Home

Tijdens het spelen van ‘Crimson Desert’ dacht ik: wat een slechte, idiote maar ook fantastische game is dit

Games ontdekken? De gameredactie kiest om de week een (nieuwe) game die aandacht verdient. Crimson Desert rammelt aan alle kanten, maar is totaal gestoord en dus geweldig.

is pop- en gamejournalist van de Volkskrant, met speciale aandacht voor de opkomst van artificiële intelligentie in de kunst.

Er mankeert veel aan de game Crimson Desert. Zó veel, dat een opsomming van de gebreken deze hele column in beslag zou nemen. Dat willen we niet, want het moet hier gaan over de vreugde van het gameleven. Een beknopt overzicht dan maar.

Crimson Desert wil heel veel tegelijk zijn. Een rollenspel in een onmetelijke, middeleeuwse wereld, dat in de eerste plaats. Zo’n spel dus waarin je honderden kleine missies moet voltooien (zoek het kwijtgeraakte huisdier van dat huilende jongetje), naast natuurlijk dat ene hoofddoel (meestal: red de wereld van het kwaad).

Maar Crimson Desert is ook een overlevings- en managementgame. Je karakter (hij heet Kliff) moet met een pikhouweel op rotsen slaan, om koper en ijzer te verzamelen. Hij moet bomen omhakken om hout te scoren. Hij moet op dieren jagen, om vervolgens het vlees te verkopen op de markt of om met de ingrediënten maaltijden te brouwen. Die moet je opeten, anders ga je dood.

Dan moet Kliff natuurlijk nog vechten, met eindbazen die je in één klap kunnen vernietigen. De ‘combat’ is duivels moeilijk en een spel op zichzelf. En o ja: Kliff moet aan alchemie doen. En hij kan een handeltje beginnen, met overtollige voorraden. Hij moet zijn eigen kampement onderhouden en soldaten rekruteren. Plus: hij kan bankieren, met gevoel voor economie en handelstarieven.

Gruwelijk veel taken

Kliff moet zo gruwelijk veel doen, dat een echt middeleeuws persoon er direct een burn-out van zou krijgen. De spelsystemen lopen als een onontwarbare knoop door elkaar. En dan rammelt het onderliggende verhaal ook nog aan alle kanten.

De wereld van Crimson Desert is dus middeleeuws. Maar er staat ook een ‘universiteit’ die veel lijkt op Hogwarts, en waar dus Harry Potter-achtige tovenaarsleerlingen rondlopen. In de lucht zweven eilanden waarop een verblindend neonlicht brandt. En naast nederzettingen voor jammerende melaatsen staat doodleuk een groot industrieel complex, met steampunk-achtige mijnbouwmachines.

Verwarrend, en na een kleine dertig uur speeltijd zit je in een existentiële crisis. Waartoe is Kliff (of: ben jij) op deze rare aarde?

Pijltjes met drugs

Maar net toen ik mij dat allemaal had bedacht, gebeurde er afgelopen weekend iets moois en kantelde mijn wereldbeeld. Ik was zomaar wat aan het lopen, om het overwerkte hoofd van Kliff leeg te maken. Ik kwam terecht in een mysterieus bos genaamd Pororin, waar kinderen met groene puntmutsen pijltjes op mij afschoten.

Zat er drugs in die pijltjes? Volgens mij wel, want ik werd wakker naast een damhert met vogels op zijn gewei. Maar daarna viel de duisternis in en zag ik niets meer. En begon het keihard te regenen.

Ik liep met mijn hoofd tegen een boom aan en zag, in het gelige schijnsel van mijn lantaarn, een man op zijn hurken zitten, in de zeikende regen, met een kat op zijn schoot. Hij gromde iets. Ik gromde wat terug. De kat zei: ‘Miauw.’

En ik strompelde verder, door dikke modderstromen, doelloos en verdwaald. En ik dacht: wat een slechte, idiote maar ook fantastische – want totaal gestoorde – game is dit.

Crimson Desert van de Zuid-Koreaanse studio Pearl Abyss is verschenen voor PS5, pc en Xbox. 70 euro.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next