Oorlog In Trumps taal over Iran klinkt geen democratische belofte door, maar vernedering, vernietiging en dwang. Dat brengt een samenleving niet dichter bij vrijheid, maar dichter bij onderwerping aan brute macht, zegt Shermin Amiri.
Iranprotest op de dam in Amsterdam eerder dit jaar.
Bij opiniestukken laat ik meestal de expert in mij spreken. Dit keer wil ik eerst de politieke dissident aan het woord laten. Alles in mij verzet zich ertegen om na deze weken meteen weer over te gaan tot de orde van de dag en Iran opnieuw vooral als onderwerp van analyse te benaderen.
Shermin Amiri is publicist en senior adviseur bij RadarAdvies.
Ik leef bijna vijftien jaar in ballingschap. Ook op afstand blijft je land zich opdringen. Het bereikt je in berichten die te laat komen, in stiltes aan de telefoon, in de doden van januari en in het nieuws over de kinderen van de school in Minab, dat eerst als melding binnenkomt en pas later echt doordringt. In zulke weken spreekt eerst de dissident die al jaren moet aanzien hoe zijn land door het regime wordt uitgehold en nu zelf in oorlog verkeert. Vanuit die ontreddering kijk ik naar de politieke reflexen die deze tijden oproepen.
Wat mij in deze weken bezighoudt, is de hoop die een deel van de Iraanse oppositie op Donald Trump heeft gevestigd. Dat is begrijpelijk. Een samenleving die zo lang is vernederd, leeggeroofd en uitgeput, klampt zich vast aan de mogelijkheid van een breuk, bijna ongeacht wie haar afdwingt. Dan kan zelfs een onbetrouwbare machthebber van buiten op een kans gaan lijken. Toch rust die hoop op twee vergissingen.
De eerste misrekening van deze oorlog is inmiddels zichtbaar. Kennelijk is gedacht dat druk van buiten, bombardementen en het uitschakelen van kopstukken de Iraanse samenleving vanzelf in beweging zouden brengen. Afkeer van de Islamitische Republiek is gelezen als bereidheid om zich, midden in angst en ontwrichting, de straat op te laten drijven. Even misplaatst was de gedachte dat een regime dat al decennia overeind blijft dankzij repressie en een zwaar veiligheidsapparaat, na een paar klappen van buiten van binnenuit zou instorten. Maar een samenleving in oorlog volgt niet het script van buitenlandse strategen.
De tweede misrekening is ernstiger. Die zegt minder over Iran dan over het begrip democratie. Er is niet alleen verkeerd gegokt op de gevolgen van geweld, er is ook gesuggereerd dat Iran via Trump dichter bij vrijheid zou kunnen komen. Maar iemand die verkiezingsuitslagen alleen erkent als ze hem uitkomen, rechters en instituties aanvalt en media en tegenmacht behandelt als obstakels voor zijn eigen macht, wijst geen geloofwaardige weg naar democratie. Ook in zijn taal over Iran klinkt geen democratische belofte door, maar vernedering, vernietiging en dwang. Dat brengt een samenleving niet dichter bij vrijheid, maar dichter bij onderwerping aan brute macht.
Zo wordt democratie gereduceerd tot regimewissel. Dan lijkt het bijna genoeg dat het huidige bewind wordt verzwakt, ongeacht door wie, met welke middelen en met welk politiek voorbeeld. Maar een vrije orde ontstaat niet uit minachting voor verkiezingen, instituties en tegenmacht. Zij vraagt om burgers die macht wantrouwen, grenzen aanvaarden en zich niet opnieuw aan een verlosser onderwerpen. Václav Havel beschreef die vergissing al scherper dan veel hedendaagse strategen. In The Power of the Powerless schrijft hij niet over een redder van buiten, maar over de medewerking waarmee een onvrij systeem zich elke dag opnieuw in stand houdt. Zo’n regime leeft niet alleen van geweld, maar ook van de leugen die mensen uit angst, uitputting of gewoonte blijven herhalen. Daar moet het breken: waar burgers ophouden mee te knikken, mee te praten en mee te doen.
In delen van de Iraanse oppositie zie ik precies die vergissing terug. De opening wordt gezocht bij een sterke man van buiten, terwijl vrijheid pas begint waar mensen juist de logica van de sterke man doorbreken. Een democratische toekomst uitbesteden aan iemand die zelf geen grenzen aan macht erkent, betekent niet alleen de weg naar vrijheid verlaten, maar ook dezelfde autoritaire logica overnemen.
Een vrije orde vraagt om oppositie met legitimiteit in eigen land, om instituties die ook de volgende machthebber begrenzen, en om burgers die de leugen niet langer dragen. Geen diaspora-dromen of militaire scenario’s, maar pluralistische organisatie, vertrouwen en politieke geloofwaardigheid onder Iraniërs zelf. Daar, en alleen daar, begint de democratische mogelijkheid van binnenuit. Voor Iran ligt de uitweg niet bij een redder van buitenaf, maar in het moment waarop genoeg mensen weigeren nog langer mee te leven in de leugen die hen al decennia gevangen houdt.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet