Bos Volgens een recent rapport gaat het best goed met het bos in Europa. Maar worden de bedreigingen voor de Europese wouden wel eerlijk weergegeven? „De problemen worden een beetje onder tafel geduwd.”
In de Spaanse regio Galicië is in 2025 147.000 hectare natuur en bos afgebrand. Natuurbranden zijn een van de toenemende bedreigingen voor het bos in Europa.
Er is meer bos in Europa en meer biomassa in de Europese bossen. Al die bomen nemen „substantiële hoeveelheden” koolstof op. De bossen zijn de afgelopen jaren langzaam maar zeker minder monotoon geworden. Dat goede nieuws publiceerde Forest Europe vrijdag in het vijfjaarlijkse rapport over de staat van de Europese bossen. Maar experts zijn niet overtuigd en plaatsten kritische kanttekeningen bij het rapport.
In Forest Europe werken 46 landen samen, van IJsland tot Georgië. Ieder jaar slaan de Europese bomen zo’n 100 miljoen ton CO2 op. Uit de bossen komt hout, waar veel vraag naar is. Iedere Europeaan gebruikt jaarlijks zo’n kubieke meter. Ongeveer 2,4 miljoen mensen werken in de bossector.
Bos bedekt meer dan 35 procent van het Europese oppervlakte. De verdeling over de landen verschilt sterk: Finland is voor driekwart bedekt met bos, op IJsland staat amper een boom. Nederland hoort bij de minst beboste landen van Europa.
Het rapport meldt diverse bedreigingen voor de Europese wouden. Klimaatverandering speelt daarin een voorname rol. Extreme gebeurtenissen zoals langdurige droogte, hittegolven, stormen, natuurbranden, plagen en ziektes komen de laatste jaren steeds vaker voor en zijn ernstiger geworden, aldus het rapport. De koolstofopslag groeit langzamer dan in het verleden. In een derde van de gemonitorde bossen neemt de ontbladering van bomen toe, een teken van verzwakking.
Gert-Jan Nabuurs, hoogleraar Europees bos aan de Wageningen University and Research, vindt de voorstelling van zaken in het rapport te rooskleurig. „De problemen worden een beetje onder tafel geduwd”, zegt hij telefonisch.
Gemengd bos met fijnspar en beuk in Beieren.
Hij ziet het rapport in het licht van een jarenlange strijd tussen ‘Brussel’ en Europese landen met een grote bosbouwindustrie. De Europese Commissie stelde een wet voor die de monitoring van het bos centraal zou regelen; landen met een sterke houtindustrie en bepaalde politieke partijen hielden die tegen. In oktober meldde de Europese Volkspartij tevreden dat de wet geen meerderheid had gehaald in het Europees Parlement. „Bossen kunnen niet worden beschermd door ze te verdrinken in bureaucratie”, aldus de christen-democraten in het Europees Parlement.
Forest Europe is een vrijwillig samenwerkingsverband. Volgens Nabuurs levert dat een zwak rapport op. „Zelfs de achtergrondtabellen zitten er niet bij.” Veel gegevens gaan niet verder dan 2020, waardoor de langdurige droge zomers in de eerste jaren van het decennium er niet in zijn opgenomen. Die droogte, gevolgd door plagen, heeft onder andere in Duitsland geleid tot de dood van miljoenen bomen. „Dit rapport geeft geen goed inzicht in de staat van het bos. Landen willen niet dat uit handen geven.”
Sander Teeuwen van kennisinstituut Probos, dat de Nederlandse cijfers aanleverde voor het rapport, deelt de kritiek van Nabuurs grotendeels. „Aan de ene kant ben ik er trots op gegevens aan te leveren namens Nederland en is het een goede zaak dat die bij elkaar worden gebracht op Europees niveau. Aan de andere kant had de interpretatie door Forest Europe scherper gekund.” Voor beleidsmakers is dit een belangrijk document en die kunnen volgens hem de indruk krijgen dat het wel goed gaat terwijl er ook grote uitdagingen zijn.
De verwachtingen van wat bos kan opleveren blijven hoog. Ze moeten bijdragen aan het klimaatbeleid, hernieuwbare grondstoffen produceren voor onder andere energie, de biodiversiteit in stand houden en andere zogeheten ecosysteemdiensten leveren. En daar komt recreatie en toerisme bij. „Deze eisen kunnen soms met elkaar in strijd zijn”, meldt het rapport.
Nabuurs onderschrijft dat: „We willen alles: hernieuwbare grondstoffen, circulaire bio-economie, CO2-vastlegging.” Volgens hem is het niet nodig voor het een of het ander te kiezen, maar zijn er wel veranderingen nodig in de omgang met het bos. „Er is een betere balans mogelijk met minder grote plantages van maar een boomsoort en kleinschaliger beheer dat meer natuurgericht is.”
Hij is geen principieel tegenstander van het kappen van bomen. Maar het geoogste hout kan duurzamer gebruikt worden. De helft van de totale houtoogst heeft maar een levensduur van een half jaar, zegt Nabuurs.
Een dreigende energiecrisis, aangejaagd door de oorlog in het Midden-Oosten, kan een volgende bedreiging zijn. Als de energieprijzen hoog blijven, kan het stoken van hout en biomassa aantrekkelijk zijn voor particulieren en bedrijven. „Een beetje biomassa gebruiken kan. Maar die markt gaat heel snel reageren. Als de prijzen hoog blijven, gaan we dat over een paar maanden zien. Dat is heel zorgelijk.”
De laatste ontwikkelingen rond klimaat, natuur en duurzaamheid