Home

Fascisme normaliseren, en dan?

Afgelopen week was ik jarig, zoals altijd op twee verschillende dagen. Dat komt doordat ik de ene dag geboren ben, maar op een andere bij het Uruguayaanse bevolkingsregister ingeschreven werd. De verklaring die ik daar mijn hele jeugd voor kreeg, was dat mijn vader zo blij was met mijn geboorte dat hij zich liederlijk bezatte en vergat mij in te schrijven.

Als je een dag later bij het bevolkingsregister kwam aankakken, moest je je kind als geboren op de dan lopende dag aanmelden, of je aan bureaucratische dwang onderwerpen door stapels extra formulieren in te vullen. Het fascisme rukte op in ons kleine landje, evenals het verzet ertegen. Mijn vader was al actief lid van de stadsguerrilla Tupamaros. Als rechtgeaard anarcho-socialist geloofde hij, met of zonder slok op, niet in bureaucratie dus schreef hij me op die afwijkende dag in. Niet lang daarna pleegden de militairen een staatsgreep naar model van wat nu regime change heet. Mijn vader werd in de gevangenis gesmeten. Daarna werd ik elke keer als mijn geboortedatum ter sprake kwam, eraan herinnerd dat papa een ietwat onverantwoordelijke drinker was die desalniettemin blij met mij was.

Nadat hij werd vrijgelaten – ik was toen vijftien – vertelde hij me wat er op die inschrijfdag gebeurd was. Om in de financiën van de beweging te voorzien, zagen de Tupamaros zich genoodzaakt gewapende overvallen te plegen – als we „zich genoodzaakt zien” in het huidige Nederland acceptabel vinden als woordkeuze om te refereren aan despoten ter rechterzijde die burgers bombarderen en staatshoofden ontvoeren, lijkt me dat diezelfde woordkeuze ook acceptabel moet zijn voor ondergrondse verzetsstrijders en de bankovervallen waar zij zich toe genoodzaakt zien.

De Tupamaros kozen straathoeken aan als communicatiespot. Als een compañero hulp nodig had, kon die naar zo’n kruising gaan. Andersom moest je wanneer je daar kans toe zag langs communicatiepunten wandelen om te checken of er iemand een connectie nodig had. Zo ontweek je het gevaar van afgeluisterde telefoons of observatieteams van de repressie. „Die werken liefst vanuit auto’s of cafés.”

Op weg naar het bevolkingsregister liep mijn vader – broodnuchter – langs de nabijgelegen communicatiestraathoek. Daar zat de Braziliaan in een geparkeerde auto achter het stuur. Mijn vader herkende hem aan zijn eigen jas. Zijn vriendschap met de Braziliaan was van het soort waarin je mooie jassen aan elkaar uitleent. De Braziliaan had geen rijbewijs, dat hij achter het stuur zat was ietwat verontrustend. Op de achterbank bleek Alberto te liggen. Die reed wel, maar niet met die enorme wond in zijn voet.

Bij wat voor actie ze betrokken waren geweest, wist mijn vader niet. Daar vroeg hij ook niet naar, net zoals mijn moeder niet vroeg waarom hij te laat bij het geboorteregister was. In het verzet vertel je elkaar geen details. Voor je het weet smijten de fachos je in een gevangenis en word je gemarteld voor informatie. Wat je niet weet, kun je niet bekennen. Adressen en namen probeer je zo snel mogelijk te vergeten. Mijn vader nam plaats achter het stuur en reed naar het ziekenhuis dat bekendstond om artsen met communistische sympathieën. Daar lieten ze Alberto achter. Later ontdekte mijn vader een gat in zijn mooie jas. „Zeker weten door een kogel veroorzaakt.”

Nu fascisme in het beschaafde Westen genormaliseerd is dankzij onvermoeibare inzet van rechtse politici, talkshows en het koningshuis, leek het me geen kwaad kunnen wat guerrillatactieken door te nemen voor het niet ondenkbare geval dat ondergronds verzet ook weer normalisering behoeft.

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next