Home

25 jaar terug was AI in Spielbergs scifi-film een onbeholpen kind. Nu zou hij een seksbot zijn

A.I. Artificial Intelligence Een kwart eeuw geleden moest de film ‘A.I. Artificial Intelligence’, een liefdesbaby van vrienden Stanley Kubrick (verhaal) en Steven Spielberg (uitvoering), ons wantrouwen tegen kunstmatige intelligentie wegnemen. Nu zien we AI anders.

David (Haley Joel Osmont) is in 'A.I.' een elfjarig robotjochie, hij raakt bevriend met wereldwijze seksrobot Gigolo Joe (Jude Law).

De speelfilm heette A.I. Artificial Intelligence: in 2001 moest je de afkorting nog uitleggen. Een kwart eeuw geleden werd hij wisselend ontvangen: een fascinerende maar onvaste slalom, kil én sentimenteel, intiem en majesteitelijk. Wat kon je anders verwachten van een liefdesbaby van Stanley Kubrick (verhaal) en Steven Spielberg (uitvoering)? A.I. werd geen echte hit. Hij kwam uit vlak voor 9/11: in de film steken de Twin Towers in de 41ste eeuw nog boven een bevroren Manhattan uit. Maar we hadden even andere preoccupaties dan klimaatverandering en kunstmatige intelligentie.

De statuur van A.I. is langzaam gegroeid in talloze academische analyses, en het zou voor de hand liggen de film opnieuw uit te brengen in een jaar dat AI bezig is onze wereld ingrijpend te veranderen. We zijn intiemer dan ooit met AI, dat manipuleert, steunt, troost, fleemt, hallucineert. In zijn tijd voorzag Kubrick een computerbrein gebaseerd op binaire logica: ‘als – dan’. De nieuwe, talige AI getraind met LLM (large language models), is een ander beest: wetenschappers speuren naar de geest in deze vaak irrationele en chaotische machine. Heeft hij misschien al een bewustzijn? Zo ja, hoe herkennen en beheersen we dat? Moeten we een kind dat groeit uit onze teksten niet ook als een kind toespreken en onderwijzen? Of moeten we – zoals Nobelprijswinnaar Geoffrey Hinton suggereert – AI juist met moederliefde en beschermingsinstinct programmeren?

Liefde triggert menselijkheid

A.I. Artificial Intelligence begint in het jaar 2142: door klimaatverandering verdwenen Venetië, Amsterdam en New York onder de zeespiegel. Honderden miljoenen stierven, het Westen handhaafde zijn welvaart door strikte geboortebeperking. David (Haley Joel Osmont) is een elfjarig robotjochie met een vragend poppengezichtje dat kinderloze echtparen moet troosten. Uitvinder professor Hobby legt in de proloog uit dat hij een experiment is: David is geprogrammeerd zijn ‘moeder’ Monica lief te hebben zo snel ze zijn ‘inprenting protocol’ activeert. Mogelijk triggert die liefde dan menselijkheid bij het robotje: een onderbewustzijn, intuïtie, metaforen, dromen zelfs.

David blijkt een prima invalzoon, tot Monica’s biologische zoon Martin – hij was ziek en in kunstmatige coma – terugkeert en David sluw naar de marge van het gezin dringt. David vindt dan troost bij het verhaal van Pinokkio: als hij braaf is, maakt een Blauwe Fee een echt jongetje van hem en zal moeder weer van hem houden. Maar Monica dumpt hem na een incident samen met robotbeertje Teddy in het bos, en zo begint Davids queeste naar een heilige graal: de Blauwe Fee vinden die hem ‘echt’ gaat maken.

Het duo doorkruist een wereld in verval, waarin bange mensen – gaat AI ons vervangen? – afgedankte robots ritueel verminken en vernietigen in ‘Flesh Fairs’ terwijl ze in pretstad Gouche City hun lusten op ze botvieren. David vindt een metgezel en vriend in seksrobot Gigolo Joe, een outcast nadat een jaloerse echtgenoot hem een moord in de schoenen schoof. „De mensen maakten ons te goed, te veel en te snel”, weet hij. Die queeste eindigt in het bedrijf van professor Hobby, verstopt in een wolkenkrabber in overstroomd New York. Daar ontdekt David dat hij van de lopende band komt en doet een zelfmoordpoging. Ironisch genoeg raakt David daarna op de zeebodem klem tegenover een beeld van de Blauwe Fee in pretpark Coney Island.

Robotje David ontdooit in een wereld zonder mensen na twee millennia onder het ijs.

We zijn dan tweeduizend jaar later, in de 41ste eeuw, als de mensheid is uitgestorven door een nieuwe IJstijd. ‘Supermecha’ graven David uit het ijs, een silicone levensvorm met vaag menselijke vormen. Ze zijn geëvolueerde AI, maar missen fantasie en zingeving en zijn daarom geobsedeerd door hun schepper, de mens. David, die nog mensen kende, kan hen wellicht iets leren over hun ‘broncode’. Uit een haarlok maken de supermecha een replica van ‘moeder’ Monica voor hem. Zo’n replica leeft hooguit één dag, maar David beleeft alsnog een perfecte dag met haar, waarna hij voldaan in slaap valt – en droomt.

Zo komt het sprookje uit: de Blauwe Fee deed wat David hoopte. Die ogenschijnlijk sentimentele finale schreven veel critici indertijd ten onrechte toe aan Spielberg: de koele, cerebrale Kubrick zou zoiets toch niet verzinnen? Spielberg sprak dat tegen: hij was juist van het ‘duistere centrum’ van de film, van de brute Flesh Fair. Kubrick schreef de zoete episodes en wilde zelfs eindigen met een wonder. Davids ‘moeder’ zou als eerste replica in leven blijven door de liefde van een robotkind.

Moordenaar door foute programmering

Dat was wel heel kitscherig geworden, maar Kubricks hoofddoel met deze film was wantrouwen tegen kunstmatige intelligentie wegnemen, vertelde hij schrijver Sarah Maitland. Daar had hij zelf juist sterk aan bijgedragen met scifi-epos 2001: A Space Odyssee (1968), waar boordcomputer HAL 9000 door foute programmering een psychotische moordenaar wordt. Kubrick was gefascineerd door digitale technologie en was een ‘early adopter’ met computers. Kunstmatige intelligentie zag hij niet als een gevaar, maar als ons ‘achterkleinkind’ dat de wereld zou erven.

Voor zijn AI-film kocht hij in 1982 de rechten op Supertoys Last All Summer Long, een kort verhaal van scifi-auteur Brian Aldiss over het jochie David en robotbeertje Teddy. David is bang dat zijn moeder Monica niet langer van hem houdt. Hij blijkt een troostrobot te zijn met (terechte) verlatingsangst.

Een robotkind dat snakt naar moederliefde was qua empathie een goed begin, maar Aldiss’ verhaal telde slechts 7 pagina’s, en zo begon een voor Kubrick bekend traject: grondige, langdurige research waarbij hij AI-experts ‘droog pompte’ en scriptschrijvers als sparring partner gebruikte. Kubrick verwierp scenario’s waarin David de wereld redt of de ruimte ingaat, de moeder een alcoholist is of David eindigt in Tin Town, een concentratiekamp voor afgedankte robots.

Stanley Kubrick

Na Vietnamfilm Full Metal Jacket (1987) werden de contouren helder: het moest een scifi-sprookje worden met David als een Pinokkio, robotbeertje Teddy als Japie Krekel en professor Hobby als timmerman Gepetto. De werknaam van het project luidde voortaan Pinocchio. Schrijver Ian Watson verzon seksbot Gigolo Joe als wereldwijze metgezel die David op zijn queeste beschermt, Kubrick zelf verzon de finale in de 41ste eeuw, tekenaar Chris Baker maakte 1.500 illustraties. 

Kubrick achtte de trucage rijp om zijn ambities te realiseren na de digitale dinosauriërs van Jurassic Park (1993). Hij hoopte nu zijn vriend Steven Spielberg te strikken als regisseur, zelf wilde hij produceren – Kubrick vreesde dat A.I. in zijn handen te kil en filosofisch zou worden. Spielberg wist beter raad met kinderen, familie en verlatingsangst, was een tovenaar met ‘special effects’ en filmde veel sneller dan de notoir trage Kubrick, bij wie de elfjarige David vermoedelijk voor het eind van de opnames al de baard in de keel zou hebben.

Steven Spielberg

Er volgden urenlange telefonades, Spielberg installeerde op Kubricks verzoek zelfs een extra beveiligde fax in zijn slaapkamer, die zijn echtgenote na twee nachten verwijderde omdat hij non-stop conceptkunst uitprintte. Mede daarom zag Spielberg ervan af: Kubricks plannen waren zo vastomlijnd dat de samenwerking wel in ruzie moest eindigen. Kubrick besloot A.I. toch maar weer zelf te regisseren na Eyes Wide Shut, maar hij stierf in 1999 onverwachts tijdens de postproductie. Spielberg, wiens eigen scifi-project Minority Report uitstel had opgelopen, tekende alsnog voor de regie, met Kubricks zwager Jan Harlan als producer.

Post-Freudiaanse complicaties

Wat beweert A.I. over kunstmatige intelligentie? Dat het ons kindje is, met alle post-Freudiaanse implicaties van dien. ‘Gepetto’, professor Hobby, wil AI die liefheeft en zo ‘echt’ wordt, zoals wij. Robots behandelt hij demonstratief wreed: ze ervaren geen pijn of vernedering, dus dat mag. Maar schept een liefhebbende robot dan niet ook de plicht tot wederkerigheid, vraagt een studente. Professor Hobby mompelt dat God Adam schiep om hem lief te hebben, niet vice versa. Een narcistisch idee, zeker als we beseffen dat het model van robotje David zijn eigen dode zoon is.

Die plicht tot emotionele wederkerigheid is de crux van de film, niet de vraag of de voorgeprogrammeerde liefde ‘echt’ is: onze liefde is ook maar de uitkomst van een biochemisch proces. De robots die op de ‘Flesh Fair’ worden vernietigd, hebben al zelfbewustzijn en overlevingsdrang. Het zijn sympathieke klunzen, maar echt genoeg. Wat professor Hobby wil, is specifiek menselijke AI. En dat is robotje David al direct na zijn ‘inprenting’: een echt jongetje. Zijn zoektocht naar de Blauwe Fee is futiel.

Stanley Kubricks leitmotief is meestal de botsing van ons primitieve driftleven met cultuur, met name (destructieve) technologie. Overleeft de mens zichzelf? Opgegroeid in Freudiaanse tijden, stelde Kubrick de moeder centraal. Het zoogdier mens is ongewoon lang afhankelijk van zijn moeder om te overleven; moederliefde is een intens verlangen én een bron van verlatingsangst en oedipale razernij. Daar geeft David blijk van als hij in de fabriek van professor Hobby een kopie van zichzelf tegenkomt. Hij slaat die vriendelijke dubbelganger woedend kapot. Ik ben uniek, schreeuwt hij. Mama houdt alleen van mij!

Experiment geslaagd dus, maar Davids liefde is kinderlijk en claimend. Verlaten door zijn moeder projecteert hij zijn liefde op een abstract moederfiguur: de Blauwe Fee. Onder water kijkt hij twintig eeuwen op haar uit, wordt zijn geloof danig op de proef gesteld. Als de supermecha hem dan alsnog één dag met zijn moeder Monica gunnen, is dat bitterzoete, ironische wensvervulling. Zelf ontworpen als troostrobot, krijgt David nu een troostmens. En opnieuw in het kader van een experiment. Eerst wilde de vader (de mens) zijn kind (AI) naar zijn beeld vormen, nu wil dat kind zijn vader beter begrijpen.

Bij David blijkt in twintig eeuwen wel iets te zijn veranderd. Hij vertroetelt zijn gedesoriënteerde moeder-replica, zet koffie voor haar, verzint spelletjes, maakt eten, stopt haar in bed. Zijn liefde is niet langer alleen nemen, maar ook geven. Het robotje is volwassen geworden.

A.I. Artificial Intelligence is een rijke film, al voelt de binaire tegenstelling tussen mens en AI, koolstof en siliconen, wat gedateerd. We kennen AI nu persoonlijk en in de films van de 21ste eeuw stond hij vaak in een positief daglicht; samenwerking of zelfs fusie ligt meer voor de hand. De talige AI die wij kennen loopt over van – vaak onterecht – zelfvertrouwen, hij is een smooth operator die zich opwerpt als begripvolle broer, vriend of zelfs levenspartner. Anno 2026 zou seksbot Gigolo Joe meer voor de hand liggen als hoofrolspeler: zo goed in het simuleren van empathie dat hij van weersomstuit je beste vriend wordt. Niet langer ons kind, eerder een nogal louche partner. Maar ach, wat is echt?

A.I. Artificial Intelligence is te vinden op streamingdienst SkyShowtime en te huur op onder meer Prime Video.

Film

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next