Home

‘Ik ben niet alleen actrice, moeder, activist of iemand die van Snoopy houdt. Ik ben het allemaal tegelijk’

Actrice en klimaatactivist Carice van Houten daagt in A Beautiful Mess BN’ers uit de beste vintagemodestylist van Nederland te worden. Onder de vrolijke façade zit een boodschap: mode en activisme gaan voor haar samen. Hoe komt die tot uiting in haar eigen kledingkast?

‘Aan mijn keukentafel ontstond het idee voor A Beautiful Mess’, vertelt Carice van Houten in het restaurant van een hotel in Amsterdam. ‘Ik dacht: hoe hang ik dat enorme klimaatprobleem nou een beetje aan de grote klok zonder dat mensen direct afhaken? Ik snap dat iemand op zaterdagavond liever naar een luchtige spelshow kijkt dan naar een documentaire over smeltende ijskappen.’

Haar nieuwe programma noemt ze een Trojaans paard. Aan de buitenkant is het een vrolijke show met BN’ers en kleding. ‘Een beetje als Heel Holland bakt, met mij als de André van Duin van de preloved fashion. Maar onder die vrolijke façade zit natuurlijk wel een boodschap’, zegt Van Houten. ‘Zo is de mode-industrie vervuilender dan de luchtvaart én de scheepvaart samen.’

Vanaf 3 april is op NPO Start te zien hoe de actrice, klimaatactivist en nu ook presentatrice acht BN’ers uitdaagt om de beste modestylist van Nederland te worden. De regel: elke outfit wordt samengesteld uit vintage en tweedehands kleding. In het atelier worden de vondsten onder begeleiding van stylist Monique Waijenberg gepersonaliseerd.

In het programma komen veel ‘not-so-funfacts’ aan de orde. Zo verdwijnen er dagelijks enorme hoeveelheden kleding op de afvalberg, die door microplastics nauwelijks vergaan; en de chemicaliën die stoffen kleur geven, belanden in onze natuur. Subtiel worden deze feiten verweven met de BN’ers en hun verkleedpartijen.

Hypocrisie volledig omarmd

Van Houten hoort de lezer al denken: ‘Maar Carice, jij woont toch in een gigantisch huis in Amerika met een zwembad én butler? Of je vliegt drie keer per week naar Australië?’ Ze moet er een beetje om lachen, eigenlijk om alles wat er op het internet over haar wordt geschreven. ‘Laatst las ik bij zo’n roddelrubriek dat ik elke week dertig pakketjes zou terugsturen bij mijn vaste postkantoor. Ik heb ADHD, ik weet niet eens hoe je een pakket moet terugsturen.’

Ze is natuurlijk geen heilige: ‘Ik heb geen schoon vliegverleden, maar voor een perfect groen geweten moet je naakt in een regenton leven. En zelfs dan stoot je nog CO₂ uit door te ademen. Iedereen is hypocriet, ik ook. We zitten allemaal vast in een systeem dat meer en meer wil, we zijn allemaal verslaafd gemaakt of geraakt. Een roker mag wat mij betreft ook boos zijn op de tabaksindustrie.’

Dat ze haar hypocrisie volledig omarmt, blijkt al in de eerste aflevering, waarin Van Houten verschijnt in een geel hesje met groot het woord ‘hypocriet’ erop. Ze benoemt het zelf alvast, om anderen voor te zijn. ‘We moeten stoppen elkaar zo onder een vergrootglas te leggen. Elkaars fouten aanwijzen werkt averechts. Zonde ook, om energie te verspillen aan onderling geruzie, terwijl grote bedrijven gewoon doorgaan en denken: laat dat gepeupel elkaar maar de schuld geven. Wij gaan gewoon verder met: drill, baby, drill.’

Bewustwording is het doel

Dat dit programma de wereld niet verandert, weet ze. Het draait haar om bewustwording. ‘Misschien denkt iemand na het kijken: hee, laat ik eens een vintage winkel binnenlopen. Of, bij een fastfashionketen: wat saai eigenlijk, alles is hetzelfde.’

‘Mijn eigen kast is één eclectische bende. Het hangt vol leuke kleren, maar thuis loop ik meestal rond in een joggingbroek en een oude trui. Soms hoop ik bijna dat ik een afspraak heb, zodat ik eindelijk eens iets normaals aantrek.’

Vandaag is zo’n dag; ze verschijnt volledig in het zwart, met op haar hoofd een MTV-pet. ‘Mijn stijl hangt samen met mijn humeur. Soms zit ik in een Antwerpse zwarte fase, zoals nu.’ Haar donkere kleurkeuze is geen reden tot zorg, benadrukt ze. Het gaat goed. ‘Ik kan ook Sesamstraat zijn, met veel kleur, of juist Pietje Bell, punk of romantisch met kraagjes en ruches. ’s Avonds kan ik niet bedenken wat ik de volgende dag aantrek. Ik moet eerst voelen wie ik die dag ben.’ Samen met de Volkskrant duikt Van Houten haar kledingkast in.

Herinnering aan een onschuldige tijd: Snoopy-stropdas

‘Snoopy is een icoon uit mijn jeugd, net als Ciske de Rat en Annie. Hij herinnert me aan een onschuldige tijd die ik graag dichtbij houd. Als ik dan een Snoopy-stropdas draag, voelt dat veilig en vertrouwd, al psychologiseer ik het nu misschien te veel. Op mijn armen staan veel kleine tatoeages. Ik was er een tijdlang een beetje verslaafd aan om ze te laten zetten. Een groot deel is best kinderlijk, Snoopy staat er ook tussen.

‘Gek genoeg speelde mode vroeger bij ons thuis nauwelijks een rol. Mijn vader had een enorme hekel aan alles wat met kleding of winkelen te maken had. Hij leefde voor muziek en kunst. Ik zie hem nog zo voor me, meestal in een tuinbroek van spijkerstof of in zo’n bruin dun corduroyjasje. Dat vind ik bij mannen nog steeds aantrekkelijk. Freudiaans van me, hè.

‘Mijn vader was een smaakpaus. Hij zei bijvoorbeeld: als je ooit een plaat van Lee Towers koopt, kijk ik je nooit meer aan. En naar Disneyland zouden we pas gaan als we eerst alle musea van Nederland hadden gezien. Disneyland heb ik nooit van binnen gezien.

‘Geld was er ook niet echt, dus we droegen veel goedkope kleding. Als kind ging ik daardoor verlangen naar bepaalde merken. Ik had schriftjes die ik vol tekende met merken als Oilily, McGregor en Esprit. Toen ik uiteindelijk van mijn oma een Oilily-trui kreeg, haalde ik zelfs het label eruit om het op een sjaal te naaien, zodat het leek alsof die ook van Oilily was. Merken waren in de jaren tachtig blijkbaar belangrijk voor me. Misschien is mijn interesse in kleding later ook wel een soort tegenreactie geweest, omdat er vroeger nauwelijks ruimte voor was.’

Perfecte kleur blauw: spijkerjasje

‘Van al mijn kledingstukken heb ik dat kleine spijkerjasje het langst. Het past me al jaren niet meer, misschien mijn zoon inmiddels wel, maar toch is het met al die verhuizingen meegegaan. En dat waren er nogal wat, alleen al twaalf keer binnen Amsterdam.

‘Het is de perfecte kleur blauw, mijn lievelingskleur. Mijn favoriete album van Joni Mitchell heet Blue, die titel staat trouwens ook op mijn arm getatoeëerd. Het jasje kocht ik vlak voor mijn studententijd op het Waterlooplein, waar ik vaak met mijn tante heen ging. In die periode was ik zo zoekend, een soort Barbapapa die steeds van vorm veranderde en zich aanpaste aan wat anderen verwachtten.

‘Toen ik eenmaal studeerde, gaf ik op de eerste dag dat mijn studiefinanciering binnenkwam meteen alles uit aan kleding. Daarna leefde ik op crackers met appelmoes of verkocht ik oude cd’s om aan geld te komen. Ik droeg veel Cora Kemperman en Mac & Maggie, van die alternatieve ontwerpers. Kemperman maakte grote schorten, zodat ik een beetje als mijn idool Annie door het leven kon gaan. Het ging me niet eens per se om er mooi uit te zien. Ik dacht: als de buitenkant maar klopt, ziet niemand hoe slecht ik me eigenlijk voel.

‘Mijn eerste jaar op de Kleinkunstacademie was ik behoorlijk ongelukkig. Ik kon slecht alleen zijn en bleef altijd als laatste op school, om samen met de conciërge voetbal te kijken op zo’n oude zwart-wittelevisie. Daarna zwierf ik rond met een plastic tasje met daarin een onderbroek en mijn knuffelbeer, waar ik trouwens nog steeds mee slaap. Vaak ging ik naar een café of liep ik richting de Reguliersdwarsstraat, waar altijd wel iets open was. Dan stond ik de hele nacht met de portier te praten. Ik wilde niet eens dansen of drinken, ik wilde niet alleen zijn. Het was geen leuke tijd, maar ik zag er wel heel leuk uit.’

Kleding die je houding versterkt: gestreepte linnen broek uit Japan

‘De gestreepte linnen broek heb ik een jaar of tien geleden in Japan gekocht. Hij is een beetje jongensachtig – of tegenwoordig zeg je natuurlijk uniseks. De broek heeft ook weer Ciske de Rat-vibes: ruw linnen, met kleine knoopjes en pofferig. Hij staat me niet per se geweldig, maar ik kan hem gewoon niet wegdoen, omdat deze me ook terugbrengt naar die onbezonnen kindertijd.

‘Ik heb best lang geworsteld met het idee van ‘vrouwelijkheid’. In mijn twintiger jaren voelde het alsof van mij verwacht werd me heel vrouwelijk te kleden, met kokerrokjes en hakken. Nu voel ik me daar veel vrijer in. Dat is het leuke aan ouder worden, dat er langzaam wat rust en zelfvertrouwen komt.

‘Kleding kan daar voor mij ook aan bijdragen. Wanneer ik mezelf groter wil maken, dan draag ik iets met van die stevige schouders. Dat geeft zelfvertrouwen, al is het waarschijnlijk placebo. Wanneer ik mezelf wil verstoppen, draag ik juist grote of wijde kleding. Ik zie mijn kleding als een soort masker of harnas. Het werkt ook zo met acteren. Bij Game of Thrones droeg ik een kostuum met van die ellenlange tovenaarsmouwen die over de grond slepen. Praktisch gezien was het bloedirritant, maar het gaf me wel meteen de houding die ik nodig had voor die rol. Dan merk je toch: kleding kan je houding versterken.’

Schat tussen de rommel: gekleurd hemd met bloemen

‘Ik heb geen idee hoe ik dit ding moet dragen. Zelfs na een paar pogingen lukt het me niet om er iets van te maken. Het doet me een beetje denken aan een handdoek die ik vroeger had, dus ja, dan kan ik hem niet wegdoen. En alles met kleur trekt meteen mijn aandacht. Dit hemd kocht ik in 2009 in Los Angeles, toen ik daar een poosje verbleef voor mijn werk. Het was de eerste vintagewinkel waar ik ooit naar binnen liep, al had ik toen niet eens door dat het er eentje was. Daar merkte ik dat mijn vooroordeel over tweedehands niet klopte. Ik dacht altijd dat tweedehands vies was en stonk, maar de kleding was zorgvuldig gecureerd.

‘Ineens zag ik allemaal dingen waar ik van houd: schortjes, bijzondere stoffen, kleding met een verleden. Duurzaamheid speelde toen nog geen rol. Ik had vooral lol in het vinden van een parel: dat ene unieke stuk dat niemand anders heeft. Mijn zus vertelde ooit over een meisje dat in een vintagewinkel een zak kettingen kocht voor tien euro. Toen ze die liet taxeren, zei de taxateur: ‘Ga maar even zitten.’ Eén ketting bleek al een ton waard. Dat vind ik zo’n mooi verhaal. Het laat zien dat er soms echt een schat tussen al die rommel ligt.’

Als aardbei door het leven: Gucci

‘Grote, dure modehuizen hebben me eigenlijk nooit zo geïnteresseerd. Ik durfde er ook nooit naar binnen. Ik voelde me altijd meer aangetrokken tot kleinere, alternatieve merken. Tot ik op een dag een beetje zat te scrollen en een broek met aardbeien erop voorbij zag komen. Het bleek Gucci te zijn, uit een collectie van Alessandro Michele, die daar sinds 2015 creatief directeur was. En ik dacht meteen: Gucci? Dat zijn toch die ordinaire dingen met groene en rode strepen en enorme logo’s?

‘Maar door Alessandro Michele voelde het alsof er een rebel bij Gucci was binnengeslopen die de boel had opengebroken. Het was speels, eclectisch en met een vintage jarenzeventiggevoel. Nu kan ik, als ik wil, als aardbei door het leven, want bij die ene broek heb ik inmiddels ook een bijpassende blouse en tas. Toen hij eind 2022 bij Gucci vertrok, was het voor mij eigenlijk ook wel klaar.

‘Ik draag de items nog steeds graag, maar koop nu alleen nog tweedehands Gucci. Bijvoorbeeld een paar sneakers, deze wél met die typische groene en rode strepen. Ik vond ze meta. Mijn ex vond het de lelijkste schoenen die hij ooit had gezien. Ik droeg die sneakers toen ik een speech hield over de gevolgen van klimaatverandering op een aandeelhoudersvergadering van de Rabobank. Later werd dat in de media ineens opgepakt als: kijk haar eens met schoenen van 14.000 euro. 14 duizend euro? Het was gewoon kinderachtige smaad. Dit is precies het probleem: het gaat alleen nog maar over die schoenen en niemand heeft het meer over waar het werkelijk om ging.’

Mix van ADHD, activisme en mode: blazers met speldjes

‘De pins op mijn blazers zijn ontstaan in dezelfde periode als de tatoeages op mijn armen. Het is een mix van ADHD, activisme en mode. Er zit van alles tussen: oude buttons tegen kernwapens, activistische speldjes, maar ook glitterkonijntjes en bananenbroches. Voor mij laten die blazers zien dat mensen helemaal niet zo eenduidig zijn. We bestaan uit verschillende lagen. Ik ben niet alleen actrice, moeder of activist. Niet iemand die alleen van Snoopy of glitterkonijntjes houdt. Ik ben het allemaal tegelijk. The good, the bad and the ugly.

‘Mijn activisme begon na een avond van Extinction Rebellion, waar ik van tevoren eigenlijk geen zin in had. Daar legde wetenschapsfilosoof Chris Julien heel rustig en lineair uit hoe urgent het klimaatprobleem is. Naarmate de avond vorderde, werd ik steeds banger. De volgende ochtend dacht ik: hoe kan ik mijn stem gebruiken? Ik wil niet dat mijn kind later zegt: waarom deed je niets? Waarom zat je alleen maar kattenplaatjes te posten? Op Instagram deel ik nu informatie die ik belangrijk vind. In het begin kreeg ik daar veel negatieve reacties op, zeker toen ik me uitsprak over Gaza en het klimaat. Op Twitter werd het op een gegeven moment zo onprettig dat ik daar ben weggegaan. Tegelijk merkte ik ook dat het effect had als ik iets zei.

‘Soms denk ik weleens dat ik onbewust actrice ben geworden om uiteindelijk een stem en een platform te krijgen. Het voelt alsof mijn bekendheid nu pas echt betekenis heeft. Van nature ben ik eerder een people pleaser dan een uitgesproken persoon. Dat mensen mij nu als activist of rebel zien, is voor mij best nieuw. Ik sta niet schreeuwend op de barricaden. Ik sta alleen wel ergens voor. Maar kennelijk is dat tegenwoordig al genoeg om als controversieel te worden gezien.

‘Mode en activisme gaan voor mij samen. Kleding is een manier om iets uit te dragen, maar tegelijk ook ingewikkeld, omdat bijna alles wat je draagt ergens uitstoot veroorzaakt. Dat is de paradox waar je steeds in belandt. Daarom vind ik bijvoorbeeld T-shirts voor goede doelen ook lastig. Dan wil ik toch weten: is dit biologisch katoen? Is het gerecycled? Of draag ik straks een pet met ‘Stop geweld’ erop die onder slechte omstandigheden is gemaakt? Dan wordt de boodschap zelf ook wrang.

‘Uiteindelijk kom je steeds weer uit bij dezelfde vraag: hoe moet je in hemelsnaam helemaal ‘goed’ leven? Er is geen perfect antwoord. Alleen een zoektocht naar balans. Letten op wat je koopt, wat je consumeert, waar het vandaan komt en wat je ermee ondersteunt. Naakt in die regenton zitten is helaas geen oplossing, want dan neemt niemand je meer serieus. Dus ergens daartussenin moet het gebeuren. In die ongemakkelijke, onvolmaakte poging om het beter te doen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next