Door de droogte hebben naaldbomen het zwaar in Nederland. Een aanzienlijk deel van het Drents-Friese Wold is al omgevallen, door de gangen die de letterzetter in de stammen heeft gegraven. Zo bewijst de schadelijke kever indirect het belang van gevarieerde bossen.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Rond Oude Willem, een buurtschap in het Drents-Friese Wold, is een apocalyptisch landschap ontstaan. Hectares aaneen staan fijnsparren grijs en naaldloos opgelijnd. Sommige zijn al bezweken en liggen geknakt naast de eigen stronk. Stap dichterbij en op de kale bast wordt een kraterlandschap in miniatuur zichtbaar. Het zijn de gangen van de letterzetter, een van de schadelijkste kevers ter wereld.
In heel Nederland, maar ook in bijvoorbeeld Duitsland en Polen, grijpt deze soort uit de snuitkeverfamilie zijn kans. In onder meer de larix, maar vooral in de fijnspar. Die zijn niet goed bestand tegen de droogte van de afgelopen jaren. Hierdoor maken ze minder hars aan, het verdedigingsmiddel tegen letterzetters. De gangen die de kevers vervolgens naar hartenlust graven in de stam, verstoren de sapstromen in de boom, waardoor die uiteindelijk doodgaat.
Staatsbosbeheer becijferde in 2023 dat nog maar een kleine 3 procent van het Nederlandse bos (grofweg 10 duizend hectare) uit fijnspar bestond. Daarmee lijkt de schade vanzelf beperkt. Maar omdat deze bomen ooit zijn neergezet voor de productie van vurenhout, staan ze allemaal netjes in aparte bosvakken, zonder andere soorten. Dat maakt de kaalslag op sommige plekken enorm, zoals te zien is in het Drents-Friese Wold van Staatsbosbeheer.
‘Het klapt er op sommige plekken echt in’, zegt boswachter Lysander van Oossanen als hij rondleidt door zijn gebied tussen het Friese Appelscha in het noorden en het Drentse Diever in het zuiden. ‘Voor de oudere bezoeker, een generatie die gewend is aan een opgeruimd bos, is de ravage heel erg schrikken.’
De problemen met bomensterfte door de letterzetter begonnen in 2018, het eerste extreem droge jaar. Van Oossanen: ‘We dachten toen wel: oei, waar houdt dit op?’
Toch komt de letterzetter op de grens van Friesland en Drenthe niet alleen maar ongelegen. Om dat te begrijpen, moeten we ruim anderhalve eeuw terug in de tijd. In de 19de eeuw werd de heide ontgonnen. De betere gronden gingen naar de landbouw. Op de arme zandgronden werden bossen neergezet. Voor de productie van bouwhout, maar ook om te voorkomen dat de esdorpen zouden verdwijnen onder het stuifzand.
Zoals een boer een teeltplan opstelt, werd ook het bos in grote vakken van meerdere hectaren verdeeld. Hier een perceel eik, daar beuk en ernaast een vak sparren. Van die eentonigheid wil Staatsbosbeheer al langer af. Toen 26 jaar geleden het Drents-Friese Wold het stempel Nationaal Park kreeg, werd het adagium ‘mengen, mengen, mengen’, zegt Van Oossanen. ‘Zodat soorten elkaar helpen door de bodem te voeden. En als er een dan toch uitvalt door een boomziekte, blijft de rest staan.’
Het is een project met een looptijd van decennia, met als doel systeemherstel: ‘een bos dat uiteindelijk zijn eigen gang kan gaan’. De enorme gaten die in het bos vallen door het verwoestende werk van de letterzetter, tonen niet alleen het nut aan van een gevarieerd bos. De kever helpt ook een handje bij het creëren van ruimte en licht voor andere soorten.
Gert-Jan Nabuurs, hoogleraar Europees bos aan de Wageningen Universiteit, vindt dat Europese bosbouw met ‘de neus op de feiten is gedrukt’ door de letterzetter. ‘Voor de commerciële houtbouw is de fijnspar heel belangrijk en daarom is die sinds de wederopbouw in de jaren vijftig op steeds lagere plekken neergezet’, zegt hij telefonisch. ‘Niet alleen hier, maar ook in de Vogezen en zelfs delen van Finland en Zweden geeft dat nu problemen.’
Sinds 2018, toen ook Staatsbosbeheer in het Drents-Friese Wold stopte met de houtoogst, is volgens hem rond de 250 miljoen kuub vurenhout verloren gegaan in Europa, op een jaarlijkse oogst van 500 miljoen kuub.
Nabuurs zag de ellende aankomen, maar werd verrast door de snelheid. ‘In 2013 schreef ik met anderen in wetenschapsblad Nature dat de fijnspar kwetsbaar is voor klimaatverandering’, zegt hij. ‘Wat nu gebeurt, voorzagen wij in onze klimaatmodellen pas voor 2050-2070. Het gaat veel sneller.’
Voorbij Diever, bij Hoogersmilde, laat Van Oossanen plekken zien waar Staatsbosbeheer het kevertje voor was. Naast oude rijen sparren, met ertussen de ontwateringsgreppeltjes nog zichtbaar onder een laag mos, is een strook weggehaald. Onder meer de berk, een pioniersoort die de groei van nieuwe bossen op de staart trapt, is er vanzelf opgekomen.
In het deel dat is blijven staan, zijn jonge eikjes, beuken en haagbeuken aangeplant. ‘Vanuit de gedachte’, zegt de boswachter naast de sprieterige nieuwe aanplant, en wijst dan naar een oude spar, ‘dat dit straks instort.’
Acht jaar na de komst van de letterzetter zijn sommige delen met fijnsparren toch nog onaangetast. Van Oossanen heeft er geen sluitende verklaring, maar wel een idee. Hij leidt naar een stuk in Oude Willem waar in 1972 een felle storm woedde. ‘De helft van het Drents-Friese Wold lag toen om.’ Het deel dat hij laat zien was destijds van een particulier, voor wie het vermoedelijk te veel werk was de omgevallen bomen weg te halen.
De oude, vermolmde stammen liggen in het dichte woud onder een dikke laag mos. ‘Ik geloof niet in kabouters’, zegt Van Oossanen glimlachend, ‘maar in dit sprookjesachtige landschap ga ik toch altijd even twijfelen.’ Dat de fijnsparren die na de storm opkwamen er ruim vijftig jaar later nog redelijk onaangetast staan, zou volgens de boswachter kunnen komen door dode exemplaren die er bleven liggen.
‘Wellicht is de grond daardoor rijker, waardoor de sparren beter beschermd zijn’, zegt de boswachter. Hoogleraar Nabuurs vindt het aannemelijk dat door het dode hout meer vocht is vastgehouden en de bomen meer hars konden aanmaken als wapen tegen de letterzetter.
Op de plekken waar het al treurnis is, kiest Staatsbosbeheer voor de aanpak die de oude landeigenaar koos: het dode hout laten liggen. Uit een gevallen boom over een voetpad is een uitsparing gezaagd, andere paden zijn verlegd, weg van de vallende bomen.
Fraai is het niet, erkent de boswachter. ‘Hoe lastig ook, we maken hier wel een keuze door het zo veel mogelijk los te laten’, zegt Van Oossanen over het relatief onontgonnen pad dat ze in het Drents-Friese Wold zijn ingeslagen. ‘Zie het als een verbouwing die vijftig jaar duurt, maar waarvan we niet weten hoe het er tegen die tijd uit zal zien.’
- De beruchte letterzetter, bij biologen bekend als Ips typographus, is een kleine kever die tot de familie snuitkevers behoort.
- De kever is tussen de 4,5 tot 5 millimeter groot. Het lijfje oogt donker- tot roodbruin en is bedekt met korte gele haartjes.
- Het is een houteter en boort zich een weg door boomschors heen. Eenmaal in de bast vreet het beestje gangen om in te paren. Die gangenstelsels verstoren de sapstromen van de boom.
- Gezonde bomen weten zich met hars te verdedigen tegen de letterzetter. Daarom tast het diertje alleen verzwakte of oude naaldbomen aan.
- De poëtische naam heeft de letterzetter te danken aan de sierlijke vorm van de gangenstelsels, die doen denken aan middeleeuwse drukletters of hiërogliefen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant