De herverkiezing in Gorinchem vanwege mogelijke stembusfraude wakkert de discussie aan over het stemmen per volmacht. Het middel helpt kiezers die niet zelf naar het stembureau kunnen, maar maakt verkiezingen ook kwetsbaar. Hoe gevoelig is het systeem voor ronselen?
Waarom ligt het stemmen per volmacht nu onder een vergrootglas?
‘Wat er in Gorinchem is gebeurd, wens ik geen enkele gemeente toe’, zei burgemeester Reinie Melissant-Briene maandagavond. Sinds de verkiezingen van 18 maart is de Zuid-Hollandse gemeente in de ban van vermoedens van stembusfraude bij het stemmen per volmacht. De gemeenteraad besloot na een urenlange vergadering tot een volledige herstemming – een uitzondering.
De zaak kwam aan het rollen na een incident in wijkcentrum Rozenobel. Daar zagen de leden van een stembureau dat een kandidaat tot wel vijf keer verscheen met kiezers die meerdere volmachten bij zich hadden. De manier waarop deze volmachten waren aangeleverd, wekte argwaan: ze waren op identieke wijze voorbereid met telkens twee stempassen, een kopie van het paspoort en een paperclip.
De gebeurtenissen waren voor de burgemeester aanleiding om het ministerie van Binnenlandse Zaken te vragen om nog eens kritisch te kijken naar het stemmen per volmacht. In Nederland mag een kiezer maximaal twee volmachten uitbrengen. Daarvoor volstaan een handtekening en een kopie van een identiteitsbewijs.
Stemmen per volmacht is al langer een twistpunt. Enerzijds verlaagt het de drempel tot stemmen, wat zeker bij lokale verkiezingen met een opkomst van rond de 50 procent een belangrijk doel is. Maar de Kiesraad en internationale waarnemers hebben al eerder gewezen op de risico’s. ‘We hebben in essentie een goed systeem, maar op één onderdeel kan het beter’, is de mening van Melissant-Briene.
Hoeveel wordt er per volmacht gestemd?
Lang niet alle landen kennen een regeling zoals in Nederland (sinds 1928) voor het stemmen per volmacht. Alleen in België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn er vergelijkbare regelingen.
Het belangrijkste argument voor het middel is om zo veel mogelijk kiesgerechtigden in staat te stellen hun stem uit te brengen. Ook als zij tijdens verkiezingen afwezig zijn of fysiek niet in staat zijn om naar het stembureau te gaan.
Bij verkiezingen in Nederland brengt circa 10 procent van de kiezers een stem uit per volmacht. De verschillen zijn groot: bij sommige stembureaus, bijvoorbeeld in de Schilderswijk in Den Haag, ligt het aandeel maar liefst op een derde. In buurten met veel inwoners met een niet-westerse achtergrond wordt in het algemeen relatief veel per volmacht gestemd, maar ook in christelijke gemeenten zoals Urk.
In Gorinchem werd bij een van de stembureaus waar mogelijk onregelmatigheden plaatsvonden, in wijkcentrum Rozenobel, 19 procent van de stemmen per volmacht uitgebracht; bij twee andere stembureaus in dezelfde multiculturele Haarwijk 22 procent en 25 procent.
Wat is de kritiek op stemmen per volmacht?
De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), die ook waarnemers naar verkiezingen in Nederland stuurt, heeft herhaaldelijk kritiek geuit op het Nederlandse systeem van stemmen per volmacht. Er bestaat een risico op misbruik en beïnvloeding, waardoor het middel het principe van ‘vrije en eerlijke verkiezingen’ kan ondermijnen.
Met name bij gemeenteraadsverkiezingen, waarbij kandidaten met een relatief klein aantal voorkeurstemmen al een zetel kunnen bemachtigen, ligt dit gevaar op de loer en komt ronselen voor. Het is een reden waarom de Kiesraad eerder adviseerde het maximumaantal volmachten te beperken tot één.
Wat wordt er gedaan om fraude met volmachten te voorkomen?
Vorig jaar nog werd de Kieswet aangescherpt. Van ronselen is sprake als iemand ‘opzettelijk een persoon benadert om die persoon ertoe te bewegen het formulier op zijn stempas, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze pas af te geven’. Daarbij werden de elementen ‘stelselmatig’ en ‘persoonlijk’ uit de delictsomschrijving geschrapt; ook via digitale wegen of via derden oproepen wordt nu als ronselen opgevat. Dat kan nu leiden tot 6 maanden cel en een boete van duizenden euro’s.
‘Ronselpraktijken zijn slecht voor het maatschappelijk vertrouwen in verkiezingen’, aldus Hugo de Jonge, destijds minister van Binnenlandse Zaken toen het wetsvoorstel werd ingediend. Tegelijkertijd werd bij de totstandkoming van de wet gewezen op mogelijke nadelen. Zo vroeg de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om eerst te onderzoeken wat de impact zou zijn op de (toch al lage) opkomst. De Jonge wees erop dat de volmachtregeling niet bedoeld is om het kiesrecht van groeperingen die zelf niet willen stemmen over te laten nemen door een ander.
Komen vermoedens van fraude in Nederland vaker voor?
Jazeker, en het leidt ook tot veroordelingen. In Maasdriel werd in 2006 een 74-jarige man veroordeeld tot een boete van 300 euro, nadat hij zo’n vierhonderd stempassen had gekocht in ruil voor onder meer geld en champignons, om zijn neef aan een raadszetel te helpen. In Roermond werd in 2022 een 43-jarige man veroordeeld nadat hij bewoners van een daklozenopvang had benaderd en hun stempassen had overgekocht voor een tientje per stuk. Oud-VVD-Kamerlid Jos van Rey kreeg een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf vanwege corruptie en verkiezingsfraude.
Ook landelijk laaide enkele jaren geleden de discussie op over ronselen. In aanloop naar de Kamerverkiezingen riep FvD-partijleider Thierry Baudet via YouTube op om ‘het maximum aan volmachten’ in hun omgeving te ‘regelen’. Het OM onderzocht de kwestie, maar concludeerde toen dat Baudet zich niet schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit. Baudet had kiezers niet persoonlijk benaderd of druk op hen uitgeoefend om hun stempas af te geven. Toch is de kwestie in Gorinchem uniek. Mogelijke stembusfraude leidde niet eerder tot het overdoen van verkiezingen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant