Home

Wie onderhoud van wegen en spoorwegen verwaarloost, betaalt een hoge prijs

Deutsche Bahn, dat al jaren met vertragingen kampt, zou een afschrikwekkend voorbeeld moeten zijn voor alle Europese regeringen. Wie niet bijtijds in infrastructuur investeert, betaalt een hoge prijs.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De voortdurende vertragingen bij Deutsche Bahn zijn ‘een bedreiging voor de democratie’, vindt de Duitse minister van Verkeer Patrick Schneider. Hij noemde het ‘levensgevaarlijk als steeds meer mensen de indruk krijgen dat de staat niet meer functioneert’.

Er zijn wellicht belangrijkere en grotere bedreigingen voor de democratie, maar Schneider heeft wel een punt. De toestand en stiptheid van de treinen zijn een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van het openbaar bestuur en de kwaliteit van de collectieve sector. Landen waar de treinen schoon zijn en op tijd rijden, hebben hun zaken meestal ook op andere terreinen op orde. Landen waar de treinen continu te laat komen, zoals Duitsland, hebben een zwakke economie of een zwak bestuur of allebei.

De misère bij Deutsche Bahn duurt al vele jaren en er is nog geen uitzicht op serieuze verbetering. De belangrijkste reden is dat de Duitse regering vele jaren achtereen te weinig in onderhoud heeft geïnvesteerd. Nu probeert ze de achterstand in te halen, maar dat leidt op de korte termijn alleen maar tot meer vertragingen.

Het is een waarschuwing voor andere overheden. Wie het onderhoud van infrastructuur verwaarloost, betaalt uiteindelijk een hoge prijs.

Het is een les die ook het Nederlandse kabinet ter harte zou moeten nemen. De Nederlandse Spoorwegen beginnen zich langzaam omhoog te werken uit het diepe dal waarin ze door de coronapandemie waren beland, maar ze zijn nog steeds erg kwetsbaar. Het aantal reizigers ligt te laag, maar ook hier is het grootste risico de toestand van het spoor en ook hier is nu al sprake van achterstanden.

Eind vorig jaar luidden ProRail en Rijkswaterstaat gezamenlijk de noodklok over de toestand van de Nederlandse infrastructuur. Om het achterstallig onderhoud in te halen, is op korte termijn 50 miljard euro nodig. Minister Vincent Karremans (Infrastructuur) sloot zich daar onlangs bij aan. In een brief aan de Tweede Kamer schreef de minister dat hij dat de komende 15 jaar 80 miljard euro nodig heeft om de Nederlandse infrastructuur op te lappen.

Gebrekkige infrastructuur kan populisten de wind in de zeilen geven. De onvrede over de Amerikaanse wegen en luchthavens was bijvoorbeeld – naast xenofobie – een belangrijke motor achter Donald Trumps eerste verkiezingswinst in 2016. Het waren symbolen van een land in verval, waardoor de boodschap Make America Great Again veel weerklank vond.

Tegelijkertijd is het juist de opkomst van het populisme die langetermijninvesteringen ontmoedigt. Politici richten zich liever op kortetermijnverbeteringen van de koopkracht en vinden het moeilijk om uit te leggen dat financiële offers soms nodig zijn om onze welvaart op de lange termijn te beschermen.

Zo dreigt een neerwaartse spiraal van collectieve verarming die de onvrede verder vergroot. Het is aan regeringsleiders als Friedrich Merz in Duitsland en Rob Jetten hier om uit te leggen dat goede wegen, betrouwbare stroomnetten, stevige dijken, schone steden en stipte treinen van levensbelang zijn voor een gezonde democratie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next