Eergerelateerd geweld Het aantal aangemelde zaken van geweld met een eermotief is in tien jaar fors gestegen in Nederland, blijkt uit cijfers van het Landelijk Expertisecentrum Eer Gerelateerd Geweld: van 481 naar 757. „Een foto op sociale media kan al aanleiding zijn voor geweld.”
Schermen op de plek waar de rechtbank een kijkje neemt op een plaats-delict in Lelystad, waar de 18-jarige Ryan Al Najjar uit Joure zou zijn vermoord.
Het aantal meldingen van geweld met een eermotief in Nederland is het afgelopen jaar fors gestegen. Vorig jaar registreerde het Landelijk Expertisecentrum Eer Gerelateerd Geweld 757 zaken, in 2024 673. Tien jaar geleden ging het nog om 481 zaken. De politie spreekt van een „zorgwekkende stijging”.
Vooral het aandeel zaken binnen de Syrische gemeenschap neemt snel toe. In 2016 ging het nog om 37 meldingen waarbij Syriërs betrokken waren, inmiddels zijn dat er 257. Daarmee is ruim een derde van alle geregistreerde zaken aan deze groep te koppelen, tien jaar eerder was dat nog 8 procent. Hoe de man/vrouw verhouding is, meldt de politie niet.
De toename komt mede doordat er meer Syriërs naar Nederland zijn gekomen afgelopen jaren en omdat eerproblemen eerder worden gesignaleerd. De meeste aangemelde zaken draaien om mishandeling of bedreiging, maar soms loopt het fataal af. Vorig jaar onderzocht het centrum vijf zaken waarbij iemand om het leven kwam, bij één zaak bleek dat er daadwerkelijk sprake was een eermotief.
Eerproblemen komen volgens de politie vooral voor bij groepen met een migratieachtergrond, met name onder asielzoekers die nog niet zo lang in Nederland zijn. „Nieuwkomers uit het Midden Oosten brengen normen en waarden mee waarin familie-eer een belangrijke rol speelt”, zegt Wilfred Janmaat, hoofd van het centrum. „Die ideeën verdwijnen niet wanneer ze naar Nederland komen.” Vluchtelingen zijn bovendien vaak getraumatiseerd door oorlog en hun reis naar Europa. De trauma’s versterken de spanningen binnen gezinnen en voeden wantrouwen en sociale controle, zegt Janmaat, zeker in combinatie met de onzekerheid van een nieuw bestaan. „Een man die in Syrië een goede baan en aanzien had, begint hier opnieuw. Soms blijft alleen de familie over als bron van trots en identiteit.”
Binnen gezinnen kan dat leiden tot conflicten, vooral als jongeren zich anders gedragen dan hun ouders verwachten. Ze groeien op tussen twee werelden en botsen met de meer traditionele opvattingen over relaties, seksualiteit en autonomie. „Een relatie zonder toestemming van de familie of zelfs een foto op sociale media kan al aanleiding zijn voor geweld”, zegt Janmaat.
Afgelopen jaren haalden meerdere eergerelateerde moorden het nieuws. In 2024 werd de achttienjarige Syrische Ryan dood aangetroffen in het Friese Joure, haar lichaam vastgebonden en in het water achtergelaten. Haar vader, die waarschijnlijk naar Syrië is gevlucht na de moord, en broers werden veroordeeld voor hun rol in de moord. Ryan zou zich te westers gedragen. En vorige zomer werd de 24-jarige Boushra, moeder van vijf kinderen, dood gevonden in een bos in Almere. Haar man is sindsdien voortvluchtig.
Het groeiende aantal aangemelde zaken heeft meerdere oorzaken. Sinds de vluchtelingeninstroom van 2015 en 2016 is de Syrische gemeenschap in Nederland sterk gegroeid, zegt Janmaat. In Nederland wonen inmiddels ruim 160.000 Syriërs. Het centrum kreeg ook zaken binnen vanuit de Turkse (109), Marokkaanse (83), en Iraakse (55) gemeenschappen, al bleven die aantallen wel stabiel.
Bovendien herkennen professionals signalen nu vaker als eergerelateerd geweld, volgens Janmaat. Scholen spelen daarin een groeiende rol. „We worden vaker gebeld door docenten of begeleiders die zich zorgen maken over een leerling”, zegt hij. Ook organisaties die werken met alleenstaande minderjarige vreemdelingen, zoals Nidos, trekken vaker aan de bel. Bijvoorbeeld als een minderjarige ineens terug naar het buitenland wordt gestuurd voor een gedwongen huwelijk. Hoe vaak dit voorkomt weet Janmaat niet, omdat dit niet landelijk wordt geregistreerd.
Wanneer een melding bij het centrum binnenkomt, brengt de politie in kaart wat er speelt. Daarna wordt samen met instanties als Veilig Thuis en jeugdzorg bepaald wat er nodig is. Soms leidt dat tot strafrechtelijk optreden, maar niet altijd. Hoe vaak een aangemelde zaak tot een strafzaak leidt, weet Janmaat niet.
Het centrum probeert het dreigende eergeweld binnen de familie op te lossen, zegt Janmaat. Soms willen broers of de vader hun zusje of dochter iets aandoen, omdat ze zich in hun ogen te schaars kleedt, zegt Janmaat. Maar dat kan ze bijvoorbeeld ook doen omdat een vriendje haar daartoe dwingt. Als je daar de familie van overtuigt, kan geweld voorkomen worden, zegt Janmaat.
Soms leidt het eerconflict tot een breuk binnen de familie. Dit is in 1 à 2 procent van de zaken het geval. Dan verstoot de familie het slachtoffer. Dat heeft een enorme impact, volgens de politiebaas. „Een verstotene verliest [haar of] zijn netwerk”, zegt hij: „Dat is een levenslange straf.”
Twee jaar geleden zei Janmaat in NRC dat er bij inburgeringscursussen meer aandacht moest worden besteed aan geweld met een eermotief. Dat gebeurt inmiddels, zegt hij. Ook wordt geprobeerd meer zicht te hebben op nieuwe migrantengemeenschappen, onder meer via mensen met dezelfde etnische achtergrond.
In de Syrische gemeenschap in Nederland gaat dat moeizaam. Die is divers en versnipperd, zegt Janmaat, waardoor het lastig is een breed netwerk op te bouwen. De politie probeert dit via sleutelfiguren – zelf vaak Syriërs – tijdens bijeenkomsten en religieuze momenten, zoals de ramadan. Via invloedrijke personen in buurthuizen, maatschappelijke organisaties en moskeeën moet eergeweld bespreekbaar worden. „Verandering moet van binnenuit komen. Wij kunnen uitleggen wat de wet is, maar de mensen in de gemeenschap maken het verschil.”
De verwachting is dat het aantal meldingen de komen jaren niet daalt. Het centrum – zo’n twaalf agenten – kan het aantal eerzaken nu ,,nog net” aan, volgens Janmaat: ,,Maar als het verder oploopt niet meer.”