Opnieuw is Europa getroffen door een energiecrisis. Waarom is diesel eigenlijk zo duur? Profiteert big oil weer van een oorlog? En waarom zijn er risico’s voor onze veiligheid?
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Door sluiting van de Straat van Hormuz is een kleine 20 procent van de wereldwijde olieproductie weggevallen. Waarom zijn de prijzen van olie en gas veel meer gestegen?
Het is vooral een kwestie van psychologie, zegt hoogleraar energie-economie Machiel Mulder van de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Er is veel onzekerheid over de toekomst, niemand weet hoelang deze verstoring duurt. Daardoor wordt er nog altijd extra olie opgeslagen in reserves. Dat leidt tot extra vraag, waardoor de prijzen verder oplopen.’
Duurt een crisis langer, dan zal de prijspiek na een tijdje weer afvlakken. Dit komt doordat landen alternatieve energiebronnen zoeken. Zo gebruikt China zijn immense kolenvoorraad nu om kolencentrales op te starten. Daardoor is minder gas nodig voor de opwek van elektriciteit en dat dempt de gasprijs.
Andersom gebeurt ook: toen de Amerikaanse president Donald Trump eerder zei dat hij in onderhandeling was met Iran, zakte de olieprijs in een oogwenk met meer dan 10 procent.
Waarom maakten diesel en kerosine een nog grotere prijssprong?
Raffinage is de bottleneck, niet zozeer de olie. Europa is voor deze brandstoffen sterk afhankelijk van import, ongeveer 45 procent komt van elders. Aanvankelijk vooral uit Rusland, nu vooral uit Koeweit, dat zijn diesel niet meer uitgevoerd krijgt. Ook China en Zuid-Korea zijn als dieselleveranciers weggevallen, omdat ze het spul zelf houden.
‘Van benzine is Europa minder importafhankelijk, dat raffineren we voornamelijk zelf’, zegt energie-onderzoeker Lucia van Geuns van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies. Daarvan hebben we voorlopig genoeg, waardoor de prijsstijgingen relatief beperkt zijn.
Prettig, maar diesel is in strategisch opzicht veel belangrijker, stelt Van Geuns. Benzine is voor de consument, voor de auto. ‘Diesel is het werkpaard onder de brandstoffen. Strategisch belangrijke sectoren kunnen niet zonder, zoals transport, landbouw en defensie.’
Benzine is makkelijker te vervangen, door e-auto’s of door de trein. Voor diesel geldt dit niet, zegt de onderzoeker. Landbouwmachines lopen op diesel en de meeste trucks ook nog. En de eerste tank op waterstof moet ook nog de kazerne uitrijden.
Hoge diesel- en kerosineprijzen zijn vervelend aan de pomp en voor wie op vliegvakantie wil. Erger is dat het tekort eraan een reëel veiligheidsrisico oplevert. Dat al deze brandstoffen nu vooral uit het buitenland komen, is een probleem, zegt Van Geuns. ‘Stel dat het straks misgaat aan de Europese oostgrens, dan hebben we misschien mooie F-35-jachtvliegtuigen, maar niet de kerosine om ze te laten opstijgen.’
Europa was juist goed op weg met de vergroening van zijn energiesector. Lag de focus daar te veel op?
Nee, zegt zowel Van Geuns als Mulder. Vergroenen is voor Europa de enig mogelijke weg, omdat het continent – behalve Noorwegen en Groot-Brittannië – nauwelijks eigen fossiele bronnen heeft. Dat de EU zich de laatste jaren heeft gericht op de vergroening van haar energiesysteem, is goed en moet volop doorgaan, zeggen beiden. Maar de energiezekerheid is te veel uit het oog verloren. Daar plukken we nu opnieuw de zure vruchten van, nog maar vier jaar na de vorige energieschok.
‘De grote importafhankelijkheid heeft Europa kwetsbaar gemaakt’, zegt Van Geuns. China heeft dit anders aangepakt. ‘Dit land heeft voorgesorteerd door een grote voorraad olie aan te leggen. En Beijing heeft een energiereus in de achtertuin, in de vorm van Rusland.’ En ze hebben volop steenkool, zonnepanelen, windturbines en batterijen. ‘China heeft alle technologie in huis.’
Europa moet dus volop door met de energietransitie, vinden beiden. Maar het moet ook zijn strategische voorraden serieus nemen. Ook door in te zetten op de winning van gas uit bijvoorbeeld de Noordzee. Van Geuns: ‘We moeten kijken wat we de komende tien tot vijftien jaar zelf kunnen produceren. En daarnaast moeten we minder energie verbruiken.’
Heeft Europa zijn lesje niet geleerd?
Er zijn grote stappen gezet, stelt Mulder. ‘Een moderne woning gebruikt nog maar 400 kuub gas per jaar, een oude kan zomaar op 2.500 zitten.’ Dat komt door betere isolatie, maar ook doordat cv-ketels efficiënter zijn geworden. Door de opkomst van warmtepompen. En de elektriciteitsproductie is nu veel groener dan een paar jaar geleden.
Tegelijk zakte de aandacht voor duurzame energie weg toen de prijzen van fossiel weer niveaus bereikten die in de buurt kwamen van voor de oorlog in Oekraïne, zegt Mulder.
Profiteert big oil nu alweer van een oorlog?
Dat zou je denken met deze hoge olieprijzen. Maar grote olieconcerns zijn verticaal geïntegreerd, zegt hoogleraar Mulder. Dit betekent dat ze alles doen: van winning, tot raffinage, tot distributie, tot handel. Aan de olieproductie wordt nu inderdaad goed verdiend, stelt hij. Als het tenminste lukt het spul weg te krijgen, wat in de Golfregio niet lukt. Maar de handel en raffinage zijn nu minder lucratief.
Echt warmpjes zitten uitbaters van windparken er nu bij. Overdag daalt de stroomprijs weliswaar vaak nog naar nul, als er veel zonne-energie is. Maar in de ochtend en in de avond, als de energievoorziening draait op duur gas, vangen windturbines niet alleen wind, maar ook goede prijzen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant