Het aantal meldingen van eergerelateerd geweld in Nederland is opnieuw gestegen. In 2025 kreeg het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld 757 zaken voorgelegd, een toename van bijna 13 procent ten opzichte van het jaar daarvoor.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Die stijging past in een bredere trend: in 2022 ging het om 594 zaken, oplopend naar 619 in 2023 en 673 in 2024.
Tegelijkertijd lijkt het zwaarste geweld af te nemen. Vorig jaar registreerde het expertisecentrum vier zaken van moord of doodslag. Dat is minder dan in de beginjaren rond 2008, toen jaarlijks nog tien tot vijftien dodelijke zaken met een eermotief werden onderzocht. Volgens het expertisecentrum wijst dat er niet op dat het geweld per se toeneemt, maar dat signalen eerder worden herkend en vaker worden gemeld, waardoor ook eerder kan worden ingegrepen.
De meeste zaken spelen zich af binnen migrantengemeenschappen. Vorig jaar had ruim een derde van de zaken een Syrische achtergrond, gevolgd door Turkse (15 procent) en Marokkaanse (11 procent). De meeste meldingen gaan over mishandeling en bedreiging.
Volgens Wilfred Janmaat, hoofd van het expertisecentrum dat onderdeel is van de politie, ontstaat eergerelateerd geweld meestal wanneer iemand afwijkt van wat binnen de familie of gemeenschap als acceptabel wordt gezien. Denk aan relaties voor het huwelijk, het afdoen van een hoofddoek, homoseksualiteit of een voorgenomen scheiding.
Vooral bij nieuwkomers ziet hij spanningen tussen generaties. ‘Jongeren integreren vaak sneller dan hun ouders. Ze gaan naar school, krijgen relaties en maken andere keuzes. Dat kan binnen families tot conflicten leiden, zeker als die botsen met traditionele verwachtingen.’
De relatief hoge cijfers onder Syriërs hangen volgens hem samen met recente migratie. ‘Syrische nieuwkomers zijn nog relatief kort in Nederland en moeten wennen aan andere normen en waarden. Bij Turkse en Marokkaanse gemeenschappen, die hier al langer zijn, zien we stabielere cijfers.’
Het expertisecentrum ondersteunt de politie, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en hulporganisaties bij complexe zaken waarin mogelijk een eermotief speelt. Dat meer zaken worden doorgestuurd betekent ook dat het centrum vooral de zwaarste dossiers ziet, vermoedelijk het topje van de ijsberg.
Martine Goeman, projectleider bij kennisinstituut Movisie dat zich richt op sociale vraagstukken zoals geweld en zelfbeschikking, benadrukt dat eergerelateerd geweld onderdeel is van een breder probleem. ‘Gendergerelateerd geweld komt in heel Nederland voor, in alle groepen. Maar bij eergerelateerd geweld speelt vaker de familie een rol. Soms zijn er meerdere plegers.’
Volgens haar is het belangrijk om niet te snel te generaliseren. ‘Het gaat om groepen met verschillende achtergronden en overtuigingen.’ Movisie pleit daarom voor een meer diverse en toegankelijke hulpverlening, die beter aansluit bij verschillende culturele en sociale achtergronden.
Slachtoffers binnen migrantengemeenschappen ervaren nu nog te vaak drempels , zegt Goeman. Ze kennen de weg naar hulpverlening niet altijd of zijn afhankelijk van hun partner voor hun verblijfsstatus, wat het moeilijker maakt om naar de politie te stappen.
Daarom ligt de nadruk steeds meer op preventie en het wegnemen van die belemmeringen. Movisie werkt met gesprekken in gemeenschappen, vaak via sleutelfiguren, en met creatieve vormen zoals theater om onderwerpen als zelfbeschikking en huiselijk geweld bespreekbaar te maken.
Uit het jaarverslag van het expertisecentrum blijkt dat conflicten vaak klein beginnen, met controle of sancties, zoals het afpakken van een telefoon of het beperken van bewegingsvrijheid, maar kunnen escaleren naar bedreiging of geweld. Daarbij speelt niet alleen de directe familie een rol, maar ook de bredere sociale omgeving.
Niet alle zaken eindigen in fysiek geweld, maar de dreiging kan hardnekkig zijn. Slachtoffers worden soms langdurig gecontroleerd, bedreigd of verstoten. In sommige gevallen is zelfs persoonsbeveiliging nodig. Zolang de familie of gemeenschap vindt dat de eer is aangetast, blijft de druk bestaan. Volgens Janmaat is dat kenmerkend voor dit type geweld. ‘Het is vaak geen individueel conflict, maar een collectief probleem.’
Hoe ver zulke spanningen kunnen oplopen, blijkt onder meer uit de zaak van de 18-jarige Ryan uit Joure. Zij werd in 2024 door haar broers vermoord, in opdracht van hun vader. Het gezin was afkomstig uit Syrië en al langer bekend bij hulpinstanties. De rechtbank sprak van ‘een tragisch dieptepunt van een familiegeschiedenis waarin onderdrukking van vrouwen de rode draad vormde’.
Om eergerelateerd geweld tegen te gaan, is sinds 2025 in inburgeringstrajecten meer aandacht voor zelfbeschikkingsrecht, met name voor vrouwen. Volgens Janmaat kan dat helpen, maar is het geen snelle oplossing. ‘Mentaliteitsverandering moet van binnenuit komen’, zegt hij. ‘Dat kost tijd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant