenario’s, zoals productie op basis van aardgas of waterstof, blijft die afhankelijkheid bestaan. De suggestie dat we ‘autonoom’ zijn zolang de hoogovens in IJmuiden blijven draaien, is een sprookje voor de bühne. Autonomie zit in robuuste, innovatieve ketens, niet in nostalgische symbolen.
Wie werknemers werkelijk centraal stelt, moet ook eerlijk zijn over waar duurzame werkgelegenheid ligt. Werkbehoud betekent niet per definitie het in stand houden van bestaande activiteiten op dezelfde plek en in dezelfde vorm. Investeren in omscholing, begeleiding en sectoren waar de vraag naar technisch talent groeit, biedt werknemers meer zekerheid dan het kunstmatig verlengen van een onzeker perspectief.
Laten we stoppen met het framen van dit debat als een strijd tussen kille technocraten en betrokken realisten. Het gaat om verantwoordelijkheid. Is het verantwoord om miljarden belastinggeld te investeren in een model dat structureel onder druk staat, ongeacht welke afspraken er worden gemaakt? Of is het juist verantwoord om die middelen in te zetten waar ze duurzaam waarde creëren?
Mijn vader reed niet elke ochtend om vier uur ‘s ochtends naar de haven om zijn belastinggeld verkwist te zien worden aan symbolische oplossingen. Hij werkte voor een toekomst die standhoudt. Wie de arbeider serieus neemt, durft de realiteit onder ogen te zien en moeilijke keuzes niet uit de weg te gaan. Dat is geen kilheid, dat is verantwoordelijkheid.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant