Home

Het probleem is niet dat deze beelden liegen, het is dat ze werkelijkheid fabriceren; dat gaat een stap verder dan liegen

Van mijn jeugd heb ik nog maar een handvol foto’s: schaarse beelden die oorlog, vlucht en overleving hebben doorstaan. Van mijn familie, inmiddels verspreid over de hele wereld, was mijn oudste oom de enige die eind jaren zeventig met een werkvisum naar Engeland kon vertrekken. Hij kon persoonlijke bezittingen meenemen, waaronder zijn fotoalbums. De rest van de familie vluchtte in de jaren tachtig en negentig, soms halsoverkop, via gevaarlijke routes, met hun hele hebben en houden samengeperst in een kleine tas.

Dit schrijf ik terwijl ik op bezoek ben bij mijn tante, de weduwe van mijn oom. In haar woonkamer liggen de oude fotoalbums opengeslagen op de eettafel. We bladeren door de vergeelde pagina’s terwijl zij, zoals altijd, dezelfde verhalen vertelt over mijn grootouders, mijn ouders en de rest van de familie. Ik kijk naar foto’s uit het Afghanistan van de jaren zeventig, waarop mijn ouders, een van mijn broers en ikzelf staan. Mijn jongere broer en zus, geboren in de jaren tachtig, ontbreken.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Voorheen was mijn tante onvermurwbaar: niets mocht de albums verlaten. Nu, broos door de ouderdom en dankbaar voor gezelschap dat naar haar verhalen luistert, wil ze mij die ene foto wel geven: mijn moeder met mij als baby in haar armen, mijn oma aan haar zijde. Terwijl ze met een fruitmesje de foto voorzichtig loskrabt, ga ik van spanning op het puntje van mijn stoel zitten.

Wat als het mes in de trillende hand van mijn tante uitschiet en de foto beschadigt? Even stokt mijn adem, alsof niet de foto in gevaar is, maar mijn geschiedenis en die van mijn familie.

Het is alsof dit kleine, vergeelde beeld mijn bestaan vastlegt, getuigt dat ik er daadwerkelijk geweest ben. Alsof wat ik zie samenvalt met wat ik me herinner en wat me is verteld. Mijn moeder lacht breed. Ik lig in haar armen met mijn blik omhoog. Ik verbeeld me hoe mijn vader met zijn fototoestel op een afstand staat, glimlacht, en misschien iets zegt dat mijn moeder aan het lachen maakt. Dat moment, 54 jaar geleden, ligt nu tussen de vingers van mijn tante.

Natuurlijk heb ik er een digitale kopie van gemaakt. Die staat ergens in het geheugen van mijn telefoon, tussen duizenden andere beelden waar ik zelden naar omkijk. Maar dit is anders. Dit tastbare object voelt als een anker in een wereld die steeds vloeibaarder wordt.

Zelfs hier, aan deze kleine tafel, dringt de buitenwereld zich op. Ik moet denken aan een zin die ik steeds vaker in de krant lees: ‘Deze beelden zijn door experts op echtheid geverifieerd.’ Van die mededelingen word ik vaak doodongerust.

Ik merk dat ik steeds vaker twijfel aan de echtheid van wat ik zie. Dat ik blijf hangen bij beelden, langer kijk dan nodig is, op zoek naar iets dat verraadt dat het niet klopt.

Het probleem is niet dat beelden liegen, het is dat ze werkelijkheid fabriceren. Dat gaat een stap verder dan liegen. Een leugenaar kent de waarheid en probeert die te verhullen; je kunt hem erop betrappen. AI-beelden daarentegen trekken zich niets aan van feiten. Ze staan onverschillig tegenover de waarheid. Het zijn beelden die in overvloed en op bestelling door iedere willekeurige gebruiker kunnen worden gegenereerd. Ze scheppen nieuwe werkelijkheden die er overtuigend en glad uitzien. De waarheid wordt niet langer verborgen; zij wordt verdacht, ondermijnd en irrelevant gemaakt.

Mijn tante heeft inmiddels de foto losgepeuterd van de lijm der tijd. Ik wil voor nu stoppen met denken aan de wereld buiten deze muren, waar computers duizenden ‘herinneringen’ uitspuwen waarvan niemand meer met zekerheid weet of ze ooit hebben plaatsgevonden. Hier in deze kleine kamer hoeft niets geverifieerd te worden.

Ze vraagt of ik er blij mee ben. Ik knik. Mijn glimlach heb ik te lang vastgehouden; mijn wangspieren doen pijn. Straks neem ik deze foto – gaaf, op een paar schilferingen na – mee naar huis. Van Kaboel, via Londen, naar Veghel.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next